Jean Violet (Saint-Benin-d'Azy, 20 mei 1917 – december 2000) was een Frans advocaat, internationaal jurist, politiek adviseur en anticommunistisch netwerker. Hij was vanaf de jaren 1950 een vertrouweling en informeel adviseur van de voormalige Franse premier Antoine Pinay, werkte als informeel correspondent voor de Franse buitenlandse inlichtingendienst Service de documentation extérieure et de contre-espionnage (SDECE) en speelde een centrale rol bij het ontstaan van de besloten internationale overleggroep die bekend werd als Le Cercle, Cercle Pinay of Cercle Violet.

Jeugd, opleiding en juridische loopbaan Violet werd op 20 mei 1917 geboren in Saint-Benin-d'Azy en groeide op in Varennes-en-Gâtinais. Historicus Johannes Großmann beschrijft het milieu waarin hij opgroeide als burgerlijk, sterk conservatief, religieus en antiliberaal. In het midden van de jaren 1930 studeerde Violet rechten in Parijs. Großmann schrijft dat hij in zijn studententijd vermoedelijk sympathiseerde met radicaal antidemocratische en protofascistische milieus, maar formuleert dit nadrukkelijk als een waarschijnlijkheid en niet als een vastgestelde organisatorische affiliatie.

Volgens een profiel dat de Franse krant Le Monde in 1983 aan Violet wijdde, werd hij in 1941 ingeschreven aan de balie van Parijs. Zijn juridische opleiding omvatte onder meer internationaal recht en criminologie. Na de Tweede Wereldoorlog verdiepte hij zich volgens Großmann verder in criminologie, internationaal recht en politieke economie.

In 1948 werd Violet adviseur van de Heilige Stoel. Hij trad dat jaar tevens informeel op als lid van de delegatie van de Heilige Stoel bij een juridische commissie van de Verenigde Naties. Daarnaast werkte hij als internationaal juridisch en zakelijk adviseur voor ondernemingen en zakenlieden uit Frankrijk en andere landen.

Adviseur van Antoine Pinay In 1952 nam de toenmalige Franse premier Antoine Pinay Violet in dienst als informeel adviseur en medewerker. Violet verrichtte onder meer lobbywerk ten gunste van de Franse positie in Noord-Afrika. Daarbij maakte hij gebruik van zijn contacten met Latijns-Amerikaanse regeringen in de context van stemmingen en debatten binnen de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

Violet pleitte daarnaast bij Pinay voor een toenadering tot het internationaal nog betrekkelijk geïsoleerde Spanje van Francisco Franco. Tegelijkertijd ontwikkelde hij zich tot tussenpersoon tussen Pinay en vooraanstaande West-Duitse politici, onder wie bondskanselier Konrad Adenauer en de Beierse politicus Franz Josef Strauß. Deze contacten bleven bestaan nadat Pinay als premier was afgetreden. Volgens Großmann fungeerden zij als een informeel informatiekanaal tijdens onder meer de conflicten over de Europese Defensiegemeenschap, de Saar-kwestie en de politieke onzekerheid rond de terugkeer van Charles de Gaulle in 1958.

Werk voor de SDECE Vanaf 1955 was Violet daarnaast informeel medewerker van de SDECE, destijds de Franse buitenlandse inlichtingen- en contraspionagedienst. In de vakliteratuur wordt hij onder meer aangeduid als een vrijwillige correspondent van de dienst.

Violet werd ingezet als tussenpersoon bij diplomatiek gevoelige aangelegenheden. Ook bevorderde hij contacten en samenwerking tussen de Franse dienst en inlichtingendiensten in andere Europese en Latijns-Amerikaanse landen, met name in het kader van anticommunistische activiteiten. Zijn positie was daarmee een voorbeeld van de informele diplomatie waarbij particuliere beroepsactiviteiten, politieke contacten en contacten met staatsinstellingen in elkaar konden overlopen. De Belg Florimond Damman, richtte in 1969, met medewerking van Jean Violet de Académie Européenne de Sciences Politiques (AESP) op. De AESP was een in Brussel gevestigd transnationaal politiek netwerk dat vanaf 1969 actief was in conservatieve en anticommunistische kringen in West-Europa.

Na het aftreden van De Gaulle in 1969 verloor Violet de politieke bescherming die hij voordien had genoten. Onder de nieuwe Franse politieke leiding kwam ook een einde aan zijn functie als vrijwillig correspondent van de SDECE.

Le Cercle Uit Violets internationale netwerk ontstond in de jaren 1960 een geregelde, besloten overlegkring van conservatieve politici, diplomaten, ondernemers, intellectuelen en personen uit inlichtingenkringen. De groep werd bekend onder de namen Le Cercle, Cercle Pinay en Cercle Violet.

Onder de Europese deelnemers bevonden zich onder anderen Antoine Pinay, Franz Josef Strauß, de Italiaanse politicus Giulio Andreotti, de Spaanse minister Alfredo Sánchez Bella, Otto von Habsburg en de Italiaanse industrieel Carlo Pesenti. De bijeenkomsten waren niet opgezet als een formele organisatie met een openbaar programma, maar als een besloten forum waar invloedrijke personen rechtstreeks informatie en politieke opvattingen konden uitwisselen.

Aanvankelijk had het netwerk hoofdzakelijk een West-Europees karakter. Vanaf het einde van de jaren 1960 en vooral in de jaren 1970 werd het in toenemende mate trans-Atlantisch. Een van de eerste prominente Amerikaanse deelnemers was bankier David Rockefeller. Het anticommunisme vormde een belangrijk bindend element binnen de groep, maar de deelnemers verschilden onderling in hun nationale politieke tradities en opvattingen.

Historici hebben Le Cercle beschreven als een vorm van informele of particuliere diplomatie tijdens de Koude Oorlog. Großmann benadrukt daarbij dat de directe invloed van dergelijke besloten netwerken op concrete regeringsbesluiten moeilijk empirisch vast te stellen is. Hun betekenis lag volgens hem eerder in het onderhouden van grensoverschrijdende contacten en in het uitwisselen en op elkaar afstemmen van ideeën tussen conservatieve elites.

Opération Helsinki Na het verlies van zijn positie bij de SDECE richtte Violet zich op de mogelijkheden die de toenemende ontspanning tussen Oost en West bood. Hij meende dat westerse regeringen de geplande onderhandelingen over Europese veiligheid konden gebruiken om onderwerpen als de vrije uitwisseling van personen en ideeën en de naleving van mensenrechten op de agenda te plaatsen.

Violet werkte deze ideeën uit in een document dat bekend werd als het Document Vert en in een bredere campagne die later als Opération Helsinki werd aangeduid. Tot de voorstellen behoorden onder meer meer culturele uitwisseling, vrijheid van reizen, contacten tussen jongeren en intensievere betrekkingen tussen Oost- en West-Europa. Een petitiecampagne ter ondersteuning van de uitgangspunten zou volgens Großmann bijna drieduizend handtekeningen van hooggeplaatste functionarissen in West-Europa hebben verzameld.

De campagne liep parallel aan de onderhandelingen die uiteindelijk leidden tot de Slotakte van Helsinki van 1975, waarin onder meer bepalingen over mensenrechten en contacten tussen burgers werden opgenomen. Großmann waarschuwt echter tegen een directe causale conclusie: op basis van het beschikbare bronnenmateriaal kan niet worden vastgesteld in hoeverre Violets campagne de formele onderhandelingen daadwerkelijk heeft beïnvloed.

Affaire van de avions renifleurs In de tweede helft van de jaren 1970 raakte Violets naam verbonden aan de Franse affaire rond de zogenoemde avions renifleurs. Daarbij werd aan het staatsolieconcern Elf-ERAP een techniek aangeboden waarmee olievoorraden op grote afstand vanuit de lucht zouden kunnen worden opgespoord. Het project leidde tot zeer hoge uitgaven, maar de beweerde technologie bleek niet te functioneren.

Violet trad in 1975 op als tussenpersoon tussen de Belgische initiatiefnemer Alain de Villegas en de leiding van Elf-ERAP. Volgens Le Monde speelde zijn bemiddeling een belangrijke rol bij het tot stand komen van de contacten tussen beide partijen. Later was hij tevens betrokken bij een arbitrageprocedure waarmee Elf-ERAP het contract kon beëindigen en een deel van de uitgekeerde middelen kon terugkrijgen.

Toen de affaire in 1983 en 1984 openbaar werd, onderzocht een commissie van de Franse Assemblée nationale de gang van zaken. In de verslaggeving over dat onderzoek kreeg Violets rol als tussenpersoon en voormalig correspondent van de SDECE veel aandacht. De affaire werd in latere historische en sociaalwetenschappelijke literatuur behandeld als een omvangrijke misleiding waarbij geheimhouding, politieke contacten, staatsinstellingen en een onvoldoende getoetste technologische claim elkaar versterkten.

Violets betrokkenheid bij de affaire leidde tevens tot negatieve publiciteit voor Le Cercle. Volgens Großmann trokken in deze periode verschillende oudere West-Europese deelnemers zich uit de groep terug, terwijl Britse en Amerikaanse leden binnen het netwerk aan gewicht wonnen.

Latere jaren en overlijden Le Cercle bleef ook na de veranderingen van de jaren 1980 en het einde van de Koude Oorlog bestaan. Violet overleed in december 2000. De door hem mede vormgegeven overlegkring bleef daarna periodiek bijeenkomen.

Literatuur

Categorie:Frans advocaat