De Zálužskýburcht (Tsjechisch: ) is een voormalige burcht nabij de Tsjechische plaats Osek in het district Beroun. Het kasteel stond op een 424 meter hoge heuvel, op anderhalve kilometer afstand van Osek, en werd waarschijnlijk gedurende de veertiende eeuw gebouwd. In de eerste helft van de zestiende eeuw was de burcht reeds verlaten, waarna een langzaam verval en uiteindelijk gedeeltelijke afbraak volgde. Thans zijn nog enkele restanten zichtbaar.

Geschiedenis Zbyněk ze Záluží wordt gezien als de eerste eigenaar van het kasteel, naar wie het tevens genoemd is. Hij overleed rond 1358. Vanaf 1353 was Markvart ze Záluží er woonachtig met zijn verloofde Adlička z Valdeka.

Waarschijnlijk kregen de heren van Gutštejn de Zálužskýburcht medio 1484 in handen. Zij waren eigenaar van het nabijgelegen landgoed Žebrák en begonnen tol te vragen op de weg nabij het kasteel. Koning Wladislaus II van Hongarije gaf het kasteel nog vóór 1495 aan de broers Jan en Kunat Pešík uit Komárov, die het bij hun landgoed voegden. Enige tijd later raakte de burcht in onbruik en verviel langzaam. Een deel van de stenen werd uiteindelijk hergebruikt voor de bouw van een schaapskooi. Rond de eeuwwisseling van de negentiende en twintigste eeuw verrees op de voormalige plek van de Zálužskýburcht een uitkijktoren.

Vorm en architectuur Over de oorspronkelijke vorm en architectuur van het gebouw is weinig bekend. August Sedláček beschreef in zijn boek uit 2000 een slotgracht met daarachter de restanten van een muur. Het middendeel van de Zálužskýburcht bevatte een muur met toegangspoort, die op enig moment is dichtgemetseld. Een groot deel van de overblijfselen raakte in 1954 beschadigd door de bouw van een nabijgelegen waterpompstation. Tijdens de bouw werden nog wel enkele gevelrestanten blootgelegd.

Categorie:Bouwwerk in Tsjechië