Ursula 'Uschi' Littmann (Berlijn, 8 december 1921 – Amsterdam, 25 augustus 2016) was een Duits-Nederlandse verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Levensloop Ursula Littmann werd geboren in Berlijn op 8 december 1921. Ze was de dochter van Leo Littmann en Rosa Bodner. Haar ouders waren afkomstig uit Dukla in Polen, maar waren vanwege het opkomende antisemitisme naar Berlijn verhuisd. Littmann groeide op in een orthodox joods gezin met twee oudere zussen en een oudere broer. Toen Littmann zes jaar oud was, in 1928, overleed haar vader. Hierna kwam de zorg voor het gezin op de schouders van haar moeder terecht en was Littmann vaak alleen.
Littmann bezocht dagelijks na school een lokale bibliotheek in de . Daar kwam ze in contact met enkele vrouwen die betrokken waren bij de communistische partij. Door hen werd ze uitgenodigd voor vormingsavonden.
Midden jaren dertig raakte Littmann betrokken bij de Joodse jeugdbeweging (BDJJ). Tijdens bijeenkomsten werden door de nazi's verboden boeken gelezen van onder anderen Marx en Lenin. Aldaar kwam ze in contact met de communist Herbert Baum. Hij en zijn echtgenote Marianne Baum waren de oprichters van de communistische verzetsgroep Gruppe Baum. Samen met haar vriendin Hella Hirsch sloot Littmann zich bij de groep aan, en samen verspreidden zij protestfolders en plakkaten in Berlijn.
In 1935 startte Littmann op veertienjarige leeftijd met een opleiding tot hoedenmaakster bij een Joodse winkel in Berlijn. Littmann had graag de kunstacademie willen doen, maar had als Joodse vrouw geen toegang tot het voortgezet onderwijs. In de avond van de Kristallnacht, op 9 november 1938, was Littmann aan het werk in de hoedenwinkel toen er een menigte binnenstormde en de winkel vernielde. Naar eigen zeggen verstopte ze zich samen met een ander meisje in de kelder totdat het lawaai voorbij was. Kort na deze gebeurtenis vluchtte Littmann, met hulp van een vriendin van haar zus, met enkele familieleden naar Amsterdam.
Tweede Wereldoorlog In Amsterdam sloot ze zich aan bij een socialistische groep in Tehuis Oosteinde die politieke vluchtelingen hielp. Daar ontmoette ze Max Rubinstein, een Pools-Duitse Jood uit Düsseldorf. Samen hielpen ze illegaal in Nederland verblijvende Duitse vluchtelingen door hen eten te brengen.
Nadat in mei 1940 de Tweede Wereldoorlog uitbrak in Nederland, dook Littmann onder. Ze zat onder meer onder de vloer verstopt bij een echtpaar in een pand aan de Keizersgracht. Rubinstein werkte voor de expositur bij de Joodsche Raad in de Hollandsche Schouwburg, waar hij betrokken was bij een verzetsgroep onder leiding van verzetsstrijder Jacques van de Kar. Door zijn werk bij de Joodsche Raad had Rubinstein een Sperre, die naar verluidt langer geldig zou zijn als hij getrouwd was. Littmann en Rubinstein trouwden op 1 juli 1943. Na hun huwelijk verhuisden ze naar een woning aan de Berkelstraat 8.
Littmann en Rubinstein waren beiden lid van Verzetsgroep Van Dien die opereerde vanuit Tehuis Oosteinde. Littmann had de vreemdelingenpolitie verteld dat ze haar persoonsbewijs was verloren, waarna ze een nieuwe kreeg met een valse naam en kon ze zonder Jodenster in het openbaar verschijnen. Met de naam 'Ursula Maria Sekely', en zogenaamd afkomstig uit Tsjecho-Slowakije, werkte als koerierster.
Naoorlogse jaren Na de Tweede Wereldoorlog bleef Littmann samen met Rubinstein in Amsterdam wonen. Ze overleed in Amsterdam op 25 augustus 2016.
Media Het verhaal van Uschi Littmann werd in 1995 belicht in een reeks afleveringen van de documentaireserie Het Spoor terug van de VPRO.
Categorie:Duits verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog