Urbain Reniers (codenaam Réamur, ook geschreven als Reaumur) was een Belgisch officier en verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als luitenant van het Geheim Leger kreeg hij in 1944 de algemene coördinatie over een samenwerkingsverband van Antwerpse verzetsorganisaties. Dit verband ondersteunde de bevrijding van Antwerpen en probeerde te verhinderen dat terugtrekkende Duitse troepen de haveninfrastructuur zouden vernietigen.

Verzetsactiviteiten Reniers was tijdens de Duitse bezetting verbonden aan de Antwerpse sector van het Geheim Leger. Volgens de publicatie Scheepsherstellers tijdens WO II leefde hij vanaf 1941 ondergedoken. In 1944 werd hij aangeduid als algemeen verantwoordelijke voor de coördinatie van het verzet in en rond de Antwerpse haven.

De voorbereiding op de bevrijding werd bemoeilijkt doordat het Antwerpse verzet uit verschillende organisaties met uiteenlopende politieke en ideologische achtergronden bestond. Tot deze organisaties behoorden onder meer het Geheim Leger, de Nationale Koninklijke Beweging, het Onafhankelijkheidsfront, de Patriottische Milities, Groep G en de Witte Brigade. De organisaties opereerden voor een belangrijk deel zelfstandig en onderhielden niet altijd goede onderlinge betrekkingen.

Coördinatie van het Antwerpse verzet Tussen juli en september 1944 kwam na verschillende pogingen een overkoepelend coördinatiecomité tot stand. Reniers kreeg daarin de algemene leiding. Het comité moest de acties van de verschillende verzetsgroepen op elkaar afstemmen en in het bijzonder voorkomen dat de Duitse bezetter de Antwerpse haven vóór zijn terugtocht onbruikbaar zou maken.

Binnen de overeengekomen taakverdeling werd Edouard Pilaet van het Onafhankelijkheidsfront verantwoordelijk voor de verzetsacties in de stad. Eugène Colson, die binnen het verzet bekendstond als kapitein of kolonel Harry, kreeg de operationele leiding in de haven. Reniers behield de overkoepelende coördinatie.

De precieze samenstelling en interne werking van het comité worden in naoorlogse publicaties niet steeds op dezelfde wijze beschreven. De geraadpleegde bronnen stemmen evenwel overeen over de algemene taakverdeling tussen Reniers, Pilaet en Colson.

Bevrijding en behoud van de haven De Duitse troepen hadden voorbereidingen getroffen om bij hun terugtocht delen van de haven te vernielen. In kaaimuren waren gaten geboord voor springladingen en ook bruggen, sluizen, elektriciteitsvoorzieningen en andere installaties liepen gevaar. Daarnaast bestond het risico dat schepen tot zinken zouden worden gebracht om de toegang tot de haven te blokkeren.

Onder het coördinatiekader van het Antwerpse verzet brachten verzetsleden de Duitse vernielingsplannen in kaart en namen zij maatregelen om deze te ontregelen. Springladingen werden waar mogelijk onschadelijk gemaakt of verwijderd, verbindingen van Duitse eenheden werden verstoord en technische onderdelen die nodig waren voor de bediening of vernieling van bruggen en sluizen werden verborgen. Andere ploegen kregen de opdracht elektriciteitscentrales te bewaken en te verhinderen dat schepen in de vaargeulen tot zinken werden gebracht.

Op 3 september 1944 werd via de BBC een afgesproken codebericht uitgezonden, waarna het verzet tot actie overging. Op 4 september bereikte de Britse 11e Pantserdivisie Antwerpen. Verzetsleden hielpen de Britse troepen door informatie te verstrekken, gidsen te leveren en Duitse stellingen en vernielingsploegen aan te wijzen. Tegen de avond waren grote delen van de oude haven in Britse en Belgische handen. Onder meer de Bonapartesluis, het Kempisch Dok en het Asiadok bleven behouden.

De haven kwam hierdoor grotendeels ongeschonden in geallieerde handen. Dit resultaat kan niet uitsluitend aan één persoon of verzetsorganisatie worden toegeschreven: het was het gevolg van de samenwerking tussen verschillende verzetsgroepen en de snelle opmars van de Britse troepen. Reniers vervulde daarbij vooral een coördinerende rol, terwijl Colson en de onder hem opererende ploegen de acties in het havengebied uitvoerden.

Hoewel de installaties grotendeels behouden waren gebleven, kon de haven niet onmiddellijk voor de geallieerde bevoorrading worden gebruikt. Duitse troepen beheersten nog de toegangswegen langs de Westerschelde en er lagen zeemijnen in de vaargeul. Pas na de Slag om de Schelde en het ruimen van de mijnen konden eind november 1944 geallieerde zeeschepen Antwerpen bereiken.

Onderscheiding Reniers werd voor zijn optreden tijdens de bevrijding van Antwerpen onderscheiden met de Amerikaanse Silver Star. De in War Department General Orders nr. 41 van 6 mei 1946 opgenomen toekenningsvermelding noemt zijn voorbereiding van maatregelen tegen de Duitse vernielingsplannen en zijn leiding over de samenwerkende verzetsgroepen in de Antwerpse sector.

Bronnen, noten en/of referenties

Categorie:Belgisch verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog