Ceratocaudia is een geslacht van plantenetende sauropode dinosauriërs, behorende tot de Macronaria, dat in de Jura leefde in het gebied van het huidige India. De enige benoemde soort is Ceratocaudia antiqua.

Vondst en naamgeving In 1999 ontdekte geoloog P. Satyanarayana een sauropode skelet in Kutch. De resten werden voorlopig opgeslagen in de Border Security Forces Headquarters. In 2021 werden ze verplaatst naar het Indian Institute of Technology Bombay voor nader onderzoek dat tot de conclusie kwam dat het een nog onbeschreven soort betrof.

In 2026 werd de typesoort Ceratocaudia antiqua benoemd en beschreven door Abhishek Natarajan, Suraj Bhosale, Nibedita Rakshit en Sudipta Dasgupta. De geslachtsnaam is afgeleid van het Grieks keras, "hoorn", en het Latijn cauda, "staart", een verwijzing naar de hoornachtige structuur op de staartbasis. De soortaanduiding betekent "de oeroude" in het Latijn.

Het holotype, IITBR3-IITBR59, is gevonden in een laag van de Kaladongarformatie die dateert uit de vroege tot middelste Jura. De precieze ouderdom is onzeker en ligt ergens tussen het Pliensbachien tot Bajocien. Het bestaat uit een skelet zonder schedel. Het omvat een halswervel, achttien voorste en achterste staartwervels, een chevron, een interclavicula, een rechterellepijp, een tweede rechtermiddenhandsbeen, een derde linkermiddenhandsbeen, een vierde linkermiddenhandsbeen, beide achterpoten en een derde linkermiddenvoetsbeen. Het betreft een oud individu. Aanvullende fragmenten uit andere vindplaatsen zijn aan de soort toegewezen.

Beschrijving De lengte van het holotype is geschat op zeven meter. Het kan zijn dat het een geval is van dwergvorming.

Een aantal onderscheidende kenmerken is aangegeven. Daaronder zijn drie autapomorfieën, unieke afgeleide eigenschappen. Minstens één voorste chevron heeft gespleten gewrichtsfacetten. Het kuitbeen heeft een goed ontwikkelde kam op de voorste binnenzijde. Het kuitbeen heeft een min of meer driehoekige epifyse aan de onderzijde.

Daarnaast is er een unieke combinatie van op zich niet unieke kenmerken. Die omvatten een inkeping op de achterste gewrichtsuitsteeksels, een hoornvormige kam op het doornuitsteeksel van de voorste staartwervels, een overgang van platycoele naar procoele gewrichtsfacetten bij de achterste staartwervels en een diep holle inkeping in het voorvlak van het onderste scheenbeen.

Fylogenie Ceratocaudia is basaal in de Macronaria geplaatst onder Galveosaurus in de stamboom, als een van de oudste soorten in die positie.

Levenswijze De kleine planteneter Ceratocaudia verdedigde zich vermoedelijk met zijn staartkam tegen roofdieren. Welke dat waren, is onzeker.

Literatuur

Categorie:Sauropoda