Aidos (Oudgrieks: Αἰδώς) was de Griekse personificatie van schaamte of bescheidenheid. Aidos was het gevoel van eerbied of schaamte dat men ervan weerhoudt om verkeerde dingen te begaan. Het omvat ook het gevoel dat een rijk persoon kan voelen in de buurt van armen, dat hun ongelijkheid van rijkdom, als dat nu was door geluk of verdienste, onverdiend was. Oude en christelijke bescheidenheid hebben verschillende gelijkenissen: ze weigeren beide egoïsme, egocentrisme, arrogantie, en overdreven trots en ze erkennen allebei menselijke limieten. Aristoteles beschreef het als een middenweg tussen ijdelheid en lafheid.

Mythologie Volgens de Griekse mythologie was Aidos na de gouden eeuw de laatste godin om de aarde te verlaten. Ze was goed bevriend met Nemesis, de godin van de rechtvaardige wraak en gelijkheid. Er wordt ook beweerd dat Prometheus, een Titaan, haar zoon zou zijn.

Ze verschijnt in verschillende toneelstukken van die tijd, waaronder Prometheus geboeid van Aeschylus, Iphigeneia in Aulis van Euripides, en Koning Oedipus van Sophocles.

In Athene en Sparta waren er altaren gewijd aan Aidos.

Categorie:Griekse personificatie