De Koninklijke Maatschappij Van Muziek En Rhetorica Te Hasselt (Frans: Societe Royale De Musique Et De Rhétorique A Hasselt) De Roode Roos (afgekort De Roode Roos) is een Hasseltse rederijkerskamer met oorsprong in het begin van de zestiende eeuw. De vereniging groeide uit tot een belangrijke culturele instelling in Hasselt en hield zich aanvankelijk bezig met toneel, dichtkunst, religieuze plechtigheden en stedelijke festiviteiten.
In de negentiende eeuw verschoof het zwaartepunt geleidelijk van de rederijkerij naar de muziek, waarna de vereniging verderging als de "Koninklijke Maatschappij van Muziek en Rhetorica De Roode Roos". De vereniging bestaat nog steeds en vervult vooral een erfgoed- en folkloristische functie. Hun erfgoedcollectie met onder andere de reus De Langeman, blazoen, vaandel en prinsenketting, werd in langdurige bruikleen gegeven aan het Hasseltse stadsmuseum Het Stadmus. Een aantal stukken, zoals het blazoen en het vaandel, werden vervangen door modernere versies.
Geschiedenis Ontstaan in zestiende eeuw De oorsprong van De Roode Roos wordt doorgaans rond 1510 gesitueerd, als opvolger van de Sint-Annagezellen, die in Hasselt al vóór die tijd tijdens processies mysteriespelen opvoerden. De eerste bewaarde officiële aanwijzing voor het bestaan van de kamer dateert van 15 maart 1515, toen de stedelijke magistraat en Herman Tybouts, drossaard of baljuw van het graafschap Loon, de kamer juridisch erkenden. Daarbij kreeg De Roode Roos een eigen blazoen. De zogenoemde gesellen van de Retoryken ontvingen al in 1514 financiële steun van de stad.links|miniatuur|Gildenblazoen De Roode Roos (ca. 1700), deels verguld hout, collectie Het StadsmusDe kamer stond onder bescherming van de Heilige Maagd Maria. Op het oorspronkelijke gildenblazoen, gemaakt circa 1700 door Daniël van Vlierden (1651-1716) was Maria afgebeeld op een halve maan, omringd door engelen en sterren. De kenspreuk luidde ‘Hitte Vercoelt’. In de zeventiende eeuw komt daarnaast de spreuk ‘Jonste verweckt conste’ voor. De betekenis van de oudere spreuk is niet volledig zeker; in de historische literatuur is zij onder meer geïnterpreteerd als een oproep tot matiging van hartstocht of drift. De kamer beschikte over een eigen prins, factor en andere functionarissen en bezat naast toneelteksten ook rituele en ceremoniële voorwerpen.
Tijdens de zestiende en zeventiende eeuw speelde De Roode Roos een rol in het stedelijke culturele leven. De leden verzorgden toneel tijdens processies en religieuze feestdagen en traden op bij kermissen en andere stedelijke gelegenheden. Tussen 1515 en 1529 betaalde de stad jaarlijks een vergoeding voor de deelname van de kamer aan de processies. De rederijkers beschikten bovendien over een vaste vergaderruimte en onderhielden nauwe institutionele banden met het stadsbestuur. Als gewapende kamer hadden zij ook een functie bij stedelijke plechtigheden, jaarmarkten en de ordehandhaving. miniatuur|Verzamelhandschrift rederijkerskamer De Roode Roose 'Register ende Inventaris', Renier Comans (17de eeuw), collectie Het Stadsmus
Zeven- en achttiende eeuw In het begin van de zeventiende eeuw, in 1611, begon de factor, Renier Comans (of Coemans), met het verzamelen en overschrijven van toneelteksten die door de vereniging werden opgevoerd. Het handschrift, het zogenoemde “Register Comans”, bevat veertien stukken en documenteert het repertoire van de kamer over een langere periode, met opvoeringen tussen 1565 en 1670. Het bevat onder meer historiaelspelen en zinnespelen en vermeldt naast teksten ook personages, regieaanwijzingen, opvoeringsdata en latere hernemingen. Het handschrift is daardoor een uitzonderlijk belangrijke bron voor de studie van het rederijkerstoneel in de Zuidelijke Nederlanden en werd op 21 maart 2014 erkend als Vlaams topstuk.miniatuur|Optocht van de kamer met blazoen en vlag, collectie Het Stadsmus|links
Tot de gedocumenteerde leden en functionarissen uit deze periode behoren onder anderen Renier Comans, die factor en in 1619 prins van de kamer was, en Willem de Heckeleer, die regent en kapitein was en in 1589 prins werd. Een welkomstspel uit 1614 vermeldt daarnaast de spelers Jan Didderen, Jan Goetsbloits, Huybrecht Liefsoens, Renier Coemans, Pauwels Broeckmans en Hendrick Laermans, die als prins wordt vermeld, evenals Dierick van den Velde als personage in een esbatement. De bronnen maken duidelijk dat de kamer niet alleen een literaire vereniging was, maar ook beschikte over een georganiseerde hiërarchie van bestuurders, schrijvers, acteurs en andere functionarissen.
Ook de Hasseltse Langeman raakte nauw met De Roode Roos verbonden. De reus, waarvan de oorsprong teruggaat tot vóór 1500, werd in 1515 met de kamer verbonden en verscheen bij processies en andere stedelijke plechtigheden. De huidige houten en papier-maché-uitvoering dateert uit 1810 en draagt de naam Don Christoph. De reus behoort tot het erfgoed van De Roode Roos en vormt daardoor een van de meest zichtbare overblijfselen van de historische rederijkerstraditie in Hasselt.
In het goederenregister van Hendrik Arnold Frederici zijn vier losse bladen met ontwerpen voor edelsmeedwerk bewaard. De tekeningen tonen onder meer zoutvaten, schutterijpapegaaien, een kroon, een processiekruis en een medaille met een roos. Deze laatste tekening lijkt als ontwerp te hebben gediend voor de zilveren medaille die De Roode Roos in 1713 liet vervaardigen.
De kamer bleef ook in de achttiende eeuw actief. Uit het bewaarde repertorium zijn onder meer opvoeringen bekend van Andreas den trotzen dwinger (1773), Torquaat (1775), Hypermnestra (1778), Tamerlan, de wreedaard en David en Saül (1779). Daarmee bleef toneel een wezenlijk onderdeel van de activiteiten, hoewel de maatschappelijke positie van de traditionele rederijkerskamers tegen het einde van de eeuw veranderde.
De Franse Revolutie (1789 tot 1799) betekende voor veel rederijkerskamers het einde van hun institutionele bestaan. miniatuur|Lidkaart van De Roode Roos (1956), collectie Het Stadsmus
Negentiende eeuw tot heden De Roode Roos wist daarentegen haar organisatie te behouden door zich om te vormen tot een société d'art dramatique. In 1820 kreeg de vereniging van koning Willem I de titel ‘Koninklijke Maatschappij’. Volgens het archief van de vereniging zijn documenten betreffende deze titel uit 1820 en 1849 bewaard gebleven. In de negentiende eeuw verschoof het accent steeds sterker naar muziek. Na verschillende organisatorische veranderingen ontstond in 1850 de Société royale de musique et de rhétorique De Roode Roos, met een harmonie en later ook een symfonieorkest. Op 10 november 1858 wordt er ingebroken bij de vlagbewaarder van de vereniging en ging de vlag verloren. Koning Leopold I schonk in 1859 een nieuwe flag van fluweel en satijn.
De muzikale tak bleef tot in de twintigste eeuw een belangrijke rol spelen in het Hasseltse culturele leven. De vereniging was daardoor niet langer uitsluitend een rederijkerskamer in de klassieke betekenis, maar ontwikkelde zich tot een bredere culturele maatschappij waarin de historische rederijkerstraditie en het muziekleven werden gecombineerd. In de periode na de Tweede Wereldoorlog nam de betekenis van de oorspronkelijke toneel- en rederijkersactiviteiten verder af. Het verenigingsarchief bevat niettemin ledenlijsten vanaf het einde van de achttiende eeuw tot 1954, naast statuten, reglementen en andere documenten.
Willy Claes (1938) is in de twintigste en begin van de eenentwintigste eeuw een van de bekende leden. De factor is Michel Ilsen, enveneens schrijver van verschillende boeken over de Hasseltse rederijkerskamer.
Erfgoed en huidige betekenis miniatuur|Rederijkerskraag voor prins-voorzitter De Roode Roos (16de eeuw), zilver, collectie Het Stadsmus De huidige betekenis van De Roode Roos ligt vooral in het behoud en de voortzetting van Hasselts immaterieel en materieel erfgoed. De vereniging bestaat nog steeds als erfgoedvereniging en onderhoudt historische gebruiken en ceremoniële tradities. Een van de belangrijkste is de organisatie van de Meiavondviering, waarvan de oorsprong minstens tot de zestiende eeuw teruggaat. Zij is betrokken bij het oprichten van de meiboom.
Een tweede belangrijke traditie is de rol van de vereniging rond de reus De Langeman tijdens de zevenjaarlijkse Virga Jessefeesten. De reus verschijnt daarbij in het openbaar en houdt toezicht bij de traditionele uitdeling van erwtensoep. De traditie van de soepbedeling gaat terug tot een legaat uit 1508 van de Zonhovense handelaar Hendrik Dries en ontwikkelde zich later tot een zevenjaarlijkse gewoonte. De historische vereniging vormt hierbij samen met de Broederschap van Onze-Lieve-Vrouw Virga Jesse een van de dragers van deze traditie.
De materiële collectie van De Roode Roos omvat onder meer het historische blazoen, een zilveren prinsenkraag, vlaggen, religieuze beelden en andere ceremoniële voorwerpen. Omdat verschillende objecten kwetsbaar zijn, werden ze gerestaureerd en in langdurige bruikleen aan Het Stadsmus gegeven. Het historische blazoen uit circa 1700 werd in 2017 vervangen door een eigentijds blazoen, ontworpen door Audi Pauwels en uitgevoerd in houtsnijwerk door Patrick Damiaens. Het nieuwe blazoen verwijst met een boek, lier, roos, de kenspreuk en de afbeelding van De Langeman zowel naar het rederijkersverleden als naar het muzikale verleden van de vereniging.
De vereniging vertegenwoordigt daarmee tegenwoordig vooral de historische continuïteit van een Hasseltse stedelijke vereniging waarvan de oorsprong teruggaat tot de rederijkerscultuur van de vroege zestiende eeuw. Haar betekenis ligt minder in de beoefening van de klassieke rederijkerskunst dan in het bewaren en uitvoeren van tradities, symbolen, archiefstukken en gebruiken die met die geschiedenis verbonden zijn.
miniatuur|Standbeeld "De Roode Roos" van Gerard Moonen in de tuin van Het Stadsmus Beeldhouwwerk Ter gelegenheid van het 500-jarig bestaan van rederijkerskamer ontwierp de lokale kunstenaar Gerard Moonen (1953-2026) een bronzen monument, dat op 20 mei 2000 aan de Schiervellaan werd onthuld en met boek- en bladvormen de literaire en muzikale traditie van de rederijkers verbeeldt. Op 30 september 2005 verhuisde het naar de tuin van Het Stadsmus, nabij het historische Waerdenhof dat ooit werd bewoond door Peter Jacobs, prins-voorzitter van de rederijkerskamer.
Literatuur (selectie) Een selectie van literatuur (zie ook bronnen):
Externe link Erfgoed van De Roode Roos op de Erfgoed databank.
Categorie:Rederijkerskamer Categorie:Rederijker Categorie:Cultuur in Hasselt