Het Centre Européen de Documentation et d'Information (CEDI; Spaans: Centro Europeo de Documentación e Información, in het Nederlands te vertalen als Europees Documentatie- en Informatiecentrum) was een transnationale conservatieve netwerk- en overlegorganisatie die vanaf 1952 actief was in West-Europa. Het CEDI bracht politici, diplomaten, intellectuelen en andere vertegenwoordigers uit vooral katholieke, christendemocratische en conservatieve milieus met elkaar in contact. Centrale thema's waren de politieke en culturele eenheid van Europa, het christelijke karakter van de Europese beschaving, anticommunisme en de positie van Spanje binnen het naoorlogse Europa.David Brydan, Franco's Internationalists: Social Experts and Spain's Search for Legitimacy, Oxford University Press, 2019, hoofdstuk "Spain's Catholic Internationalists", online bij Oxford Academic.Antonio Cañellas Mas, "CEDI: transición y crisis de un movimiento europeísta, 1970-1980", Mélanges de la Casa de Velázquez, 47 (2), 2017, p. 249–271.
De organisatie ontstond tijdens de vroege Koude Oorlog, toen het regime van Francisco Franco na de Tweede Wereldoorlog aansluiting zocht bij West-Europese politieke en katholieke netwerken. Aan Spaanse zijde speelde het Instituto de Cultura Hispánica (ICH), waaraan de diplomaat Alfredo Sánchez Bella verbonden was, een belangrijke rol. Het CEDI kreeg tevens steun van het Spaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Hierdoor werd het zowel een internationaal conservatief contactforum als een informeel instrument waarmee het franquistische Spanje zijn betrekkingen met West-Europa kon verbeteren.
Ontstaan De ontstaansgeschiedenis van het CEDI wordt in de historiografie niet geheel op dezelfde wijze beschreven. Een internationaal congres in Santander in augustus 1952 wordt in de literatuur met de oprichting van het CEDI verbonden. David Brydan legt daarnaast nadruk op een oorspronkelijke organisatorische basis in München onder leiding van Otto von Habsburg en beschrijft vervolgens de ontwikkeling van een Spaanse afdeling en de vestiging van het secretariaat in Madrid. De organisatie kreeg daardoor vanaf haar begin zowel een Midden- en West-Europees als een uitgesproken Spaans karakter.
De Spaanse betrokkenheid paste in een bredere buitenlandse strategie van het franquistische regime. Na 1945 had Spanje te maken met internationale diplomatieke isolatie, onder meer wegens de politieke aard van het regime en zijn houding tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf het einde van de jaren 1940 probeerden Spaanse diplomatieke en katholieke kringen die isolatie mede te doorbreken door het land te presenteren als onderdeel van een christelijk en anticommunistisch Westen. Het CEDI bood voor die strategie een duurzaam internationaal netwerk.
Alfredo Sánchez Bella vervulde binnen deze ontwikkeling een belangrijke rol. Ook Otto von Habsburg, zoon van de laatste Oostenrijk-Hongaarse keizer Karel I, was vanaf de beginfase nauw bij het CEDI betrokken. De contacten rond het CEDI reikten echter verder dan Spanje en de Habsburgse kring en omvatten in de loop van de jaren 1950 en 1960 verschillende conservatieve, katholieke en christendemocratische milieus in West-Europa.
Opvattingen over Europa Het CEDI verdedigde een Europese samenwerking die nadrukkelijk op de christelijke traditie van Europa werd gebaseerd. Cañellas karakteriseert het nagestreefde model als christelijk en confederaal: de Europese staten moesten samenwerken, maar hun nationale zelfstandigheid behouden. Daarmee vertegenwoordigde het CEDI een vorm van Europees denken die verschilde van zowel uitgesproken federalistische concepties als van een Europese integratie die voornamelijk in economische termen werd opgevat.
Anticommunisme vormde een belangrijk bindmiddel. Volgens Brydan stond de tegenstelling met de Sovjet-Unie en het communistische Oostblok centraal in de discussies binnen het netwerk. Tegelijkertijd beschouwde het CEDI het Europese project in culturele en religieuze termen en legde het nadruk op een gemeenschappelijke christelijke beschaving.
De organisatie was ideologisch niet zonder meer gelijk te stellen aan één politieke partij of stroming. Zij bracht personen uit verschillende conservatieve milieus samen, waaronder katholieke politici, christendemocraten, Duitse politici uit de omgeving van de CDU en CSU, Franse gaullisten en personen die nauwe banden hadden met het franquistische bestuur. Het gemeenschappelijke uitgangspunt lag vooral in anticommunisme, een conservatieve opvatting van Europese samenwerking en het belang dat aan het christelijke erfgoed van Europa werd toegekend.
Organisatie en werkwijze Het CEDI functioneerde eerder als een internationaal contact- en eliteforum dan als een massabeweging. Bijeenkomsten en congressen boden politici, diplomaten, intellectuelen en vertegenwoordigers van maatschappelijke elites gelegenheid om buiten de formele diplomatie contacten te onderhouden en over Europese politieke vraagstukken te spreken. Historicus Johannes Großmann heeft het CEDI in dat verband onderzocht als onderdeel van transnationale conservatieve elitekringen en van informele diplomatie in het naoorlogse West-Europa.Johannes Großmann, "L'« Internationale des Conservateurs ». Cercles d'élites transnationaux, diplomatie informelle et biographies croisées en Europe occidentale depuis 1945", Histoire, économie & société, 35 (2), 2016, p. 32–44.
De organisatie kende een internationale structuur naast nationale afdelingen en comités. De institutionele geografie was daarbij verdeeld. Een contemporaine studie van het Belgische Centre de recherche et d'information socio-politiques (CRISP) vermeldde München als zetel van het internationale CEDI."Groupements de droite à vocation d'étude ou de pression en matière de politique extérieure", Courrier hebdomadaire du CRISP, nr. 252 (1964/27), Brussel: CRISP, 1964, p. 1–20. Brydan beschrijft daarentegen hoe het algemeen secretariaat na 1953 in Madrid werd gevestigd en financiële ondersteuning ontving van het Instituto de Cultura Hispánica en het Spaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. München en Madrid vervulden aldus verschillende functies binnen hetzelfde internationale netwerk.
Het CEDI beschikte onder meer over afdelingen of georganiseerde contacten in Spanje, Frankrijk en België. Nationale groepen konden daarbij een eigen accent leggen, terwijl zij via het internationale CEDI toegang kregen tot een breder netwerk van conservatieve elites.Antonio Cañellas Mas, "La sección francesa del CEDI: aportaciones a un proyecto europeo (1952-1964)", Hispania. Revista Española de Historia, 76 (254), 2016, p. 819–846.
Betrekkingen met het franquistische Spanje Voor het bewind van Franco bood het CEDI een middel om contacten te onderhouden met West-Europese politici en opinievormers zonder dat deze contacten uitsluitend via de officiële Spaanse diplomatie hoefden te lopen. Het netwerk paste daarmee in pogingen om de internationale positie van Spanje te normaliseren door de nadruk te leggen op katholicisme, anticommunisme en de Europese identiteit van het land.
De financiële en institutionele steun uit Madrid betekende dat de belangen van de Spaanse buitenlandse politiek een aanzienlijke invloed op het CEDI hadden. Cañellas stelt dat de steun van het ministerie van Buitenlandse Zaken en de functie van het centrum als ondersteuning van Spaanse diplomatieke belangen bepalend waren voor de ontwikkeling van de organisatie. In die context bood het CEDI Spaanse functionarissen toegang tot conservatieve en christendemocratische kringen in andere Europese landen.
Dit betekent niet dat het CEDI uitsluitend als een Spaanse staatsorganisatie kan worden beschouwd. Het internationale netwerk omvatte actoren met eigen politieke agenda's en nationale achtergronden. Het functioneerde juist door de combinatie van officiële en particuliere contacten. Die verwevenheid van transnationale netwerken en informele buitenlandse politiek is een belangrijk thema in de geschiedschrijving over het CEDI.
Volgens Brydan kon het netwerk voor het Franco-regime bovendien dienen als tegenwicht tegen internationale contacten van de antifranquistische oppositie. Tegelijkertijd bood deelname aan het CEDI West-Europese conservatieven een forum voor overleg over anticommunisme, Europese samenwerking en internationale politiek.
Franse en Belgische afdelingen In het begin van de jaren 1960 nam het gewicht van de Franse deelnemers binnen het CEDI toe. Cañellas situeert een duidelijke toename van de Franse invloed op de leiding van de organisatie tussen 1962 en 1964. Zijn onderzoek naar de Franse afdeling, mede gebaseerd op het archief van de Franse politicus Edmond Michelet, laat zien dat deze afdeling bijdroeg aan de ontwikkeling van een conservatief en christelijk Europees project binnen het CEDI. Brydan constateert eveneens dat vanaf de jaren 1960 in toenemende mate Franse gaullisten bij het netwerk betrokken raakten.
Ook in België bestond een nationaal comité. Marcel De Roover was in 1961 de initiatiefnemer en voorzitter van de Belgische afdeling van het CEDI.. Een analyse van CRISP uit 1964 omschreef het Belgische CEDI als de nationale afdeling van een Europese organisatie met een christelijke inspiratie en een anticommunistische oriëntatie, waarvan de rekrutering voornamelijk beperkt bleef tot leidende maatschappelijke en politieke kringen. Deze beschrijving ondersteunt het beeld van het CEDI als een selectief netwerk van elites, eerder dan als een publieke ledenorganisatie.
Crisis en neergang Vanaf de jaren 1970 werd het voor het CEDI moeilijker om zijn oorspronkelijke positie te behouden. De politieke omstandigheden waarin het netwerk was ontstaan veranderden sterk, zowel door de ontwikkeling van de Europese integratie als door de ontwikkelingen binnen Spanje.
Vooral de democratische overgang in Spanje na de dood van Franco in 1975 vormde een structureel probleem. Volgens Cañellas probeerde het CEDI zich aan de veranderde omstandigheden aan te passen, maar werd dat bemoeilijkt door de nauwe historische band met het Franco-regime en door een conservatief Europees discours dat steeds moeilijker aansloot op de nieuwe Spaanse politieke context. Het verdwijnen van de vroegere officiële Spaanse ondersteuning droeg bij aan de desintegratie van het netwerk.
Hierdoor verloor het CEDI geleidelijk zijn vroegere functie als kanaal tussen Spaanse regeringskringen en conservatieve elites elders in West-Europa. In de geschiedschrijving ligt de nadruk daarom vooral op zijn betekenis tijdens de jaren 1950 en 1960 en op de crisis die zich in de jaren 1970 ontwikkelde.
Historiografie Het CEDI is in historisch onderzoek vanuit verschillende invalshoeken bestudeerd. Onderzoek naar het Franco-regime behandelt de organisatie als onderdeel van de pogingen van Spanje om zijn internationale isolement te verminderen en informele betrekkingen met West-Europa te ontwikkelen. Studies over Europese conservatieve netwerken benadrukken daarentegen de rol van het CEDI als transnationaal elitecircuit en als plaats voor informele diplomatie.
Daarnaast heeft onderzoek naar afzonderlijke nationale afdelingen laten zien dat het CEDI niet uitsluitend vanuit de Spaanse buitenlandse politiek kan worden begrepen. De studie van Cañellas naar de Franse afdeling wijst bijvoorbeeld op de eigen bijdrage van Franse conservatieve en gaullistische kringen aan de ontwikkeling van het netwerk. De contemporaine Belgische studie van CRISP toont eveneens aan dat nationale afdelingen deel uitmaakten van plaatselijke conservatieve politieke netwerken.
De historische betekenis van het CEDI ligt daarmee onder meer in de verbinding tussen verschillende verschijnselen van de naoorlogse Europese geschiedenis: conservatief en katholiek Europeanisme, anticommunistische samenwerking, informele diplomatie en de pogingen van het franquistische Spanje om aansluiting te vinden bij West-Europa.
Zie ook Ordre de Rouvre