Robert Eugène François Noyel de Bellegarde, markies, heer van Marches en van Cursinge; (Londen, 2 maart 1720 - 6 september 1790) was een militair en edelman uit Savoye. Hij was in dienst van de Staten-Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en bereikte uiteindelijk de rang van generaal-majoor. Hij werd ooit gezien als een potentiële huwelijkskandidaat voor Belle van Zuylen en was de vader van de salonnière Adèle de Bellegarde.

Biografie

Familie Eugène de Bellegarde werd in Londen geboren. Hij was de zoon van Joseph François Noyel de Bellegarde, markies, heer van Marches en van Cursinge, en de Engelse Françoise Charlotte 'Fanny' Oglethorpe. Zijn vader was verbonden aan het hof van de koning van Sardinië; zijn moeder kwam uit een Engelse familie die zich inzette voor het Jakobitisme, het herstel van het huis Stuart op de troon van het Verenigd Koninkrijk. Ook Fanny Oglethorpe en haar zusters waren hier actief bij betrokken.

De familie Bellegarde des Marches et de Cursinge behoorde niet tot de oudste Savoyaardse adel, maar had sinds de zestiende eeuw een aantal diplomaten, ministers en militairen voortgebracht. Het familiekasteel was het Château des Marches in de buurt van Chambéry; daarnaast bezat de familie in de stad het imposante Hôtel des Marches.

Belle van Zuylen miniatuur|200x200px|Belle van Zuylen, door Maurice Quentin de La Tour. 1766 Eugène de Bellegarde was een militair. Hij was vanaf 22 februari 1748 als kolonel gelegerd bij het 2e regiment Orange Nassau 2e battaillon in dienst van de Staten-Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en bereikte uiteindelijk de rang van generaal-majoor. Hij werd in 1764 gezien als een mogelijke echtgenoot voor Belle van Zuylen. Zijn vriend David-Louis Constant d'Hermenches had hem als zodanig per brief voorgesteld bij haar vader. De tekst van zijn brief was grotendeels geschreven door Belle van Zuylen zelf om haar vader te overtuigen. Bellegarde verkeerde ook net als Belle van Zuylen in de Utrechtse kring rond James Boswell, die ook een huwelijksaanzoek deed bij haar vader. Hij werd afgewezen omdat er onderhandelingen met Bellegarde waren. Bellegarde was echter Rooms-Katholiek en dit was in de ogen van de gereformeerde ouders van Belle van Zuylen een ernstig bezwaar. Haar vader zegde toe dat zijn dochter vrij zou zijn om met Bellegarde te trouwen zodra zij meerderjarig werd, dat was toentertijd 25 jaar. Er werd over dispensatie voor een gemengd huwelijk informeel overlegd. Eventuele kinderen zouden in ieder geval katholiek moeten worden opgevoed. Belle beloofde haar vader na dagenlange gesprekken over de brief van d'Hermenches, dat haar kinderen geen onderwijs in een klooster zouden krijgen en dat haar kinderen geen priester of non zouden worden voor hun 25e jaar. Wat betreft de bruidsschat Bellegarde vroeg 100.000 florijnen om zijn schulden af te lossen.Eugène-Henri de Gaullieur,Lettres mémoires de Madame de Charrière (1764-1803). Revue Suisse XX, 1857 p. 161, etc. Serie van zes artikelen met als titel Lettres-mémoires in Revue Suisse 1857 beginnend op p.161, p.277, p.489, p.578, p.689 en p.767. Zie de brief van Bellegarde van 7 april 1765 aan Belle van Zuylen met ook zijn achtergronden en bezittingen.. Na vier jaar werd duidelijk dat het niet tot een huwelijk zou komen. Na een bezoek aan Slot Zuylen liet Bellegarde een brief geschreven in Den Haag op 3 juli 1768 voor Constant d'Hermenches bij haar achter waarvan het zegel al verbroken was. Belle las: Wat me troost biedt om niet met haar te trouwen, is dat ik haar werkelijk niet waard ben en die het niet waard is deze schat te bezitten.Philippe Godet, Lettres de Belle de Zuylen (Madame de Charrière) à Constant d'Hermenches, 1760-1775

Terugkeer naar Savoye Toen hij rond de vijftig was verliet Bellegarde het leger en keerde terug naar het familiekasteel in Savoye. Hij trouwde in 1771 met de veel jongere Marie Charlotte Adélaïde Le Cat d'Hervilly (1755-1776), die uit de Picardische adel stamde. Uit dit huwelijk werden drie dochters geboren: Adélaïde Victoire ('Adèle', 1772-1830),  Césarine Lucienne (1774-1792) en Françoise Aurore Eléonore ('Aurore', 1776-1840). Zijn vrouw overleed kort na de geboorte van Aurore.

Bellegarde was actief betrokken bij de vrijmetselarij. In 1774 werd hij verkozen tot grootmeester van alle loges van het hertogdom Savoye die tot de Engelse ritus van de orde behoorden.

In november 1784 trouwde zijn oudste dochter Adèle, toen vijftien, met haar twintig jaar oudere achterneef Friedrich von Bellegarde, ook bekend als Frédéric de Bellegarde. Hij was afkomstig uit Saksen en kapitein in het Sardijnse leger. Als bruidsschat ontving zij het eigendom van het kasteel en het landgoed, evenals een deel van het Hôtel de Chambéry. Haar vader behield het vruchtgebruik, en verplichtte zich het echtpaar onderdak te verlenen en te onderhouden. Hij overleed vrij onverwacht 6 september 1790 op 70-jarige leeftijd. Zijn dochters Adèle en Aurore waren tijdens de Franse Revolutie en het Directoire bekende salonnières in Parijs.

Trivia Afbeelding van Markies de Bellegarde staat in het Pollini-album 1761 in het bezit van het Gemeentearchief, Den HaagTe vinden in de bibliotheek van het archief..

Externe link Online Correspondentie van Belle van Zuylen met brieven waarin Bellegarde genoemd wordt. Huygens Instituut van de KNAW

Categorie:Franse adel Categorie:Persoon in het Hertogdom Savoye Categorie:Persoon in het Koninkrijk Sardinië Categorie:Generaal in de Verenigde Provinciën Categorie:18e-eeuws militair