Het kasteel Louvre (Frans: Château Louvre) ook bekend als het middeleeuwse Louvre (Frans: Louvre médiéval) was een kasteel in Parijs dat in opdracht van Filips II van Frankrijk werd gebouwd aan de rechteroever van de Seine. Onder bouwmeester Raymond du Temple veranderde de vesting in de veertiende eeuw in een koninklijke residentie. Tussen 1528 en 1660 werd het kasteel in fases gesloopt en maakte het plaats voor het Louvrepaleis. De restanten van het middeleeuwse kasteel zijn te zien in het museum Louvre.
Etymologie De oorsprong van het woord "louvre" (lupera of louver) is onbekend. Sommige historici geloven dat het afkomstig is van een gefortificeerd kampement of een jachthuis dat in de Karolingische periode was gebouwd.
Geschiedenis Beginjaren Voordat Filips II van Frankrijk op kruistocht vertrok gaf hij in 1190 de opdracht tot de bouw van het Louvre. Het doel van de bouw was om Parijs te voorzien van een verdedigingsburcht die de stad moest beschermen tegen een aanval van de Plantagenets, met name de rechteroever van de Seine. De bouw begon in 1190 en werd voltooid in 1202. Het Louvre functioneerde als verdedigingswerk compleet los van de Parijse stadsomwalling en zou daarom ook wel als een citadel beschouwd kunnen worden.
Het kasteel was aanvankelijk niet bedoeld als koninklijke residentie. De koning bleef daarvoor het Palais de la Cité gebruiken. Het Louvre functioneerde als arsenaal, opslagplaats voor de koninklijke archieven en de schatkist werd hier bewaakt. In de periode 1230-1240 breidde koning Lodewijk IX de westelijke vleugel van het Louvre uit en liet daar een aantal kamers voor ambtenaren bouwen en een kapel. De westelijke vleugel wordt daarom ook ter zijner ere de La Salle Saint-Louis genoemd. Filips IV liet omstreeks 1315 de noordelijke en oostelijke vleugels uitbreiden en herstelde daarmee de balans in de plattegrond van het kasteel.
Veertiende eeuw In de veertiende eeuw veranderden oorlogstactieken en toonden de zwakte van de toenmalige stadsverdediging. Na de door de Fransen verloren slag bij Poitiers groeide in Parijs de behoefte voor een nieuwe ommuring om ook de buitenwijken te beschermen. Het werk voor deze ommuring werd geïnitieerd door Karel V van Frankrijk. Door de nieuwe omwalling verviel de verdedigende functie van het Louvre. Het Palais de la Cité had in de periode aangetoond dat het ongeschikt was door de opstanden in Parijs van die periode en daarom besloot Karel V om zijn intrek in het Louvre te nemen.
miniatuur|Het Louvre van Karel V zoals afgebeeld in de Les Très Riches Heures du duc de Berry In de periode 1360-1372 onderging het kasteel een transformatie en groeide het uit tot een koninklijke residentie. De verbouwing van het Louvre stond onder leiding van de architect Raymond du Temple. Hij consolideerde en verhoogde de oudere zuid- en westvleugels, terwijl hij tegelijkertijd nieuwe vleugels tegen de noord- en oostmuren toevoegde in een minder strenge stijl. Er werden nieuwe ramen in de oude muren geplaatst; de daklijn werd verhoogd en verfraaid, terwijl er hoogwaardige vertrekken voor de koning werden gecreëerd. De vertrekken in de noordelijke vleugel waren bereikbaar via een grandioze, vierkante trap die mogelijk bestond uit een reeks rechte trappen in plaats van een veelhoekig ontwerp, en daardoor leek op de Italiaans geïnspireerde Eretrap uit 1346 in het paleis van Avignon. Bovendien werd de trap van het Louvre verfraaid met overdekte nissen gevuld met beelden van de koninklijke familie, die beroemd werden om hun omvang en hoogwaardige ontwerp.
Het kasteel herbergde verschillende koninklijke schatten, waaronder de koninklijke bibliotheek die uit 917 manuscripten bestond. Deze bibliotheek was ondergebracht in de Tour de la Librarie (bibliotheektoren). Van het kasteel van Karel V is weinig bewaard gebleven.
Geleidelijke sloop Karel V en zijn opvolgers leefden met enige regelmaat in het Louvre, maar na de inname van Parijs door de Engelsen in 1420 prefereerden de Valois-koningen om te verblijven in hun kastelen in de Loirestreek. Na het vertrek van de Engelsen in 1436 gaven ze de voorkeur aan het Hôtel des Tournelles. Koning Frans I liet in 1528 de donjon slopen en de gracht dempen. De rest van het kasteel werd gesloopt gedurende de vijftiende en begin zestiende eeuw.
Indeling Het Louvre van Filips II bestond uit een nagenoeg vierkanten constructie en had de beschikking over tien torens en twee poortgebouwen. Deze poorten waren respectievelijk gericht richting de rivier en de stad. Tegen de zuid- en westmuren kwamen enkele woon- en opslagruimten. Op de binnenplaats van de vesting stond een donjon van nagenoeg 30 meter hoog. De fortificatie was omgeven door een brede slotgracht en de donjon had een eigen gracht. Het model van een losstaande, hoge donjon in een groot vierkanten binnenhof met een ommuring kwam bekend te staan als het "Filippijnse model" voor kastelenbouw en zou ook elders in Frankrijk navolging vinden.
Overblijfselen miniatuur|Restanten van de middeleeuwse muren van het Louvre Tijdens de grote transformatie van het Louvre in de jaren 1980 werden restanten van het middeleeuwse Louvre van Filips II gevonden. Deze overblijfselen zijn te zien in het museum.
Geraadpleegde literatuur
Categorie:Louvre Categorie:Voormalig bouwwerk in Parijs