Eugène Joseph Marie Paul Mertens de Wilmars (Kruibeke, 20 juli 1889 – Antwerpen, 23 november 1970) was een Belgisch burgerlijk mijningenieur, hoogleraar in de industriële scheikunde en chemische technologie, reserveofficier en verzetsman. Hij doceerde aan de toen nog tweetalige Katholieke Universiteit Leuven en verwierf bekendheid door zijn onderzoek naar de verwerking en valorisatie van steenkool.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Mertens de Wilmars medeoprichter en leider van de Nationale Koninklijke Beweging (NKB; Frans: Mouvement national royaliste, MNR). Deze beweging ontstond uit kringen van voormalige Rexisten die de collaboratiepolitiek van Rex en het Vlaamsch Nationaal Verbond verwierpen. Onder zijn leiding combineerde de NKB verzet tegen de bezetter en de collaboratie met rechts-autoritaire, antiparlementaire en uitgesproken leopoldistische denkbeelden. Na zijn arrestatie in augustus 1942 werd hij als leider opgevolgd door generaal Ernest Graff.

Opleiding en academische loopbaan Mertens de Wilmars behaalde kort voor de Eerste Wereldoorlog aan de Katholieke Universiteit Leuven het diploma van burgerlijk mijningenieur. Zijn academische loopbaan in Leuven begon in 1922, toen hij tot docent werd benoemd. Hij gaf onderwijs aan zowel de Nederlandstalige als de Franstalige afdeling van de destijds unitaire universiteit. In 1959 ging hij met emeritaat, al zette hij zijn onderwijsactiviteiten nog enkele jaren voort.

Hij was verantwoordelijk voor de leerstoel industriële scheikunde aan de Leuvense ingenieursscholen. Onder invloed van ontwikkelingen in de Verenigde Staten hielp hij dit vakgebied te verbreden tot de moderne chemische technologie. In zijn onderwijs introduceerde hij onder meer het concept van fysische en chemische eenheidsbewerkingen en de studie van warmte-, massa- en impuls­overdracht. Deze benadering moest ingenieurs in staat stellen industriële chemische processen en reactoren systematischer te ontwerpen en te optimaliseren.

Mertens de Wilmars verrichtte vooral onderzoek naar steenkool. Hij hield zich bezig met lagetemperatuurdestillatie, hydrogenering, vergassing en verkoling. In 1951 bekleedde hij de Francquileerstoel aan de Universiteit Gent. Daarnaast trad hij op als deskundige voor onder meer het Nationaal Instituut voor de Steenkoolnijverheid, de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal.

Ook onderzocht hij mogelijke energie- en grondstoffenbronnen in het toenmalige Belgisch-Congo. Daaronder vielen de productie van motorbrandstof uit palmolie, de verwerking van oliehoudende leisteen en het industriële gebruik van kopal. Deze werkzaamheden vonden gedeeltelijk plaats in samenwerking met andere Leuvense onderzoekers en met steun van wetenschappelijke onderzoeksinstellingen.

Militaire loopbaan Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog meldde Mertens zich op 2 augustus 1914 als vrijwilliger bij het Belgisch leger. Hij nam deel aan de gevechten aan de IJzer en aan het bevrijdingsoffensief van 1918.

Als reserveofficier bleef hij ook tijdens het interbellum aan het leger verbonden. Bij de mobilisatie van 1939 had hij de rang van majoor en kreeg hij het bevel over het 11e bataljon transmissietroepen. Zijn eenheid werd tijdens de Achttiendaagse Veldtocht vermeld in de dagorders van de divisie en het leger.

Nationale Koninklijke Beweging

Ontstaan en politieke achtergrond De Nationale Koninklijke Beweging ontstond in het najaar van 1940 uit een rexistische jeugdgroep in de omgeving van Aarschot. Tot de initiatiefnemers behoorden Lucien Meyer en Theo Simon. Zij keerden zich tegen de keuze van Rex en het Vlaamsch Nationaal Verbond voor samenwerking met de Duitse bezetter en brachten hun groep in contact met Mertens de Wilmars.

Mertens de Wilmars was zelf vóór de oorlog bij Rex betrokken geweest en werd door historici omschreven als een voormalige Rexist en een uitgesproken aanhanger van koning Leopold III. Historicus Alain Colignon karakteriseert hem als iemand met een „rechts-autoritair signatuur” en noemt hem het strategische hoofd van de beweging.

Van oktober 1940 tot de zomer van 1941 was de organisatie vooral actief in de omgeving van Leuven en Aarschot. Zij wierf aanvankelijk voornamelijk studenten en onderofficieren. Een van haar doelstellingen was jongeren weg te houden van het VNV en van openlijke collaboratie. Om de Duitse autoriteiten te misleiden deed de organisatie zich voor als een gymnastiek- en vormingsvereniging onder de naam „Naar Kultuur en Bekwaming”, waarvan de beginletters eveneens NKB vormden.

In juli 1941 trad de bezetter tegen de organisatie op. Meyer werd gearresteerd, brochures werden in beslag genomen en de beweging werd verboden. De NKB zette haar werkzaamheden vervolgens clandestien voort en breidde zich uit naar andere delen van Vlaanderen en naar Brussel. Zij trok ook personen uit katholieke en militaire kringen aan, onder wie prins Eugène de Ligne, generaal Ernest Graff, majoor Monteyne en kapitein Van Nooten.

Ideologie De vroege NKB was niet uitsluitend een militaire verzetsorganisatie, maar had tevens een politiek programma voor de naoorlogse inrichting van België. De leiding streefde naar een autoritair bewind onder leiding van de koning en wees het vooroorlogse parlementaire partijstelsel af. Deze denkbeelden werden uiteengezet in de clandestiene brochure De grondbeginselen van de NKB uit 1941.

Van Doorslaer, Verhoeyen en Van de Vijver plaatsen deze opvattingen binnen een bredere conservatieve en autoritaire stroming die tijdens de bezetting zowel in bepaalde verzetskringen als in collaborerende bewegingen voorkwam. De NKB keerde zich tegen de politieke erfenis van de Franse Revolutie en verwierp het beginsel van maatschappelijke gelijkheid. Colignon omschrijft de beweging in haar beginperiode eveneens als uitgesproken autoritair en antiparlementair. Naarmate zij zich uitbreidde en vooraanstaande katholieke en militaire figuren aantrok, werden deze standpunten gedeeltelijk afgezwakt.

De koningsgezindheid van de NKB moet mede worden gezien tegen de achtergrond van de positie van Leopold III, die na de Belgische capitulatie in mei 1940 in België was gebleven. De beweging zag de koning als het middelpunt van de staat en als de aangewezen leider van een vernieuwd naoorlogs politiek bestel.

Leiderschap, arrestatie en verder verzet De algemene leiding van de NKB berustte bij Mertens de Wilmars. Onder zijn leiding bouwde de beweging een netwerk op in studenten-, katholieke en militaire milieus. Zij ontwikkelde daarnaast contacten met andere organisaties die zich voorbereidden op een geallieerde landing en op militaire actie bij de bevrijding.

Mertens de Wilmars werd in augustus 1942 door de Duitse autoriteiten gearresteerd. Hij werd veroordeeld en gevangengezet. Na zijn arrestatie nam generaal Ernest Graff de leiding van de NKB over. De beweging kreeg onder haar latere leiding een uitgebreider clandestien en militair netwerk. Activiteiten die de NKB na augustus 1942 ontplooide, kunnen daarom niet zonder meer persoonlijk aan Mertens de Wilmars worden toegeschreven.

Na zijn vrijlating was Mertens de Wilmars vanaf 1943 verbonden aan een Belgische inlichtingen- en actiedienst, in de biografische literatuur aangeduid als de Service de Renseignements et d’Action. Over de precieze aard en omvang van zijn werkzaamheden binnen deze dienst bevat de gepubliceerde literatuur slechts beperkte informatie.

Na de Tweede Wereldoorlog Na de oorlog hervatte Mertens de Wilmars zijn wetenschappelijke en academische werkzaamheden. Hij bleef zich bezighouden met industriële scheikunde, energievoorziening en de verwerking van vaste brandstoffen. Bij de opening van het Leuvense Instituut voor Chemische Technologie in Heverlee in 1955 werd hij geëerd als bevorderaar van het onderwijs in de chemische technologie.

In het midden van de jaren 1950 werd hij in de erfelijke adel opgenomen en nam hij de naam Mertens de Wilmars aan.

Mertens de Wilmars werd in 1953 geassocieerd lid en in 1957 volwaardig lid van de Koninklijke Academie voor Overzeese Wetenschappen. In 1961 was hij voorzitter van deze instelling. In de jaren 1960 hield hij zich onder meer bezig met energievraagstukken in ontwikkelingslanden en met onderzoek naar brandstofcellen.

Hij overleed op 23 november 1970 in Antwerpen.

Archief en portret Het familiearchief Mertens de Wilmars wordt bewaard door KADOC, het Documentatie- en Onderzoekscentrum voor Religie, Cultuur en Samenleving van de KU Leuven. Het archief beslaat zeven strekkende meter en bevat onder meer lesvoorbereidingen, wetenschappelijke stukken, correspondentie, documenten over zijn legerdienst en stukken betreffende de Nationale Koninklijke Beweging. Raadpleging is mogelijk na toestemming van de bewaargever.

Een door Anne Rutten geschilderd academisch portret van Mertens de Wilmars bevindt zich in de Universiteitshal van de KU Leuven. Het portret was een geschenk van oud-studenten en werd in 2017 door zijn familie aan de universiteit geschonken.

Historiografische duiding De historiografie behandelt de rol van Mertens de Wilmars binnen het verzet niet los van zijn vooroorlogse politieke achtergrond. Zijn afwijzing van de collaboratie en zijn betrokkenheid bij clandestiene activiteiten betekenden geen onmiddellijke breuk met het autoritaire en antiparlementaire gedachtegoed dat in de vroege NKB aanwezig was. De beweging ontstond juist uit voormalige rexistische milieus die de Duitse bezetting en de collaboratie afwezen, maar aanvankelijk een autoritaire, door de koning geleide staat voorstonden.

Daarmee nam Mertens de Wilmars binnen het Belgische verzet een positie in die zowel door zijn koningsgezindheid en verzet tegen de bezetter als door zijn rechts-autoritaire politieke opvattingen werd bepaald. De latere ontwikkeling van de NKB tot een bredere verzetsorganisatie vond gedeeltelijk plaats nadat hij in augustus 1942 was gearresteerd en de leiding had overgedragen aan Graff.

Categorie:Belgisch verzet in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Belgisch hoogleraar Categorie:Belgisch verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog