thumb|Entree (augustus 2026) Reguliersgracht 130 is een gebouw aan de Reguliersgracht, hoek Fokke Simonszstraat, in Amsterdam-Centrum. In het verleden werd er gesproken over Reguliersgracht 130-132; dat laatste nummer is volgens BAG vervallen, maar wordt naast de voordeur vermeld. In de Fokke Simonszstraat is er geen huisnummer
Achtergrond De gracht werd gegraven tijdens de Vierde uitleg en werd gezien als een radiaalverbinding stad in of uit. Het is een dwarsgracht van de drie grote grachten Herengracht, Keizersgracht en Prinsengracht. Ze eindigt als waterweg op de Lijnbaansgracht als straat/kade op de Weteringschans.
Beschrijving De geschiedenis van dit perceel tot de 19e eeuw is niet bekend. Bij de uitleg over het gemeentelijk monument wordt zowel gemeld dat voor de bouw van dit pand enkele andere afgebroken moesten worden. Bij de studie of het gebouw geschikt was als gemeentelijk monument werd wel een krantenartikel gevonden dat een loods met bovenwoning, tuin en erve op de Reguliersgracht bij de Nieuwe Looijerstraat in de verkoop stond. De Fokke Simonszstraat was toen nog een sloot.
De bestektekening van 5 juli 1872 van architect Jean Servais meldt bouwen op een leeg erf, noemt eveneens Nieuwe Looijersstraat, maar geen opdrachtgever. Er wordt aangenomen dat hij ook enige tijd eigenaar van het gebouw was. Het bouwjaar 1872 kwam terug in de fries. Servais tekende voor deze plek een gebouw met een veel in deze buurt voorkomend uiterlijk. Boven een souterrain volgt de bel-etage. De ingang daartoe bevindt zich tussen twee vensterpartijen onder een rondboogvariatie en bestaat uit een inwendig portiek achter een glaspartij met deur. Daarboven zijn nog twee woonetages zichtbaar. Het geheel bevindt zich onder een plat dak met steil aflopende schilden waarin luxe uitgevoerd dakkapellen. Aan de achterzijde heeft het een aanbouw, die geen souterrain heeft en daardoor een verdieping minder heeft met een toegangsdeur aan de Fokke Simonszstraat (maar geen adres).
De plint met de soutterainramen heeft (banaf het begin) een afwijkende kleurstelling; eind 20e eeuw werd het omschreven als grijsblauw (plint) tegenover wit (rest gevel). Het gebouw is drie vensterassen breed, waarbij het middendeel enigszins naar voren is gebouwd (risaliet). De gevel is op het souterrain en de kaders rond de raampartijen (geel) na voorzien wit geschilderde pleisterwerk, dat voorzien is van talloze reliëfs in de vorm van pseudovoegen en blokken. Ook zijn er Lisenen zichtbaar, leiden Voluutconsoles naar de balkons, en zijn er geprofileerde vensteromlijstingen en waterlijsten. Ook het hoofdgestel kreeg reliëf mee in de vorm van een tandlijst; de kroonlijst wordt ondersteund door (opnieuw) consoles. Aan de grachtkant zijn boven de raamassen dakkapellen geplaatst alle voorzien van schouderstukken, alleen de middelste is voorzien van een fronton.
Wat opvalt is dat ook de zijgevel (op de aanbouw na) symmetrisch van opzet is; deze wordt slechts tenietgedaan in het feit dat naast elkaar ramen met en zonder glaspartijen zijn gebruikt. Ook in de zijgevel bevindt zich een dakkapel, een sobere versie van de luxe dakkapel aan de gracht.
Monumentale status De redengeving tot het opnemen in het gemeentelijk monumentenregister (212042) werd gevonden in het esthetisch uiterlijk. De bouwstijl is daarbij eclectisch met allerlei neostijlen, voornamelijk neorenaissance. Ook de gaafheidwaarde telde mee, tegelijkertijd werd opgemerkt dat er aan het uiterlijk van het gebouw toch wel wat gewijzigd is ten opzichte van het origineel (balkondeuren, souterrainvensters en toegangspartij).
Categorie:Bouwwerk in Amsterdam-Centrum Categorie:Gemeentelijk monument in Amsterdam