Ernest Graff was een Belgisch generaal-majoor en verzetsleider tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de Duitse inval van mei 1940 was hij commandant van de infanterie van de Belgische 6e Infanteriedivisie. Vanaf mei 1942 stond hij aan het hoofd van de Nationale Koninklijke Beweging (NKB), in het Frans Mouvement national royaliste (MNR). Onder zijn leiding ontwikkelde de aanvankelijk hoofdzakelijk politiek-royalistische organisatie zich nadrukkelijker tot een tegen de Duitse bezetter gerichte verzetsbeweging.
Militaire achtergrond Graff diende als officier in het Belgisch Leger. Bij het begin van de Achttiendaagse Veldtocht in mei 1940 had hij de rang van generaal-majoor en was hij binnen de 6e Infanteriedivisie verantwoordelijk voor de infanterie. Ook het Amerikaanse ministerie van Oorlog duidde hem in een besluit uit 1946 aan als Major General van het Belgische leger.
Nationale Koninklijke Beweging
Toetreding en opvolging van Mertens de Wilmars De NKB ontstond begin 1941 in kringen van voormalige rexisten die zich tegen de collaboratiekoers van hun vroegere politieke omgeving keerden. De eerste leiding stond onder invloed van professor Eugène Mertens de Wilmars. De beweging combineerde koningsgezindheid aanvankelijk met autoritaire, corporatistische en antiparlementaire opvattingen. Naarmate zij haar oorspronkelijke politieke programma enigszins matigde, kon zij ook vooraanstaande christelijke politici en militairen aantrekken, onder wie de generaals Ernest Graff en Louis Boël.
Graff maakte aanvankelijk deel uit van het directorium van de beweging. Nadat de Duitse bezetter Mertens de Wilmars in mei 1942 had gearresteerd, volgde Graff hem op als nationaal leider. Een medewerker van het hoofdkwartier, Charles Decamps, verklaarde dat hij vanaf juni 1942 rechtstreeks aan Graff ondergeschikt was.
Koerswijziging en verzetsactiviteiten Historici Claire Pahaut en Fabrice Maerten stellen dat Graff de NKB na zijn aantreden duidelijker in anti-Duitse richting stuurde. De beweging was vooral aanwezig in Vlaanderen en Brussel en hield zich onder zijn nationale leiding bezig met het verzamelen van inlichtingen, het uitgeven en verspreiden van clandestiene publicaties en beperkte sabotage. Tot de ondergrondse publicaties behoorde het in Leuven vervaardigde blad Vrij Volk.
NKB-leden hielpen daarnaast Joden, geallieerde piloten en onderduikers die zich aan de verplichte tewerkstelling in Duitsland probeerden te onttrekken. Voor deze laatste activiteit kon de beweging gebruikmaken van contacten met de Vlaamse christelijke arbeidersbeweging. De leiding bestond grotendeels uit militairen met autoritaire en corporatistische denkbeelden, terwijl de achterban volgens Pahaut en Maerten hoofdzakelijk uit conservatieve en katholieke Vlamingen bestond die zich tegen de bezetter keerden.
Samenwerking met andere verzetsformaties De NKB zocht onder Graff samenwerking met militaire verzetsorganisaties. Zij werkte enige tijd met de latere Geheime Leger aan een actieplan voor de bevrijding. Toen kolonel Charles Claser in 1942 leden zocht voor het Corps Franc Belge d’Action Militaire, ging de NKB op zijn verzoek tot samenwerking in. Dit leidde echter niet tot een volledige opname van de NKB in het Belgisch Legioen of het latere Geheim Leger.
Bevrijding Tijdens de bevrijding in september 1944 werden verschillende NKB-eenheden gemobiliseerd. De beweging speelde vooral in Antwerpen een rol bij de strijd om en de bescherming van de haven. Pahaut en Maerten schatten dat meer dan 160 leden tijdens de bezetting werden terechtgesteld of in gevangenschap omkwamen en dat ongeveer honderd leden tijdens de bevrijdingsgevechten sneuvelden, in het bijzonder in Antwerpen.
De bijdrage van de Antwerpse NKB-eenheden aan de bevrijding werd ook buiten de beweging erkend. Dat betekende echter niet dat de volledige NKB na de oorlog als gewapende verzetsorganisatie werd erkend. Aanvankelijk verkregen slechts enkele plaatselijke actiegroepen die status. De politieke en rexistische oorsprong van de beweging bleef daarbij een punt van discussie.
Naoorlogse activiteiten en beoordeling Graff bleef na de bevrijding als nationaal chef met de NKB en haar oud-ledenorganisaties verbonden. In de naoorlogse Nationale Unie van de Weerstand werd de NKB geregeld bekritiseerd vanwege politieke uitspraken tijdens manifestaties en vanwege de houding van Graff. Hij zetelde zelf niet in de Unie; zijn adjunct Joseph Dekais vertegenwoordigde er de beweging.
Graff trad later op als nationaal vereffenaar van de NKB. In die functie behandelde hij onder meer interne administratieve kwesties, erkenningsdossiers en de toekenning van graden en onderscheidingen aan voormalige verzetsleden. Zijn archief kwam naderhand in het bezit van zijn opvolger Eugène Colson en wordt bewaard bij het CegeSoma, onderdeel van het Rijksarchief in België.
De geschiedschrijving beoordeelt Graffs leiderschap tegen de achtergrond van de ontwikkeling van de NKB. Zijn aantreden betekende een verschuiving van een in hoofdzaak autoritair en koningsgezind politiek project naar concretere anti-Duitse verzetsactiviteiten. Tegelijkertijd verdwenen de autoritaire, corporatistische en uitgesproken royalistische kenmerken van de beweging niet volledig. Na de oorlog droegen die politieke erfenis en Graffs optreden tijdens de Koningskwestie bij aan conflicten binnen de georganiseerde verzetswereld.
Onderscheiding In mei 1946 kende het Amerikaanse ministerie van Oorlog Graff de Legion of Merit toe wegens verdienstelijke diensten. In het besluit werd uitdrukkelijk verwezen naar zijn lidmaatschap van de Belgische verzetsbeweging Mouvement national royaliste.
Externe link Nationale Koninklijke Beweging in de databank Resistance in Belgium van het Rijksarchief
Categorie:Belgisch militair Categorie:Belgisch verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog