Ernesto Rossi (Caserta, 25 augustus 1897 – Rome, 9 februari 1967) was een Italiaans antifascist, journalist, politiek denker en bestuurder. Hij was actief in de antifascistische beweging Giustizia e Libertà en werd vanwege zijn clandestiene activiteiten door het fascistische regime langdurig gevangengezet. Na negen jaar gevangenisstraf werd hij in 1939 overgebracht naar Ventotene, waar hij samen met Altiero Spinelli in 1941 Per un'Europa libera e unita. Progetto d'un Manifesto (Voor een vrij en verenigd Europa. Ontwerp van een manifest) schreef, later bekend geworden als het Manifest van Ventotene. Rossi schreef daarbij het gedeelte over de hervorming van de samenleving.Luca Polese Remaggi, Rossi, Ernesto, Dizionario Biografico degli Italiani, deel 88, Istituto della Enciclopedia Italiana (Treccani), 2017. Geraadpleegd op 16 augustus 2026.Pier Virgilio Dastoli, Ventotene, Il Manifesto di, Dizionario di Economia e Finanza, Istituto della Enciclopedia Italiana (Treccani), 2012. Geraadpleegd op 16 augustus 2026.Edoardo Vaccari, The “Ventotene Moment”: Revolutionary Federalism in World War II Europe, Modern Intellectual History, Cambridge University Press, online gepubliceerd 28 mei 2026, p. 1–21, doi:10.1017/S1479244326100614.
Na de val van het fascisme behoorde Rossi in augustus 1943 tot de oprichters van het Movimento Federalista Europeo. Na de Tweede Wereldoorlog was hij korte tijd onderstaatssecretaris voor Wederopbouw in de regering van Ferruccio Parri. Vervolgens richtte hij zich vooral op journalistiek, economisch-politieke publicaties en campagnes tegen monopolievorming, corruptie en de invloed van georganiseerde belangengroepen op de staat.
Leven
Jeugd en politieke vorming Rossi werd op 25 augustus 1897 geboren in Caserta als zoon van Antonio Rossi della Manta, een legerofficier van Piëmontese afkomst, en Elide Verardi. In 1899 verhuisde het gezin naar Florence.
In maart 1916 meldde Rossi zich als vrijwilliger voor militaire dienst tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij werd opgeleid aan de militaire school in Modena en diende vervolgens aan het front aan de Isonzo. Tijdens de Tiende Slag aan de Isonzo raakte hij op 12 mei 1917 ernstig gewond. In 1918 werd hij bevorderd tot tweede luitenant, maar tevens ongeschikt verklaard voor verdere gevechtsdienst. Na zijn demobilisatie in maart 1919 ging hij rechten studeren aan de Universiteit van Siena. In december 1920 studeerde hij af met een scriptie over het denken van Vilfredo Pareto.
In de eerste jaren na de oorlog stond Rossi aanvankelijk dicht bij bepaalde ideeën van het vroege fascisme en leverde hij bijdragen aan Il Popolo d'Italia. Zijn ontmoeting met de historicus en politicus Gaetano Salvemini eind 1919 vormde volgens zijn biograaf Luca Polese Remaggi het begin van een nieuwe politieke ontwikkeling. In de daaropvolgende jaren keerde Rossi zich tegen het fascisme. Vanaf 1923 bekritiseerde hij de regering van Benito Mussolini, onder meer vanwege het protectionisme, de invloed van georganiseerde economische belangen en politieke corruptie.
Antifascisme en gevangenschap Rossi ontwikkelde zich in de eerste helft van de jaren 1920 tot een uitgesproken antifascist. Hij nam deel aan activiteiten van de Florentijnse Circolo di cultura en Italia libera. Samen met onder anderen Carlo Rosselli en Nello Rosselli werkte hij mee aan het clandestiene antifascistische blad Non mollare. In mei 1925 vluchtte hij tijdelijk naar Parijs. Na een amnestie keerde hij terug naar Italië en werd hij docent politieke economie en openbare financiën aan een technische school in Bergamo.
Van 1926 tot 1930 schreef Rossi daarnaast voor La Riforma sociale, het tijdschrift van de econoom en latere Italiaanse president Luigi Einaudi. Vanaf 1928 raakte hij opnieuw intensief betrokken bij clandestiene antifascistische activiteiten. Hij werkte samen met een groep rond onder anderen Riccardo Bauer en onderhield contacten met de in Parijs gevestigde beweging Giustizia e Libertà.
Op 3 november 1930 werd Rossi tijdens het lesgeven gearresteerd. In mei 1931 veroordeelde het Tribunale speciale per la difesa dello Stato, de bijzondere rechtbank van het fascistische regime, hem en Bauer tot twintig jaar gevangenisstraf wegens hun betrokkenheid bij een clandestiene antifascistische organisatie. Tijdens zijn gevangenschap trouwde Rossi in oktober 1931 met Ada Rossi, die evenals hij als docent had gewerkt.
De jaren in de gevangenis gebruikte Rossi onder meer voor studie en discussies met andere politieke gevangenen over de verhouding tussen staat en markt, sociale hervormingen, liberalisme en antifascisme. Een aantal denkbeelden die hij in deze periode ontwikkelde, werkte hij na de Tweede Wereldoorlog verder uit in boeken en artikelen.
Ventotene en het Manifest van Ventotene Na negen jaar gevangenschap werd Rossi door het regime aangemerkt als een maatschappelijk gevaarlijk persoon en onderworpen aan confino, een vorm van gedwongen interne ballingschap voor politieke tegenstanders van het fascistische regime. Op 16 november 1939 werd hij naar het eiland Ventotene overgebracht. Daar ontmoette hij in de zomer van 1940 Altiero Spinelli. Ook Eugenio Colorni, Ursula Hirschmann en andere antifascisten namen deel aan de politieke discussies op het eiland.
Uit deze discussies ontstond in 1941 Per un'Europa libera e unita. Progetto d'un Manifesto. Het document werd later algemeen bekend als het Manifest van Ventotene. Spinelli en Rossi betoogden daarin dat het stelsel van concurrerende soevereine natiestaten een belangrijke oorzaak was van de Europese oorlogen en dat duurzame vrede een supranationale, federale politieke orde vereiste.
De taakverdeling tussen beide auteurs is in de literatuur nader beschreven. De gedeelten over de crisis van de moderne beschaving en de Europese eenheid werden hoofdzakelijk door Spinelli geschreven. Rossi was verantwoordelijk voor het gedeelte over de hervorming van de samenleving. Daarin werd onder meer gepleit voor overheidsingrijpen in de economie, herverdeling van grond en kapitaal en bescherming van burgerlijke en politieke rechten.
De tekst werd clandestien van Ventotene weggevoerd en buiten het eiland verspreid. Ada Rossi behoorde volgens recent historisch onderzoek tot degenen die een vroege versie van het manuscript van het eiland smokkelden. Ook Ursula Hirschmann speelde een belangrijke rol bij de verspreiding, terwijl Eugenio Colorni later betrokken was bij de redactie en verspreiding van de tekst.Historical Archives of the European Union, European visionaries: The Ventotene Manifesto 80 years on, European University Institute, 1 september 2021. Geraadpleegd op 16 augustus 2026.
Het manifest wordt in de geschiedschrijving vaak in verband gebracht met de latere Europese integratie. Historicus Edoardo Vaccari heeft erop gewezen dat het document niet zonder meer als een blauwdruk voor de geleidelijke ontwikkeling van de huidige Europese Unie kan worden gelezen. De oorspronkelijke tekst uit 1941 bevatte een radicaal en anti-gradualistisch programma waarin Europese federatie, ingrijpende maatschappelijke hervorming en een revolutionaire politieke strategie met elkaar werden verbonden. De praktische koers van de Europese integratie na 1945, waarin aanvankelijk vooral stapsgewijze economische samenwerking centraal stond, week daarvan op belangrijke punten af.
Federalistische activiteiten tijdens de oorlog Na de val van Mussolini werd Rossi op 30 juli 1943 vrijgelaten. Op 27 en 28 augustus van dat jaar nam hij in Milaan deel aan de oprichting van het Movimento Federalista Europeo (MFE), samen met onder anderen Spinelli. Kort daarna week hij wegens de veranderde politieke en militaire situatie uit naar Zwitserland.
In Zwitserland zette Rossi zijn federalistische werkzaamheden voort. Samen met Spinelli en andere antifascisten nam hij in 1944 deel aan internationale bijeenkomsten in Genève over Europese samenwerking en federalisme. In juli 1944 publiceerde hij onder het pseudoniem Storeno het werk Gli Stati Uniti d'Europa (De Verenigde Staten van Europa).
Na de Tweede Wereldoorlog Kort voor de bevrijding van Italië keerde Rossi terug. Premier Ferruccio Parri benoemde hem tot onderstaatssecretaris voor Wederopbouw. Op 29 oktober 1945 werd Rossi tevens voorzitter van de Azienda Rilievo Alienazione Residuati (ARAR); zijn benoeming werd later bevestigd onder premier Alcide De Gasperi. In die functie probeerde hij openbare aanbestedingen en concurrentie te gebruiken om de invloed van grote georganiseerde economische belangengroepen te beperken.
De invoering van het Marshallplan gaf na de oorlog nieuwe impulsen aan het Europese federalisme van Rossi en Spinelli. Beiden werden opnieuw actief in de leiding van de MFE. Hun naoorlogse strategie verschilde echter van de revolutionaire benadering uit de oorlogsjaren en sloot meer aan bij het Europese beleid van politici als De Gasperi, Robert Schuman en Konrad Adenauer. Rossi's actieve betrokkenheid bij de federalistische beweging nam af nadat het Franse parlement in 1954 het verdrag voor de Europese Defensiegemeenschap verwierp.
Rossi richtte zich na de oorlog in toenemende mate op journalistiek en het publieke debat. Hij schreef onder meer voor Il Ponte, L'Italia libera, Lo Stato moderno, Italia socialista, Corriere della Sera, La Stampa en vooral voor Il Mondo, dat in 1949 door Mario Pannunzio was opgericht. In december 1955 was hij betrokken bij de heroprichting van de Italiaanse Partito Radicale.
In 1963 richtte hij samen met Ferruccio Parri het tijdschrift L'Astrolabio op. Daarin bekritiseerde Rossi onder meer de verstrengeling van politieke partijen, pressiegroepen, overheidsfunctionarissen en economische belangen. Zijn politieke en economische publicaties waren in deze periode vooral gericht tegen monopolievorming en tegen wat hij beschouwde als de onderwerping van het openbaar bestuur aan particuliere belangen.
Economische en politieke denkbeelden Rossi's politieke denken combineerde gedurende zijn leven elementen uit verschillende liberale, socialistische en federalistische tradities. Een terugkerend thema was de verhouding tussen de staat, economische macht en georganiseerde belangengroepen. Hoewel hij in de jaren 1920 onder invloed stond van het economische liberalisme van onder anderen Luigi Einaudi, pleitte hij na de oorlog voor een sterke regulerende rol van de staat om monopolies, armoede en onevenwichtigheden in de markt tegen te gaan.
In werken als Abolire la miseria en Critica del capitalismo verdedigde hij overheidsingrijpen op terreinen als onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting en sociaal beleid. Tegelijk verzette hij zich tegen een staat die volgens hem door grote ondernemingen, vakorganisaties, politieke partijen of andere georganiseerde belangen werd gedomineerd. Zijn ideaal was een overheid die economische concurrentie kon bewaken en burgers en kleine spaarders tegen machtsconcentratie kon beschermen.
Het federalisme van Rossi was eveneens nauw met zijn visie op de staat verbonden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog beschouwde hij de vorming van een Europese federatie als een structurele oplossing voor het geweld dat volgens hem voortkwam uit het Europese stelsel van soevereine natiestaten. In het Manifest van Ventotene werd dit verbonden met een programma van maatschappelijke hervormingen dat verder ging dan uitsluitend internationale samenwerking.
Publicaties Rossi publiceerde boeken over economie, politiek, antifascisme en de verhouding tussen staat en particuliere economische macht. Tot zijn publicaties behoren onder meer:
Critica del sindacalismo (1945) La riforma agraria (1945) Abolire la miseria (1946) Critica del capitalismo (1948) Settimo: non rubare (1952) Lo Stato industriale (1953) Il malgoverno (1954) I padroni del vapore (1955) Borse e borsaioli (1961) I nostri quattrini (1964) Pagine anticlericali (1966)