De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) is een Nederlandse wet die een toelatingsstelsel invoert voor uitzendbureaus en andere ondernemingen die arbeidskrachten ter beschikking stellen (uitleners). De wet wijzigt de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) en bepaalt dat uitleners alleen arbeidskrachten ter beschikking mogen stellen als zij daartoe door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) zijn toegelaten. Inleners mogen op hun beurt alleen arbeidskrachten inlenen van toegelaten uitleners.
De wet beoogt misstanden in de uitzendsector tegen te gaan en de positie van ter beschikking gestelde arbeidskrachten, in het bijzonder arbeidsmigranten, te verbeteren. Daarnaast moet de wet een gelijk speelveld creëren voor uit- en inleners. De Wtta werd op 11 november 2025 door de Eerste Kamer aangenomen en treedt grotendeels op 1 januari 2027 in werking. De uitvoering is belegd bij de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU), een nieuw organisatieonderdeel van het ministerie van SZW.
Aanleiding: rapport-Roemer Sinds de afschaffing van de uitzendvergunning bij de invoering van de Waadi in 1998 was de uitzendsector hoofdzakelijk gereguleerd via zelfregulering, onder meer via het vrijwillige keurmerk van de Stichting Normering Arbeid (SNA, sinds 2006). Fraude en misstanden bleven echter een probleem.
In mei 2020 stelde het kabinet-Rutte III het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten in onder leiding van Emile Roemer, mede naar aanleiding van misstanden die tijdens de coronapandemie zichtbaar werden rond de werk- en woonomstandigheden van arbeidsmigranten. Op 30 oktober 2020 presenteerde het aanjaagteam zijn eindrapport Geen tweederangsburgers. Aanbevelingen om misstanden bij arbeidsmigranten in Nederland tegen te gaan, in de praktijk vaak aangeduid als het "rapport-Roemer".
Het rapport bevatte circa vijftig aanbevelingen. Voor de uitzendsector adviseerde het aanjaagteam onder meer een verplicht certificeringsstelsel voor uitzendbureaus, met als elementen een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor bestuurders en een waarborgsom van 100.000 euro. De Sociaal-Economische Raad en de Tweede Kamer riepen op de aanbevelingen over te nemen; het coalitieakkoord van het kabinet-Rutte IV (2021) nam de uitvoering van het rapport-Roemer op.
Totstandkoming Oorspronkelijk wetsvoorstel: verplichte certificering Ter uitvoering van de aanbeveling van het aanjaagteam werkte het kabinet aanvankelijk een wetsvoorstel uit onder de naam Wet verplichte certificering voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten. Dit voorstel voorzag in een publiek-privaat stelsel: een nieuw op te richten privaatrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan (de "certificerende instelling") zou certificaten verlenen en het normenkader vaststellen, private inspectie-instellingen zouden certificaathouders periodiek controleren, en de Nederlandse Arbeidsinspectie zou toezien op de naleving van de certificeringsplicht. Het voorstel sloot daarmee aan bij de bestaande vrijwillige SNA-certificering. Het conceptwetsvoorstel werd op 12 december 2022 voor advies aanhangig gemaakt bij de Raad van State.
Advies van de Raad van State De Afdeling advisering van de Raad van State bracht in maart 2023 een kritisch advies uit. De Afdeling onderschreef de wenselijkheid van een effectief toetredingsmechanisme tot de uitleenmarkt, maar vond de keuze voor een verplicht certificeringsstelsel in plaats van een vergunningstelsel onvoldoende overtuigend gemotiveerd. Zij wees daarbij op de tegenvallende ervaringen met het bestaande private toezicht via het SNA-keurmerk en op het kabinetsbeleid om terughoudend te zijn met nieuwe (privaatrechtelijke) zelfstandige bestuursorganen. Zij adviseerde het wetsvoorstel eerst aan te passen en dan pas in te dienen.
Omvorming tot toelatingsstelsel en parlementaire behandeling Naar aanleiding van het advies werd het stelsel ingrijpend gewijzigd: het publiek-private certificeringsstelsel werd omgevormd tot een publiek toelatingsstelsel, waarbij de toelating van uitleners een taak van de minister van SZW werd en de oprichting van een privaatrechtelijke certificerende instelling verviel. Het hernoemde wetsvoorstel (Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten, Kamerdossier 36 446) werd op 6 oktober 2023 door minister Karien van Gennip bij de Tweede Kamer ingediend.
Het wetsvoorstel werd op 11 april 2025 door de Tweede Kamer en op 11 november 2025 door de Eerste Kamer aangenomen. De wet werd op 24 november 2025 gepubliceerd in het Staatsblad (Stb. 2025, 385).
Inhoud Kern van de wet is een toelatingsplicht: het is uitleners verboden om zonder toelating arbeidskrachten in Nederland ter beschikking te stellen, en het is inleners verboden om arbeidskrachten in te lenen van een niet-toegelaten uitlener (inleenverbod). Toegelaten uitleners worden opgenomen in een openbaar register.
Om te worden toegelaten moet een uitlener: een verklaring omtrent het gedrag voor rechtspersonen (VOG RP) overleggen; een waarborgsom van 100.000 euro storten (voor startende uitleners geldt bij een voorlopige toelating een bedrag van 50.000 euro); met een rapport van een aangewezen inspectie-instelling aantonen dat wordt voldaan aan het normenkader, dat is gebaseerd op de bestaande SNA-norm (NEN 4400-1/2) en aanvullende eisen bevat, onder meer over juiste beloning.
Aangewezen private inspectie-instellingen controleren periodiek of toegelaten uitleners aan het normenkader blijven voldoen. De Nederlandse Arbeidsinspectie houdt toezicht op de naleving van de toelatingsplicht en het inleenverbod en kan bestuurlijke boetes opleggen. Er geldt overgangsrecht: uitleners die op 30 juni 2027 beschikken over een geldig SNA-keurmerk hoeven bij hun aanvraag eenmalig geen inspectierapport te overleggen; de overige voorwaarden (VOG en waarborgsom) blijven wel van toepassing.
Invoering De invoering van het stelsel is meermaals uitgesteld, onder meer vanwege de benodigde opbouw van de uitvoeringsorganisatie; de Tweede Kamer werd hierover geïnformeerd in voortgangsbrieven van 25 oktober 2024 en 23 januari 2025. In april 2025 stelde het kabinet de beoogde inwerkingtredingsdatum vast op 1 januari 2027.
Bij besluit van 24 juni 2026 (Stb. 2026, 159) is de inwerkingtreding gefaseerd vastgesteld: per 1 juli 2026: onder meer de bepalingen over de aanwijzing van inspectie-instellingen, het overgangsrecht en gegevensdeling; per 1 januari 2027: het toelatingsstelsel zelf; per 1 januari 2028: de bepalingen over toezicht en handhaving van de toelatingsplicht.
Bestaande uitleners kunnen zich tussen 1 november en 31 december 2026 registreren bij de NAU en kunnen van 1 mei tot en met 30 juni 2027 hun toelating aanvragen. Vanaf 1 januari 2028 handhaaft de Nederlandse Arbeidsinspectie de toelatingsplicht.
Uitvoering: Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt De wet wordt namens de minister van SZW uitgevoerd door de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU), een daartoe opgericht organisatieonderdeel van het ministerie van SZW. De NAU behandelt aanvragen om toelating en om ontheffing van de toelatingsplicht, beheert het openbaar register van toegelaten uitleners en wordt gefinancierd uit leges die uitleners betalen.
Externe links Dossier 36.446 bij de Eerste Kamer Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt Kamerstukken in dossier 36446
Categorie:Nederlandse wet Categorie:Arbeidsrecht