De Brusselse Jodenrazzia, ook bekend als de razzia in de Marollen, was een grootschalige arrestatieactie tijdens de Holocaust in België. In de nacht van 3 op 4 september 1942 doorzochten Duitse politie-eenheden woningen in en rond de Brusselse Marollen, met een zwaartepunt in de omgeving van het Zuidstation. De actie was voornamelijk gericht tegen Joden die niet de Belgische nationaliteit bezaten.

In totaal werden 718 Joden gearresteerd en met vrachtwagens naar de Kazerne Dossin in Mechelen overgebracht. Vanuit het doorgangskamp werden zij met latere transporten naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Van de 718 arrestanten overleefden er volgens CegeSoma achttien de deportatie. De actie wordt door CegeSoma en Kazerne Dossin omschreven als de enige grote, wijkgewijze razzia die tijdens de Duitse bezetting in Brussel werd uitgevoerd.

Achtergrond Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog woonden naar schatting 55.000 Joden in België. Minstens 25.000 van hen verbleven in Brussel. Het merendeel bestond uit relatief recente immigranten uit onder meer Polen, Bessarabië, Duitsland en Oostenrijk. Binnen de Brusselse agglomeratie woonden grote groepen in Brussel-stad, Schaarbeek, Anderlecht en Sint-Gillis.

Op 28 oktober 1940 vaardigde de Duitse bezetter verordeningen uit waarmee de registratie van Joden en hun uitsluiting uit delen van het economische en openbare leven werden georganiseerd. De Brusselse gemeentebesturen werkten aanvankelijk mee aan het aanleggen van de registers, hoewel de Conferentie van Burgemeesters zich later terughoudender opstelde. Uiteindelijk werden in de hoofdstad ongeveer 17.000 Joden ouder dan vijftien jaar geregistreerd. De verzamelde gegevens kwamen via de Belgische administratie ook ter beschikking van de Duitse Sipo-SD.

Vanaf de zomer van 1942 kregen Joden oproepingsbrieven om zich voor een vermeende tewerkstelling in de Dossinkazerne te melden. In werkelijkheid fungeerde de kazerne als verzamel- en doorgangskamp voor deportaties naar Auschwitz-Birkenau. Omdat slechts ongeveer veertig procent van de opgeroepenen zich meldde, ging de bezetter over tot rechtstreekse massa-arrestaties. In augustus 1942 vonden reeds verschillende grote razzia’s plaats in Antwerpen.

Aanloop De officiële aanleiding voor de Brusselse razzia was de moord op Robert Holzinger, die binnen de door de bezetter opgerichte Vereniging van Joden in België betrokken was bij de tewerkstelling van Joden. De Sipo-SD kondigde aan een razzia te zullen houden wanneer de dader niet binnen 24 uur werd gearresteerd. Volgens historica Chantal Kesteloot was de moord een voorwendsel voor een actie die paste in de reeds begonnen deportatiepolitiek.

De Duitse autoriteiten vroegen de medewerking van de Brusselse politie. Waarnemend burgemeester Jules Coelst weigerde dit op 3 september namens de Conferentie van Burgemeesters. De Brusselse politie nam daardoor, anders dan de Antwerpse politie bij de razzia’s in die stad, niet als organisatie aan de arrestaties deel. Twee Brusselse politieagenten werden door de Sipo-SD gevorderd en hielpen bij het afzetten van de betrokken straten.

Verloop Op 3 september omstreeks 20.30 uur sloten Duitse politieagenten verschillende straten in de Marollen af. De woningen werden systematisch doorzocht. Na het doorzoeken van een huis schreven de bezetters het woord Judenrein, Duits voor ‘vrij van Joden’, op de deur.

De Duitse eenheden arresteerden mannen, vrouwen en kinderen. Sommige bewoners konden ontkomen, in een aantal gevallen met hulp van niet-Joodse buren. De arrestanten werden met vrachtwagens naar de Dossinkazerne gebracht. De meeste tijdens de razzia opgepakte Joden werden daar ingeschreven voor de deportatietransporten VIII en IX, die respectievelijk op 8 en 12 september 1942 vertrokken.

Op de dag na de razzia werden de achtergelaten woningen door Duitse eenheden geplunderd.

Gevolgen De razzia maakte duidelijk dat de oproepen voor tewerkstelling deel uitmaakten van een deportatiepolitiek waarbij ook kinderen, ouderen en zieken werden gearresteerd. Het geweld van de massa-arrestaties en de toenemende dreiging brachten meer Joden ertoe onder te duiken. In Brussel ontstonden hulpnetwerken die onderduikplaatsen, voedselbonnen en vervalste identiteitspapieren probeerden te regelen.

De vervolging bleef na september 1942 voortduren. Een jaar later werden ook Joden met de Belgische nationaliteit op grote schaal gearresteerd; volgens CegeSoma ging het in september 1943 om 750 arrestanten in Brussel en 225 in Antwerpen. Over de gehele bezettingsperiode kwam ongeveer 37 procent van de Brusselse Joden bij de deportaties om het leven.

Erkenning en herdenking Op 2 september 2012 bood de toenmalige Brusselse burgemeester Freddy Thielemans namens de stad zijn excuses aan de Joodse gemeenschap aan. Hij erkende dat de Brusselse administratie door het aanleggen van het Jodenregister een gedeeltelijke verantwoordelijkheid droeg voor de vervolging en deportatie. Daarbij werd tevens gewezen op het onderscheid tussen de eerdere administratieve medewerking en de weigering van het stadsbestuur en de politie om aan de razzia van september 1942 mee te werken.

In 2017 werd in de Marollen het Herschel Grynszpanplein ingehuldigd. Tijdens dezelfde herdenking werden de slachtoffers herdacht en nieuwe struikelstenen geplaatst.

Een jaar later werd op het kruispunt van de Huidevettersstraat, de Spiegelstraat en de Brigittinenstraat het 3 Septemberplein ingehuldigd. De naam verwijst zowel naar de razzia van 1942 als naar de arrestaties van Belgische Joden op 3 september 1943 en de bevrijding van Brussel op 3 september 1944.

Zie ook Jodenrazzia's in Antwerpen Jodenrazzia's in Luik Mislukte Jodenrazzia in Charleroi

Externe link Razzia’s WOII weinig herdacht in ons land (VRT) Razzia in de Brusselse Marollenwijk Professor Van Goethem: 'Stop de verzetsmythe'

Bronnen, noten en/of referenties

Categorie:Holocaust in België Categorie:Geschiedenis van Brussel Categorie:Razzia