SS William A. Irvin is een vrachtschip voor de Grote Meren in Noord-Amerika. Het schip maakte deel uit van de vloot van U.S. Steel en werd voornamelijk gebruikt voor het transport van ijzererts. Vanaf de tewaterlating in 1938 tot 1975 was ze het vlaggenschip van de vloot. In 1978 werd ze buiten dienst gesteld. Na een renovatie ligt het afgemeerd in Duluth in de staat Minnesota en is een museumschip.
Beschrijving De SS William A. Irvin is 186 meter lang, 18 meter breed en steekt 210 meter diep. Er kon tot 14.000 ton ijzererts mee, als taconiet of als ruw ijzererts rechtstreeks uit de mijnen. Ongeveer 90% van de lading bestond uit taconiet, en incidenteel werd ook steenkool of kalksteen vervoerd. Er zijn 18 luiken op het dek en drie ruimen. Het laden duurde 3 tot 4 uur en het lossen met Hulett-kranen, die per keer 10-15 ton erts konden ophalen.
Vanwege de representatieve functie was de William A. Irvin een van de weinige grote schepen met een boegkajuit met een extra verdieping. Het extra dek bood plaats aan een vier hutten voor de gasten en een lounge. Verder was er achter de kajuit, ter hoogte van het tweede luik, een aparte eetkamer. Deze delen van het schip zijn afgewerkt met eikenhouten lambrisering en walnootfineer met messing leuningen.
De William A. Irvin en haar zusterschepen behoorden tot de eerste schepen die werden aangedreven door DeLaval Cross stoomturbines. Andere schepen waren meestal uitgerust met een triple-expansie stoommachines. De motoren stonden aan de achterzijde van het schip. Elke motor had een vermogen van 2300 pk. De steenkool werd opgeslagen in een kolenbunker die direct boven de stoomketelruimte lag en deze had een capaciteit van 266 ton.
Loopbaan De William A. Irvin werd op 21 november 1937 te water gelaten op de scheepswerf van de American Ship Building Company in Lorain (Ohio). Het schip werd gedoopt door Gertrude Irvin, de vrouw van William Irvin. William A. Irvin was de vierde president van U.S, Steel en tevens voorzitter van de raad van bestuur. Haar eerste reis begon op 25 juni 1938. De William A. Irvin was het eerste schip van een serie van vier, de andere drie voeren onder de namen Governor Miller, John Hulst en Ralph H. Watson. De bouwkosten waren gemiddeld US$ 1,3 miljoen per schip. Alle zusterschepen zijn gesloopt.
Naast het transport van ijzererts had de William A. Irvin ook een belangrijke representatieve functie. Zij vervoerde veel bedrijfsgasten, hiervoor kreeg ze extra ruimten om de gasten naar behoren te ontvangen en was luxer uitgevoerd dan haar zusterschepen. Ze voer haar hele carrière voor de Pittsburgh Steamship Company, een bedrijfsonderdeel van U.S. Steel. Bij de bouw was het een groot schip, maar toen ze in 1978 definitief werd uitgefaseerd was de William A. Irvin relatief klein. Er waren inmiddels schepen van 1000 voet (circa 305 meter) lang in de vaart gekomen.
De William A. Irvin lag vervolgens acht jaar in West Duluth totdat het Duluth Entertainment Convention Center haar voor US$ 110.000 kocht voor een uitbreiding van hun congrescentrum aan de waterkant van Duluth. Het schip werd opgeknapt voor de nieuwe functie en kreeg een plaats bij de Aerial Lift Bridge.
In oktober 2019 kreeg ze een nieuwe plek bij de Minnesota Slip Bridge.
Foto's
Zie ook Meteor (schip, 1896) Col. James M. Schoonmaker (schip, 1911)
Categorie:Museumschip Categorie:Museum in Minnesota Irvin