rechts|kaderloos|275x275px Dit artikel handelt over de geschiedenis van de Belgische stad Sint-Niklaas.

Ontstaan en vroege geschiedenis miniatuur|Standbeeld op de Grote Markt dat Johanna van Constantinopel en Margaretha II van Vlaanderen uitbeeldt

Vroegste bewoning Een exacte datum voor het ontstaan van Sint-Niklaas bestaat er niet, door het ontbreken van geschreven bronnen en archeologische sporen.Demey, A.; De Belie, A.; Bogaert, A.; Duys, A.; Van der Gucht; A.; Van den Branden, J.; Grumiau, D.; Van Roeyen, J. (2000) Stad in de tijd. Sint-Niklaas:Van Lijsebetten n.v. Er zijn sporen van voor-Romeinse activiteiten gevonden op het grondgebied van het huidige Sint-Niklaas. De eerste bewoning op grondgebied van de stad bevond zich naar alle waarschijnlijk op het hoogstgelegen gebied, nabij Heimolen. Daar zijn vuurstenen ontdekt, net zoals twee urnenvelden uit de vroege ijzertijd. Een hypothese bestaat dat de kern van de bevolking gaandeweg meer naar het noorden opschoof, naar waar het huidige centrum van de stad ligt.

Romeinse en Frankische Rijk Het Romeinse Rijk bezette het Waasland naar alle waarschijnlijk kort na de verovering van Gallië door Julius Caesar tot de vierde eeuw na Christus. Het regionale centrum lag toen in het nabijgelegen Waasmunster, vermoedelijk vanwege de betere ligging aan de rivier de Durme. Op het grondgebied van Sint-Niklaas zijn wel schaarse archeologische sporen ontdekt van Gallo-Romeinse bewoning. Zo is er o.a. in de wijk rond het Paddenschoothof een Romeinse waterput gevonden, en geldstukken nabij Kasteel Walburg en de Monseigneur Stillemansstraat.

Op het einde van de Romeinse periode veroverden de Franken het Waasland. Dit ging waarschijnlijk gepaard een verwoesting van de bestaande nederzettingen. De Franken vestigden zich langs de rivieren Durme en Schelde en deinden later uit naar het noorden, waardoor het grondgebied van Sint-Niklaas weer werd aangedaan.

Stichting van de parochie In de 13e eeuw ontstaat er een nieuwe bewoningskern rond een zandige vlakte op een platte heuvel (de huidige Grote Markt) in het Koningsforeest. Die plaats lag op de kruising van wegen tussen Antwerpen en Gent (oost-west) enerzijds, en tussen Hulst en Dendermonde en Aalst (noord-zuid) anderzijds. Vanuit dezelfde plek vertrok ook een weg naar Temse en de Schelde. Dit kruispunt maakte het dan ook een gunstige plek voor reizende handelaars. In de dorpskern rond het plein lagen in die beginjaren reeds verschillende straten, met name de huidige Kokkelbeekstraat, Dalstraat, Ankerstraat, Kalkstraat, Plezantstraat, Hofstraat en (Grote en Kleine) Peperstraat. In 1217 richt de bisschop van Doornik Gozewijn, op advies van de pastoor van Waasmunster, een parochie op voor de heilige Nicolaas van Myra. Deze patroonheilige duidt op het handelskarakter van de nederzetting.Laevaert, L. (1966). Stad Sint-Niklaas. Bijdrage tot de geschiedenis van de wijken, straten, pleinen, huizen en markt. Antwerpen: De Fraula

In 1219 schonk gravin Johanna van Constantinopel zes bunders 'woestine' ten oosten van de latere kerk aan de nieuwe, zelfstandige parochie, de zogenaamde priesteragie of papenakkers. Op 30 juni 1236 legde de aartsdiaken van het bisdom Willem Van Bijgaarden, samen met kanunnik Nicolaas, de exacte grenzen van de parochie vast. De eerste, houten, parochiekerk, de Sint-Nicolaaskerk, werd ingewijd in 1238 in aanwezigheid van bisschop Walter van Marvis. Hiervoor hebben de eerste pastoor, Hendrik Van der Burcht, en ridder Dirk Champenois aanzienlijke inspanningen verricht. De Sint-Nicolaasparochie was tot medio 16e eeuw kerkrechtelijk afhankelijk van het bisdom Doornik. Staatsrechtelijk was het onderdeel van het Land van Waas, op zijn beurt deel van het graafschap Vlaanderen.

Keure van het Land van Waas

In 1241 werd Sint-Niklaas door gravin Johanna in de 'Keure van het Land van Waas' tot administratief centrum van het Waasland gepromoveerd. De exacte reden voor de keuze voor de jonge parochie is onbekend. Plaatsen als Waasmunster en Lokeren hadden meer inwoners en Beveren en Temse waren zetels van belangrijke heerlijkheden. Vermoed wordt dat de centrale ligging in de regio een rol speelde, eveneens als een tegengewicht tegen de machtige heren van Beveren. Verschillende heerlijkheden op het grondgebied van de parochie behoorden namelijk tot het Land van Beveren. Bovendien hadden de heren bij momenten een moeilijke verstandhouding met het grafelijke gezag, en lieten zij zich meermaals aanspreken als 'heer van Waas'.

Door de Keure ontstonden er drie schepenbanken: Het Hoofdcollege met zeven Hoogschepenen, onder leiding van een Hoogbaljuw. Andere schepenbanken van het Land van Waas waren ondergeschikt aan dit college. De schepenbank van de parochie, onder leiding van een meier, met een vierschaar voor de parochies van Sint-Niklaas en Nieuwkerken. Vier van de zeven schepenen kwamen uit Sint-Niklaas, drie uit Nieuwerken. De schepenbank van de heerlijkheid van het 'Beversche', wiens territorium ten westen van de markt lag.

miniatuur|Het Kasteel Walburg, het leenhof van de gelijknamige heerlijkheid Binnen de parochiegrenzen lagen vier heerlijkheden, met elk hun eigen leenhof: Puymbeke, Aarschot, Paddenschoot en Walburg.

Het Hoofdcollege was het overkoepelende orgaan van de verschillende parochiebesturen van de kasselrij Waasland, en regelde bestuurszaken maar ook straf- en privaatrechtelijke kwesties. Bestuursleden van de parochiale overheid en het college werden gekozen uit vooraanstaande Wase families. Tot de voornaamste families behoorden Zaman, De Jonghe en De Maere.Inventaire général analytique des archives de la ville et de l'église primaire de Saint-Nicolas (Waes) publié sous les auspices du gouvernement; Maison Muquardt, H. Merzbach, successeur, 1872

Schenking Grote Markt Een oorkonde uit 1248 beschrijft dat Margharetha II, gravin van Vlaanderen zes bunders grond ten westen van de kerk aan de parochie schonk. Dit werd de huidige Grote Markt. In de oorkonde werd als voorwaarde gesteld dat deze grond voor altijd onverdeeld en onbebouwd moesten blijven. Desondanks werden er drie grote inbreuken gepleegd, waaronder de bouw van het tweede stadhuis en de bouw van een nieuwe kerk in de 19e eeuw. Deze voorwaarde verklaart de ongewoon grote omvang van het marktplein vandaag, ook is de huidige oppervlakte van de oppervlakte bijna twee keer zo klein dan de originele.

14e eeuw tot 17e eeuw left|thumb|Sint-Niklaas in de eerste helft van de 17e eeuw (afbeelding uit Flandria Illustrata - 1641) Sint-Niklaas is nooit ommuurd geweest, waardoor ze steeds makkelijk te veroveren was. In 1381 bijvoorbeeld, tijdens de Gentse Opstand, werd de stad geteisterd door brand en plundering. De ligging niet ver van de Schelde, tussen Antwerpen en Gent, zorgde steeds voor een snel herstel.

In 1419 kwam de nieuwe graaf van Vlaanderen, Filips de Goede, naar Sint-Niklaas en beloofde onder een lindeboom op het marktplein de Keure te eerbiedigen. Opvolgers Karel de Stoute en Filips de Schone bezochten eveneens de stad en zwoeren dezelfde eed in respectievelijk 1467 en 1497.

In 1513 werden door keizer Maximiliaan I marktrechten verleend die Sint-Niklaas toestonden wekelijks een markt te organiseren, eveneens als het voortzetten van de jaarmarkt. De stad betaalde hiervoor 148 ponden. In 1559 kwam Sint-Niklaas af te hangen van het pas opgerichte bisdom Gent door de pauselijke bul Super Universas.

Tachtigjarige Oorlog De Tachtigjarige Oorlog was een crisisperiode voor Sint-Niklaas. De stad en de omliggende regio werden bij tijd en stond bezocht door de Spanjaarden en de opstandelingen, met de nodige (economische) schade tot gevolg. Zo werd de stad bezet door calvinisten van de Gentse Republiek. In 1578 veroorzaakten rondtrekkende beeldenstormers uit Gent hevige schade aan de kerk waardoor enkel kale muren overbleven. In oktober 1583 nam Alexander Farnese het Waasland in, waarbij het katholicisme werd hersteld.Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. (1978). Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (nieuwe reeks), jaargang 1978. Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. De Sint-Nicolaaskerk werd in april 1584 opnieuw geconsacreerd door bisschop Remi Drieux.

In 1591, tijdens het Beleg van Hulst, werden gesneuvelden en gewonden overgebracht naar Sint-Niklaas. Het kerkgebouw werd hierbij ingezet als militair hospitaal en het bijhorende kerkhof als begraafplaats. Het dodental was hoog, waardoor de gesneuvelde soldaten met meerderen tegelijkertijd werden begraven.

Herstel De 17e eeuw was algemeen genomen een periode van bloei. Dat liet zich merken in de economische groei die Sint-Niklaas gedurende die periode doormaakte. Vooral vlas en wol zorgden voor economische successen en leverden het Waasland de bijnaam 'de tuin van Vlaanderen' op.

In 1652 besliste de toenmalige bisschop van Gent, Antonius Triest dat de voogdij van de parochie werd toegekend aan de oratorianen. Een kleine gemeenschap kwam hiervoor uit Temse en vestigden hun klooster in de Ankerstraat. In 1690 vinden ook de minderbroeders een nieuwe thuis in de stad, nadat ze uit Hulst waren verdreven. Zij bouwen in 1690 een kloosterkerk in de stad. Later vestigen ook de zwartzusters zich in de parochie en bezorgden de regio onderwijs, religie en medische zorgen.

Stadsbrand

Op 25 mei 1690 werd Sint-Niklaas nogmaals geteisterd door een rampzalige stadsbrand, die ontstaan was in een jeneverstokerij. Niet minder dan 565 huizen werden toen verwoest. Enkel de stenen gebouwen bleven staan. Er werd een onderzoek ingesteld door de Raad van Vlaanderen, die in 1693 niet minder dan negen branden had toegeschreven uit drankstokerijen. De schade was ontzettend groot, en er werden speciale tienden geheven voor de schade aan de kerk te herstellen. Zo werden de abt van Boudelo, in Gent, en de abdis van Nonnenbos gevraagd om tienden bij te dragen.Inventaire général analytique des archives de la ville et de l'église primaire de Saint-Nicolas (Waes) publié sous les auspices du gouvernement / Sint-Niklaas (Belgium) Maison Muquardt, H. Merzbach, successeur, 1872 - 356 pagina's De stad herstelde zich vrij snel, mede dankzij de inzet van de oratorianen. Zo verkreeg Joannes van Nieulande de approbatie van bisschop van der Noot en de abt van Orval tot het oprichten van een aartsbroederschap van de Heilige Drievuldigheid in 1697.

Oostenrijkse Nederlanden en industrialisering thumb|left|Sint-Niklaas op de Ferrariskaart van 1775 In het begin van de 18e eeuw lag Sint-Niklaas, en de omliggende regio, middenin het strijdgewoel van de Spaanse Successieoorlog. Ook leed de stad onder de Oostenrijkse Successieoorlog, waarbij deze werd bezet door o.a. Hannover (tot december 1744) en Frankrijk (van 1747 tot 1749).

Sint-Niklaas profiteerde van de economische vooruitgang onder Oostenrijkse voogdij. In de vroege 18e eeuw was er reeds beperkte industralisering in de stad. Deze raakt in een stroomversnelling na het einde van de Oostenrijke Successieoorlog in 1748. In 1763 richtten Judocus en Pieter Lyssens, samen met Johannes Talboom de Fabrique van St. Nicolaes op. Dit was een grote textielfabriek die stoffen in verschillende kleuren maakte, naast kousen, broeken en andere kledingstukken. In 1777 hadden zij reeds over 55 getouwen in gebruik, en stelden 110 arbeiders en 165 spinsters in dienst. De textielproductie maakte in de decennia erna een intensieve ontwikkeling door, die Sint-Niklaas omstreeks 1830 transformeerde tot de voornaamste Oost-Vlaamse industriestad na Gent.

Een telling in 1764 toont een goed beeld van de vroege Sint-Niklase industrie. Er waren in de stad verschillende textielbedrijven aanwezig, goed voor driehonderd getouwen. Er waren ook garentwijnderijen, ververijen, vijf hoedenmakers, een tabaksfabriek, een speldenmakerij, een zeepziederij, een zoutziederij, vier olieslagerijen en verschillende brouwerijen en jeneverstokerijen.