Het Barbie Dream Gap Project is een wereldwijde campagne van Mattel, gelanceerd in 2018 onder het merk Barbie. Het project heeft als doel de “dream gap” te verkleinen. De “dream gap” is een fenomeen waarbij meisjes al vanaf jonge leeftijd minder vertrouwen krijgen in hun capaciteiten en toekomstmogelijkheid dan jongens. Het initiatief probeert de kloof te dichten door middel van educatieve programma’s, rolmodellen, en samenwerkingen met non-profitorganisaties. Op deze manier proberen ze het zelfvertrouwen bij meisjes te verhogen, stereotypen te doorbreken, en meisjes te stimuleren om hun volledige potentieel te benutten op het gebied van onderwijs en carrièrekeuzes door middel van lesmateriaal.
Achtergrond en doelstelling miniatuur|Logo Barbie Barbie werd op 9 maart 1959 gelanceerd door het speelgoedbedrijf Mattel. In tegenstelling tot de destijds dominante babypoppen, die voornamelijk zorgrollen benadrukten, werd Barbie ontworpen als een volwassen modepop. Zo werd ze voorgesteld als astronaut, arts, piloot en presidentskandidaat. Volgens Mattel had dit als doel meisjes te stimuleren in hun verschillende beroepsmogelijkheden.
In 2018 bouwde Mattel verder op deze doelstelling met de lancering van het Barbie Dream Gap Project. Het initiatief ontstond naar aanleiding van onderzoek waaruit bleek dat meisjes reeds vanaf de leeftijd van vijf jaar zichzelf als minder ‘slim’ percipiëren dan jongens, wat een negatieve invloed kan hebben op het zelfvertrouwen van hun eigen competenties. Nieuw onderzoek toont aan dat deze kloof niet wordt veroorzaakt door gebrek aan ambitie bij meisjes zelf, maar door externe factoren zoals genderstereotypen, maatschappelijke vooroordelen, culturele stereotypen, impliciete bias en een tekort aan representatie in media.
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat genderstereotypen reeds op jonge leeftijd ontstaan en sterk beïnvloed worden door socialisatieprocessen. Kinderen leren via hun ouders, omgeving, school en leeftijdsgenoten wat ‘passend’ gedrag is voor meisjes en jongens. Dit zorgt ervoor dat ze bepaalde verwachtingen ontwikkelen over hun eigen mogelijkheden en rollen in de samenleving. Zo worden ook de beroepsmogelijkheden aangetast. Verder toont onderzoek van New York-University (NYU) aan dat de genderverschillen in interesse in leiderschap al in de kindertijd kunnen ontstaan en dat het verschil in verwachtingen van gender en sociale ondersteuning hieraan bijdragen. Deze bevinding suggereert dat vroege interventies kunnen helpen om leiderschapambities te stimuleren.
Het doel van het Barbie Dream Gap Project is om de “dream gap” te verkleinen: de kloof waarbij meisjes minder vertrouwen ontwikkelen in hun toekomstmogelijkheden dan jongens. Het initiatief wil meisjes ondersteunen in het ontwikkelen van zelfvertrouwen, en hen aanmoedigen om hun volledig potentieel te ontplooien. Verder wordt er ook een focus gelegd op de bevordering van het maatschappelijke bewustzijn rond gendervooroordelen. Op deze manier hoopt Mattel de gelijke kansen van meisjes te bevorderen.
Onderzoek en bevindingen De wetenschappelijke onderbouwing van het Barbie Dream Gap Project berust op een reeks empirische studies die de oorsprong van de “dream gap” in kaart brengen. Deze onderzoeken, uitgevoerd door academische instellingen en partnerorganisaties, analyseren hoe verschillen in gender ontstaan in diverse levensdomeinen, variërend van vroege kinderjaren tot de volwassen arbeidsmarkt. Mattel werkte samen met een aantal van onderstaande onderzoeken om het project te onderbouwen. De bevindingen illustreren dat de kloof niet het resultaat is van één enkele factor, maar voortkomt uit een complex samenspel van sociale verwachtingen, zelfperceptie, mediarepresentatie en structurele barrières.
Gelijkheid op de arbeidsmarkt Wanneer de focus in onderzoek verschuift naar vrouwen in de huidige arbeidsmarkt, blijkt dat ondanks een toenemend onderwijsniveau, structurele ongelijkheden blijven bestaan op de arbeidsmarkt. Vrouwen zijn ondervertegenwoordigd in leidinggevende functies en technisch-wetenschappelijke beroepen (STEM). Dit fenomeen heet verticale segregatie, oftewel het glazen plafond. Vrouwen stromen minder vaak door naar topfuncties en verdienen gemiddeld minder dan mannelijke collega’s met vergelijkbare kwalificaties. Het rapport naar deze kloof concludeert dat gelijkheid in het onderwijs niet automatisch leidt tot feitelijke gelijkheid op de werkvloer, zolang structurele obstakels niet actief worden aangepakt.
Leiderschap en gender Mattel financierde onderzoek aan de New York-universiteit (NYU) als deel van de wetenschappelijke onderbouwing van het Dream Gap Project. De studie, gepubliceerd in 2022, onderzocht de oorsprong van genderverschillen in leiderschapsambities bij kinderen tussen de vijf en tien jaar oud. Meisjes schatten de hoeveelheid steun die ze ontvangen van leeftijdsgenoten bij het opnemen van een leidende rol lager in, vergeleken met jongens. Dit blijkt geassocieerd met een lagere interesse van meisjes om daadwerkelijk leiderschap op zich te nemen. Het onderzoek suggereert dat deze terughoudendheid niet voortkomt uit een gebrek aan zelfvertrouwen in eigen capaciteiten, maar uit de anticipatie op sociale kosten of afkeuring. Uit het onderzoek bleek dat de presentatie van leiderschap invloed heeft op de interesse van kinderen. Wanneer de rol wordt omschreven als ‘gericht op het helpen van anderen’, nam de interesse bij zowel meisjes als jongens toe. Deze bevinding onderstreept het potentieel van vroege interventies die leiderschap koppelen aan samenwerking en groepswelzijn.
Zelfbeeld bij meisjes Ook in samenwerking met Mattel voerde de non-profitorganisatie Girls Leadership een onderzoek uit onder meisjes in het basisonderwijs met als doel inzicht te krijgen in hoe meisjes zichzelf zien, welke hoop ze voor de toekomst koesteren en welke uitdagingen ze ervaren, met speciale aandacht aan de invloed van etnische achtergrond, waaronder de perspectieven van zwarte, latina, AAPI-, inheemse en witte meisjes. De studie resulteerde in het rapport She Knows Her Power. De bevindingen toonden aan dat jonge meisjes schade ondervinden van rigide genderverwachtingen en vooroordelen. Tegelijkertijd blijken relaties binnen het gezin en vriendschappen cruciale bronnen van belonging voor hen. Op het vlak van leiderschap hanteren meisjes een brede definitie, waarbij zij leiderschap associëren met het opkomen voor hun overtuigingen en het delen van macht met anderen, in plaats van enkel met hiërarchische autoriteit.
STEM-interesse bij meisjes Niet enkel op vlak van leiderschap worden genderverschillen gemeten, ook de interesse van meisjes in STEM blijkt te variëren. Onderzoek wijst uit dat hoewel een toename van inschrijvingen van meisjes in STEM-vakken toeneemt, deze niet gelijk verdeeld zijn. Vooral fysica blijkt nog altijd sterk gedomineerd door jongens, terwijl in biologie en chemie een vrouwelijke meerderheid of gendergelijkheid werd gemeten. De studie suggereert dat deze kloof niet primair wordt veroorzaakt door wiskundige vaardigheden, maar door sociale factoren en de perceptie van het vakgebied. Daarnaast is er de nadruk op de cruciale rol van beroepsplannen (occupational plans) die al op middelbare schoolleeftijd worden gevormd. Uit analyse blijkt dat verschillen in academische prestaties of zelfbeeld weinig verklaren waarom meisjes minder vaak een STEM-diploma behalen. In plaats daarvan is de verwachting om later een STEM-beroep uit te oefenen de sterkste voorspeller voor het kiezen en volhouden van een STEM-studie. Meisjes formuleren op jonge leeftijd minder vaak concrete plannen om in STEM-sectoren te werken, wat mede voortkomt uit stereotypen en het gebrek aan zichtbare rolmodellen.
Representatie in de media Onderzoek naar representatie in de media, zoals uitgevoerd met de Gender Gap Tracker, toont aan dat vrouwen significant minder vaak worden geciteerd dan mannen in het nieuws, zelfs tot drie keer minder. Deze onderrepresentatie versterkt impliciete bias en beperkt de zichtbaarheid van vrouwelijke rolmodellen. De kloof in dit domein kan ook worden gezien als een factor die bijdraagt aan de "dream gap"; door het gebrek aan zichtbare voorbeelden in media en nieuws, internaliseren meisjes sneller het idee dat leiderschap en autoriteit mannelijke domeinen zijn, wat hun eigen ambities en zelfbeeld negatief beïnvloedt.
Socialisatieprocessen Naast deze institutionele onderzoeken wijst wetenschappelijke literatuur erop dat de “dream gap” mede wordt gevormd door socialisatieprocessen in de dagelijkse omgeving. De verwachtingen van volwassenen, beschikbare rolmodellen en de schoolcontext spelen hierbij een cruciale rol bij het internaliseren van genderstereotypen.
Invloed van leerkrachten Uit onderzoek blijkt dat leerkrachten vaak onbewuste associaties hebben met sociale groepen zoals verschillende etnische achtergronden, maar ook verschillen in gender. Deze impliciete bias beïnvloedt hun gedrag in de klas, bijvoorbeeld door bijvoorbeeld verschillen in de hoeveelheid aandacht die ze geven, de aard van de feedback die ze geven en de verwachtingen die ze hebben. Er is bewijs dat deze impliciete biases van leerkrachten kunnen bijdragen aan verschillen in academische prestaties, motivatie en zelfbeeld van de verschillende groepen leerlingen.
Het gedrag van leerkrachten draagt bij aan een specifiek schoolklimaat. Een klimaat waarin discriminatie of ongelijkwaardige behandeling wordt waargenomen, heeft negatieve gevolgen in prestaties voor alle leerlingen, maar activeert ook specifieke psychologische mechanismen bij gemarginaliseerde groepen. Hoewel onderzoek naar deze dynamieken vaak vertrekt vanuit etnische diversiteit, tonen genderstudies aan dat vergelijkbare psychosociale processen spelen bij meisjes. Onbewuste associaties leiden in beide gevallen tot differentiële feedback en verwachtingen, wat niet alleen invloed heeft op de individuele interacties maar ook op de bredere sociale context van de klas.
Wanneer leerkrachten bewust of onbewust jongens en meisjes ongelijkwaardig behandelen, betekent dit dat meisjes in een dergelijke omgeving een lager gevoel van school belonging (erbij horen) ervaren. Belonging gaat verder dan alleen sociale integratie. Het draait om emotionele verbondenheid en het gevoel zich ‘thuis’ en veilig te voelen binnen een groep. Het gevoel van ongelijkwaardig behandeld te worden in de klas ondermijnt dit veiligheidsgevoel. Subtiele uitsluiting en stereotypen leiden tot een gevoel van ‘anders-zijn’. Als meisjes merken dat hun identiteit niet volledig wordt geaccepteerd binnen de klas, trekken ze zich vaak terug of passen ze zich aan uit zelfbescherming. Dit staat haaks op de behoefte aan een stabiele basis die essentieel is voor leren en ontwikkeling.
Daarnaast leidt het gevoel van onrechtvaardigheid of lage verwachtingen ertoe dat meisjes minder waarde hechten aan hun eigen inspanningen en prestaties (attitudes toward learning). Ze trekken het nut van hun werk en haalbaarheid van succes in bepaalde domeinen in twijfel. Het effect hiervan is een vermindering van interesse en prestaties in domeinen die sterk gestereotypeerd zijn, zoals de eerder genoemde STEM-vakken en leiderschapsrollen. Wanneer meisjes zich minder thuis voelen en de waarde van hun inzet betwijfelen, haken ze eerder af of kiezen ze bewust voor andere paden. Op deze manier dragen impliciete bias van leerkrachten en het daaruit voortvloeiende schoolklimaat direct bij aan het in stand houden en vergroten van de ‘dream gap’. Wanneer leerlingen merken dat hun identiteit, of deze nu gebaseerd is op geslacht of afkomst, minder wordt gewaardeerd, daalt hun motivatie en ontstaan er twijfels over de haalbaarheid van succes in bepaalde domeinen.