Weteringschans 247-251 is drietal herenhuizen aan de Weteringschans te Amsterdam-Centrum.

Achtergrond De Weteringschans, dan nog alleen Schans geheten, diende eeuwenlang als vesting- dan wel stadswal van Amsterdam. Dit in combinatie met Lijnbaansgracht en Singelgracht. In het eerste kwart van de 19e eeuw, toen Amsterdam (alweer) aan uitbreiding dacht, werden die stadswallen afgebroken. Op de vrijkomende plek moest woningbouw komen, maar er kwamen in eerste instantie ook bedrijventerreinen, eind 19e eeuw weer vervangen door woningbouw. De woonbebouwing van de Weteringschans tussen de Weteringplantsoenen en het Frederiksplein kwam pas op gang in het laatste kwart van de 19e eeuw, toen Amsterdam ook begon te bouwen aan haar 19e-eeuwse gordel buiten de Singelgracht. Ter plaatse was dat De Pijp. Daar waar in De Pijp revolutiebouw plaatsvond (kopen grond, goedkoop bouwen, verkopen/verhuren, volgende stuk grond kopen), werden aan de Weteringschans woningen van het betere soort neergezet voor de gegoede burgerij. De gevelwand laat daarbij binnen bebouwen van perceel tot perceel een opmerkelijke samenhang in architectuur zien; (bijna) alle gebouwen werden in historiserende of neostijlen opgetrokken.

Gebouw De ontwerper van deze gebouwen bleef onbekend. Er zijn wel bestektekeningen (terug)gevonden, maar daarop ontbreekt de naam. De gebouwen lijken geïnspireerd op de buurpanden of gebouwen aan de overkant aan de Weteringschans. De meesten daarvan zijn drie vensterassen breed. Ook voor deze drie gebouwen geldt dat ze zijn neergezet op een souterrain achter een natuurstenen pui. Er is ook hier een soort bel-etage, maar de entree tot de gebouwen zijn hoewel een trede nodig is, op maaiveldniveau. De bijbehorende toegangsdeuren bevinden zich rechts (247) en links (249 en 251). Vanuit die etage komen de consoles voor de erkers naar voren. De middelste vensters van de drie gebouwen hebben dan ook een rechthoekige erker. De tweede verdieping heeft geen erkers, de middelste ramen kregen daar een fronton toebedeeld. De middelste van de drie een rechthoekige, het linker en rechter een driehoekige. Daarboven is nog een verdieping zichtbaar die deels schuilgaat achter hevig versierd pleisterwerk. Daarboven komen de consoles voor de drie gevelbrede kroonlijst. Het middelste gebouw is enigszins risalerend naar voren gezet.

Dankzij de foto’s van Jacob Olie uit omstreeks 1890, dus net na de oplevering, is bekend dat die lijst in het verleden niet de bovenkant van het gebouw was. Er volgde nog een balustrade en de lijst was in het midden onderbroken door opnieuw een fronton. Voorts was op die foto duidelijk herkenbaar dat de erkers van 247 en 251 identieke consoles en erkers hadden; de middelste erker week daarvan af. In de loop der jaren (onbekend is wanneer) zijn er steeds meer kleine wijzigingen in het gevelbeeld ontstaan, tot in die consoles aan toe. Zo wordt de linker erker (245) gedragen door zeer eenvoudige driehoekige consoles. Op die foto is trouwens ook te zien dat rechts naast 251 nog een onbebouwd stuk grond lag ten behoeve van het latere Weteringschans 253.

De redengeving tot gemeentelijk monument haalde men uit de ensemblewaarde van (een deel van) de gevelwand in haar geheel. Voorts werd er gemeld dat er zorgvuldig en esthetisch met de gevelindeling is omgegaan, zonder dat er sprake was van een bekend architect. Een negatief punt is dat gebouw 251 in de loop der jaren voorzien is van een donkere verflaag, zodat wat dat betreft het zich buiten de symmetrie heeft geplaatst.

Bijzonderheden H.D. Voorthuijsen/Voorthuijzen was degene die de bouwvergunning heeft aangevraagd. Diverse gebouwen hier werden gebouwd in opdracht van makelaars die grond kochten, huizen lieten bouwen om dat te verkopen en verder te trekken. Deze makelaars schakelden dan bevriende bouwbedrijven in om naar eigen ontwerp te gaan bouwen. Op de tekentafel kregen ze de huisnummer 217 Q, R en S. Het hoogst bekende huisnummer aan deze zijde was 217, waarna men de daaropvolgende huizen in eerste instantie letters gaf. Over de bouwstijl is men niet eenduidig, de een (monumentenzorg) noemt het neobarok, het Inventarisatie Project noemt het neorenaissance. Het past evenwel binnen het plaatje van een gevelwand opgetrokken in “neostijlen”. Politicus Theo Heemskerk woonde hier tussen 1890 en 1908 met zijn kinderen uit zijn eerste huwelijk, zijn tweede echtgenote Lydia von Zaremba en hun drie kinderen. Toen verhuisde het gezin naar Den Haag; hij werd er in dat jaar minister van Binnenlandse Zaken (1908-1913).

Afbeeldingen

Categorie:Bouwwerk in Amsterdam-Centrum Categorie:Gemeentelijk monument in Amsterdam