De Jodenrazzia's in Antwerpen waren een reeks massale arrestatieacties tegen de Joodse bevolking van Antwerpen tijdens de Duitse bezetting van België. In de zomer van 1942 vonden drie grote razzia's plaats: op 15–16 augustus, 28–29 augustus en 11–12 september. Zij werden georganiseerd door de Duitse Sicherheitspolizei und SD (Sipo-SD), met medewerking van andere Duitse politiediensten, pronazistische Vlaamse collaborateurs en, in verschillende mate, de politie van Groot-Antwerpen.

Volgens de slachtofferregistratie van Kazerne Dossin werden bij de drie grote razzia's respectievelijk 845, 983 en 679 mensen gearresteerd die vervolgens werden gedeporteerd, samen 2.507 personen.De grafiek van Kazerne Dossin gebruikt de categorie „gedeporteerde gearresteerden”. Voor het totale aantal arrestanten van 28–29 augustus komen in andere bronnen afwijkende cijfers voor. Lieven Saerens vermeldt ongeveer 1.150 arrestaties; het eindrapport Gewillig België noemt 1.243 aangehouden personen en Antwerpen Herdenkt vermeldt 943 opgepakte Joden. Dit artikel gebruikt voor de onderlinge vergelijking van de drie razzia's de uniforme cijferreeks van Kazerne Dossin. Zie: Lieven Saerens, „Gewone Vlamingen? De jodenjagers van de Vlaamse SS in Antwerpen, 1942 (Deel 2)”, Bijdragen tot de Eigentijdse Geschiedenis, nr. 16, 2005, p. 32–33, online; Rudi Van Doorslaer e.a., Gewillig België: overheid en Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Eindverslag — inleiding en besluit, CegeSoma, 2007, p. 33–34, online; „Een ochtend in de synagoge”, Antwerpen Herdenkt, geraadpleegd op 6 augustus 2026. De arrestanten werden naar verzamelplaatsen in de stad en vervolgens naar de Dossinkazerne in Mechelen gebracht. Vandaar werden zij met deportatietreinen naar Auschwitz-Birkenau weggevoerd.

Afbakening Het aantal Antwerpse acties dat als een afzonderlijke „razzia” wordt aangeduid, verschilt naargelang de gehanteerde afbakening. Kazerne Dossin en Belgium WWII onderscheiden de drie grote razzia's van 15–16 augustus, 28–29 augustus en 11–12 september 1942. De chronologie van Antwerpen Herdenkt telt ook eerdere en kleinere arrestatieacties afzonderlijk. Daarin worden onder meer de massa-arrestaties rond het Centraal Station van 22–23 juli, een actie in de nacht van 13–14 augustus en de drie grote razzia's als afzonderlijke gebeurtenissen vermeld.

Na de drie grote razzia's volgden nog andere collectieve en individuele arrestatieacties. Van 22 tot 25 september werden bij een systematische actie rond de verdeling van rantsoenbonnen nog 760 later gedeporteerde Joden aangehouden. Dit artikel behandelt hoofdzakelijk de drie grote razzia's uit augustus en de eerste helft van september.

Achtergrond Eind 1940 telde Antwerpen de grootste Joodse bevolkingsgroep van België. De gemeenschap bestond grotendeels uit migranten en vluchtelingen en omvatte tientallen nationaliteiten. De registers van de gemeenten die in januari 1942 in Groot-Antwerpen werden samengevoegd, bevatten de namen van 24.342 Joodse inwoners. Het werkelijke aantal lag waarschijnlijk hoger, omdat niet alle formulieren bewaard zijn gebleven en niet iedereen zich liet registreren.

Vanaf oktober 1940 legde de Duitse bezetter een reeks anti-Joodse verordeningen op. De gemeentelijke administratie werkte mee aan de registratie van Joden, de markering van identiteitskaarten, de uitsluiting uit beroepen en scholen en de verdeling van de gele Jodenster. De Antwerpse politie controleerde adressen en identiteitsdocumenten en stelde processen-verbaal op tegen personen die de Duitse voorschriften overtraden.Rudi Van Doorslaer e.a., Gewillig België: overheid en Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Eindverslag — inleiding en besluit, CegeSoma, 2007, p. 30–34, online, geraadpleegd op 6 augustus 2026.

In de zomer van 1942 werden 1.526 Joodse mannen vanuit Antwerpen voor dwangarbeid naar Noord-Frankrijk gestuurd. Zij werden er door de Organisation Todt ingezet bij de bouw van de Atlantikwall en andere militaire installaties. De politie bezorgde oproepingsformulieren en begeleidde de opgeroepen mannen naar de treinen.Lieven Saerens, De Antwerpse Jodenrazzia's van augustus 1942, toespraak, CegeSoma, 2012, p. 2–5, online, geraadpleegd op 6 augustus 2026. Veel echtgenotes en kinderen bleven zonder het gezinshoofd achter en waren daardoor extra kwetsbaar voor de daaropvolgende arrestaties.

De bezetter probeerde de deportaties aanvankelijk voor te stellen als een vorm van tewerkstelling. Joden kregen bevel zich in de Dossinkazerne aan te melden, maar slechts een klein deel gaf daaraan gehoor. De Sipo-SD ging daarop over tot gedwongen massa-arrestaties.

Razzia van 15–16 augustus Op 15 augustus 1942 nam de Antwerpse politie voor het eerst als korps deel aan een grootschalige Jodenrazzia. Hoofdcommissaris Jozef De Potter liet die middag een dienstorder verspreiden waarin stond dat vanaf 20.30 uur politiemensen beschikbaar moesten zijn voor een opdracht van de Sicherheitspolizei.

De eerste actiezone omvatte onder meer de Van Immerseelstraat, Lange Kievitstraat, Provinciestraat en Somersstraat, waar veel Joodse gezinnen woonden. Daarna werd ook een zone rond de Van der Meydenstraat in Borgerhout afgesloten. Duitse leden van de Sipo-SD en de Feldgendarmerie doorzochten woningen. Antwerpse agenten sloten straten af, begeleidden arrestanten naar vrachtwagens en arresteerden ook zelf personen die niet aan eerdere tewerkstellingsbevelen hadden voldaan.

Kazerne Dossin registreerde 845 personen die tijdens deze razzia werden aangehouden en vervolgens gedeporteerd. Van hen werden er 704 aan het vierde deportatiekonvooi naar Auschwitz toegevoegd; de overige 141 volgden met het vijfde konvooi.

Mislukte actie van 27 augustus Voor 27 augustus plande de Sipo-SD een nieuwe razzia met een actievere inzet van de Antwerpse politie. De operatie werd voortijdig afgebroken nadat Joodse inwoners waren gewaarschuwd. Uit politieverslagen blijkt dat verschillende agenten informatie hadden doorgespeeld. Volgens diezelfde verslagen hadden sommigen daarvoor geschenken aangenomen, terwijl andere waarschuwingen als hulp aan vervolgden werden beschouwd.

De Duitse autoriteiten stelden de mislukking voor als gevolg van onwil binnen het korps. Een dag later kreeg de Antwerpse politie het bevel zelfstandig een nieuwe massa-arrestatie uit te voeren. Daarbij werd gedreigd met opsluiting van politiemensen in het Fort van Breendonk.

Razzia van 28–29 augustus miniatuur|Terliststraat 35. Achter het burgerhuis lag sinds de jaren 30 een synagoge.Burgerhuis met achterliggende synagoge Inventaris Onroerend Ergoed. Geraadpleegd op 6 augustus 2026. Tijdens de nacht van 28 op 29 augustus voerde de politie van Groot-Antwerpen zelf huiszoekingen en arrestaties uit. De Sipo-SD legde een quotum van duizend arrestanten op. Politie-eenheden kregen streefcijfers en trokken, wanneer zij die in hun eigen wijk niet bereikten, verder naar andere wijken.Lieven Saerens, „Gewone Vlamingen? De jodenjagers van de Vlaamse SS in Antwerpen, 1942 (Deel 2)”, Bijdragen tot de Eigentijdse Geschiedenis, nr. 16, 2005, p. 32–33 en 49–50, online, geraadpleegd op 6 augustus 2026.

De arrestanten werden onder meer opgesloten in scholen in de Grote Hondstraat en de Vinçottestraat, Cinema Plaza in Deurne en de synagoge aan de Terliststraat. Zij werden daar bewaakt en geregistreerd voordat de Sipo-SD hen naar de Dossinkazerne liet overbrengen.

Een in het Antwerpse stadsarchief teruggevonden proces-verbaal beschrijft hoe een Deurnese politie-eenheid in de vroege ochtend 39 Joden uit de omgeving van de Stoomstraat en Van Spangenstraat naar de synagoge bracht. De identiteitskaarten van de arrestanten werden ingenomen en de namen en aantallen werden gecontroleerd voordat zij aan de Sicherheitspolizei werden overgedragen.

Kazerne Dossin telt voor deze razzia 983 gearresteerde personen die later werden gedeporteerd. Bronnen die het totale aantal aanvankelijk aangehouden of op verzamelplaatsen ingeschreven personen proberen te reconstrueren, geven hogere of lagere aantallen.

De houding van afzonderlijke politiemensen liep uiteen. Een aantal functionarissen trad gewelddadig op en arresteerde ook zieken, gewonden, ouderen en kinderen. Andere agenten weigerden deuren open te breken, waarschuwden inwoners, lieten arrestanten ontsnappen of probeerden zich aan de opdracht te onttrekken.

Razzia van 11–12 september Bij de derde grote razzia, op 11 en 12 september, trad de Antwerpse politie niet opnieuw op dezelfde autonome en korpsmatige wijze op als op 28–29 augustus. De actie werd vooral uitgevoerd door de Sipo-SD, de Feldgendarmerie, de Geheime Feldpolizei en Vlaamse SS'ers. Individuele Antwerpse agenten verleenden niettemin medewerking en ook stedelijke middelen en informatie werden gebruikt.

De razzia verliep minder systematisch dan de voorgaande actie. Mensen werden op verschillende plaatsen in de stad uit woningen gehaald of op straat aangehouden. Kazerne Dossin registreerde 679 tijdens deze actie gearresteerde personen die vervolgens werden gedeporteerd.

In de daaropvolgende weken namen Vlaamse SS'ers en andere collaborateurs een steeds grotere rol op zich bij het opsporen van ondergedoken Joden. Ook verklikkingen en gegevens uit bevolkings- en rantsoenregisters werden voor nieuwe arrestaties gebruikt.

Rol van de Antwerpse autoriteiten Door de vorming van Groot-Antwerpen in januari 1942 kwamen de politiekorpsen van Antwerpen en de omliggende gemeenten onder een gecentraliseerd bestuur. Burgemeester Leo Delwaide was administratief hoofd van de politie, Jozef De Potter hoofdcommissaris en Edward Baers procureur des Konings en daarmee gerechtelijk hoofd van de politie.

Het federale onderzoeksrapport Gewillig België maakt onderscheid tussen de aard van de medewerking tijdens de drie grote razzia's. Op 15–16 augustus en 11–12 september leverde de stedelijke politie volgens het rapport vooral indirecte ondersteuning aan de Duitse diensten. Op 28–29 augustus ging zij zelfstandig over tot huiszoekingen en arrestaties. Het rapport omschrijft dit autonome politieoptreden als uniek in de Belgische bezettingsgeschiedenis.

Politieverslagen en bestuurlijke stukken over de acties werden aan de hoofdcommissaris, de burgemeester en het parket bezorgd. Van burgemeester Delwaide of procureur Baers is na de razzia's geen onmiddellijk formeel protest bekend. Historici Herman Van Goethem en Lieven Saerens concludeerden dat hoofdcommissaris De Potter niet geïsoleerd handelde en dat de politieke en gerechtelijke leiding op de hoogte was van de inzet van het korps.

Deportatie en onderduik De arrestanten werden doorgaans eerst naar de Dossinkazerne gebracht. Dit kamp fungeerde tussen 1942 en 1944 als verzamel- en doorgangskamp voor deportaties vanuit België en Noord-Frankrijk. Vanuit Mechelen vertrokken de konvooien naar Auschwitz-Birkenau.

De massale arrestatie van vrouwen, kinderen, zieken en ouderen maakte voor veel Joden duidelijk dat de Duitse bewering over tewerkstelling niet geloofwaardig was. Het geweld tijdens de razzia's en de voortdurende dreiging van nieuwe arrestaties brachten steeds meer mensen ertoe hun woning te verlaten, naar een andere stad te vluchten of onder te duiken.

Aanvankelijk ontstonden vooral kleine en informele hulpnetwerken van familieleden, buren, kennissen, politieagenten en verzetsmensen. Later werden onderduik, voedselvoorziening en de opvang van kinderen meer georganiseerd. In Antwerpen waren verschillende groepen actief die uiteindelijk aansluiting vonden bij het Joods Verdedigingscomité.

De drie grote razzia's vormden slechts een deel van de vervolging. Na september 1942 gingen de Sipo-SD, Vlaamse SS'ers en andere medewerkers door met individuele arrestaties en kleinere collectieve acties. Van de 24.342 in het Jodenregister van Groot-Antwerpen opgenomen mannen, vrouwen en kinderen werden uiteindelijk 13.639 personen, ongeveer 56 procent, gedeporteerd.

Historiografie