Het herenhuis aan de Stationsweg 25 in Meppel is een provinciaal monument in de Nederlandse provincie Drenthe. Het woonhuis werd eind negentiende eeuw gebouwd in een rijke eclectische stijl, waarin elementen uit de neorenaissance, neogotiek en de chaletstijl zijn gecombineerd.

Geschiedenis en bouw Het pand werd gebouwd in opdracht van de Meppeler leerlooier Albert ten Klooster naar een ontwerp van de architect Pieter Janzen. De aanbesteding van het herenhuis vond plaats op 30 augustus 1894. Het gebouw kwam uiterlijk in mei 1896 gereed.

In de loop der jaren onderging het pand verschillende wijzigingen. Zo werd in 1947 aan de zijgevel een garage aangebouwd door de toenmalige eigenaar J.J. de Wit. Lange tijd was het hoofdgebouw wit gepleisterd. Bij een latere gedeeltelijke restauratie onder leiding van het Meppeler architectenbureau Wouda & van der Schaaf is deze pleisterlaag verwijderd, waardoor de oorspronkelijke gemetselde gevelgeledingen en het kleurrijke metselmozaïek weer in het zicht kwamen. Aan de achterzijde van het hoofdgebouw zijn in de loop der tijd een serre en een grote aanbouw van twee bouwlagen onder een zadeldak toegevoegd; deze latere uitbreidingen vallen buiten de provinciale monumentenbescherming.

Architectuur en omschrijving Het herenhuis heeft een samengestelde plattegrond, bestaat uit twee bouwlagen en is gedeeltelijk onderkelderd. De gevels zijn opgetrokken in rode baksteen op een natuurstenen plint. Het pand wordt gedekt door een overstekend zadeldak. Het westelijke dakschild is voorzien van grijze Lucas IJsbrandspannen en twee houten dakkapellen met een lessenaarsdak. Het oostelijke dakschild heeft een niet-oorspronkelijke dakbedekking en een hoog opgemetselde schoorsteen met een schoorsteenbord. De topgevels zijn uitgerust met chalet-achtige houten betimmeringen, geprofileerde windveren en een makelaar.

Voorgevel De voorgevel is naar het zuiden gericht en ligt direct aan de rooilijn van de Stationsweg. De vensters op de begane grond zijn H-vensters met een zandstenen omlijsting en een fronton. Centraal op de eerste verdieping bevindt zich een houten balkon in chaletstijl met een houten hekwerk en consoles voorzien van messing detaillering. Achter dit balkon geven twee paneeldeuren met grote staande vensters toegang tot het interieur. Boven deze deuren zijn neogotische bovenlichten met gekleurd glas-in-lood geplaatst onder een uitkragende rollaag met aanzet- en sluitstenen. De topgevel daarboven is volledig gedecoreerd met een metselmozaïek van gele baksteen, gele banden en een natuurstenen cordonlijst, waarin tevens een rondboogvenster is opgenomen.

Entree De hoofdentree bevindt zich aan de linkerzijde van de voorgevel in een rondboogportiek. Dit portiek is voorzien van een segmentboog met aanzet- en sluitstenen, neggenblokken en een zandstenen opengewerkte driepas. Een gedecoreerde houten paneeldeur met een dubbel getoogd venster en een smeedijzeren sierrooster biedt toegang tot de woning. De wanden van het portiek zijn aan de onderzijde afgewerkt met wit geglazuurde tegels en daarboven voorzien van stucwerk met een geschilderde profilering. Een natuurstenen stoep van twee treden leidt naar de voordeur.

Zijgevels en bijgebouwen De oostelijke zijgevel bevat een dubbel staand venster met bovenlicht en een segmentboog waarvan het boogveld is ingevuld met metselmozaïek. Daaronder bevindt zich een dubbel liggend keldervenster met diefijzers. De westelijke zijgevel telt drie staande vensters onder een rollaag en wordt doorsneden door een risaliserende schoorsteen van geel-bruine baksteen. Tegen deze westgevel staat de garage uit 1947, die is voorzien van een plat dak met een gedecoreerde daklijst en dubbele opgeklampte inrijdeuren. Achter het herenhuis staat een vrijstaande, niet-originele schuur met een lessenaarsdak.

Het terrein aan de voorzijde wordt van de straat gescheiden door een origineel smeedijzeren hekwerk met een bijbehorend toegangshek.

Monumentenstatus en waardering Het herenhuis met het bijbehorende hekwerk is beschermd als provinciaal monument van de provincie Drenthe. In de formele monumentenomschrijving worden de volgende kernpunten voor de waardering genoemd: Cultuurhistorische waarde: Het gebouw bezit cultuurhistorische waarde als een bijzondere uitdrukking van de huisvesting van de stedelijke burgerij en elite in Drenthe rond de eeuwwisseling (1880-1920). Architectuurhistorische waarde: Het object is van architectuurhistorisch belang als voorbeeld van woonhuisarchitectuur in eclectische stijl met een specifieke menging van neorenaissance-, neogotische en chaletstijlelementen. Daarnaast wordt de esthetische kwaliteit van het ontwerp, het kenmerkende materiaalgebruik en de zorgvuldige detaillering gewaardeerd. Stedenbouwkundige en ensemblewaarde: Het pand heeft ensemblewaarde door de situering in de villalintbebouwing aan de noordzijde van de Stationsweg en maakt deel uit van een grotere, historisch waardevolle reeks woonhuizen binnen het cultuurhistorisch waardevolle gebied Zuideinde/Stationsweg/Wilhelminapark. Gaafheid en zeldzaamheid: Het exterieur van de woning kent een redelijke mate van gaafheid en de stedenbouwkundige structuur van de omgeving heeft een hoge mate van gaafheid. Binnen de provincie Drenthe heeft het pand vanwege deze gecombineerde kenmerken een redelijke mate van zeldzaamheid.

Zie ook Lijst van provinciale monumenten in Drenthe

Categorie:Bouwwerk in Meppel Categorie:Provinciaal monument in Drenthe