thumb|right|upright=0.90|Françoise de Witte, omstreeks 1580–1590 (collectie Mauritshuis) De Witte was een Hollands geslacht van kooplieden en bestuurders, waarvan leden in de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw actief waren in Haarlem, Noordwijk, Noordwijkerhout, Lisse en Den Haag. Leden van de familie waren betrokken bij de internationale handel, het Haarlemse stadsbestuur, de grafelijke domeinadministratie en het plaatselijke bestuur als burgemeester, baljuw en schout. De vroegste in samenhang gedocumenteerde vertegenwoordiger is Frans Jacobsz. de Witte, die in 1533 overleed.
Geschiedenis thumb|right|upright=0.90|Haarlem en omgeving in 1573, enkele decennia na het burgemeesterschap van Frans Jacobsz. de Witte Frans Jacobsz. de Witte behoorde volgens historicus Raymond Fagel tot de vroegste internationaal werkende kooplieden van Haarlem. Hij bekleedde in de jaren 1520 meermalen het burgemeesterschap en onderhield handelsbetrekkingen met het Iberisch Schiereiland en Italië. Zijn bestuurlijke invloed blijkt tevens uit een brief die Pieter van Montfoort in 1530 aan Erasmus schreef. Daarin vroeg hij Erasmus om Quirinus Talesius bij Frans de Witte en Jacob van Montfoort aan te bevelen voor het ambt van pensionaris van Haarlem, omdat hun steun de keuze van de vroedschap kon beïnvloeden.
Frans de Witte was tevens betrokken bij de pacht van de tol van Iersekeroord in Zeeland. Hij wordt in 1525 en 1529 als pachter genoemd. Na zijn overlijden werd de onderneming eerst voortgezet door zijn oudste zoon Jacob en vervolgens door zijn schoonzoon Gregorio de Ayala. De internationale oriëntatie van de familie kwam ook tot uiting in de huwelijken van Frans' dochters. Christina de Witte trouwde in 1519 te Antwerpen met de Spaanse koopman Gregorio de Ayala, terwijl Elisabeth de Witte huwde met de Duitse koopman Joachim Pruner. Een erfregeling uit 1537 noemt Jacob, Christina, Jan, Elisabeth, Nicolaes en de toen nog minderjarige Gerrit als kinderen van Frans de Witte en Machteld Gerritsdr. Aelbout. Volgens het door Wildeman gepubliceerde familiehandschrift werd Frans de Witte in 1533 begraven in de Grote of Sint-Bavokerk in Haarlem.
thumb|right|upright=0.90|Noordwijk en omgeving op de kaart van het Hoogheemraadschap van Rijnland uit 1615 Gerrit de Witte, in bronnen ook Gerijt genoemd, werd vanaf 1540 vermeld in de administratie van de houtvesterij en de grafelijke wildernissen van Holland. Van 1555 tot 1562 was hij baljuw van Noordwijk en Noordwijkerhout. Daarnaast hield hij het schoutambt van Lisse voor driehonderd pond in pandschap. Dit ambt werd op 26 mei 1581 beleend aan zijn schoonzoon François de Virieu. Gerrit was gehuwd met Cornelia Stalpaert van der Wiele. Tot hun kinderen behoorden Cornelis Gerritsz. de Witte, Maria de Witte en Françoise de Witte.
Cornelis Gerritsz. de Witte volgde de bestuurlijke traditie van zijn vader en was van 1571 tot 1574 baljuw van Noordwijk en Noordwijkerhout. Françoise de Witte trouwde in maart 1574 met François de Virieu, telg uit het geslacht De Virieu. Een arrest van het Hof van Holland uit 1647 noemt hun zoons Maurits, Guillaume en Gunter de Virieu naast nakomelingen van Maria de Witte en van Cornelis Gerritsz. de Witte. Zij werden daarin gezamenlijk aangeduid als nakomelingen van Cornelia Stalpaert van der Wiele.
Van Françoise is een omstreeks 1580–1590 geschilderd portret bewaard gebleven. Het vormde een pendant met het portret van haar echtgenoot en behoort tot de collectie van het Mauritshuis.
Toegeschreven afkomst Een later familiehandschrift schreef het geslacht een afstamming toe van Witte van Haemstede, een buitenechtelijke zoon van graaf Floris V van Holland. Genealoog M.G. Wildeman onderzocht dit handschrift en publiceerde zijn bevindingen in 1895 in De Nederlandsche Leeuw. Hij stelde vast dat de daarin opgegeven verbinding chronologisch onmogelijk was. De als verbindende schakel opgevoerde Clara van Raephorst leefde ongeveer een eeuw later dan de personen van wie zij volgens het handschrift de moeder zou zijn geweest. Wildeman waarschuwde daarbij dat gelijkheid van familienaam zonder andere bewijsstukken geen bewijs van bloedverwantschap is. Voor een afstamming van Witte van Haemstede bestaat daarom geen deugdelijke grondslag. De gedocumenteerde stamreeks begint bij Frans Jacobsz. de Witte.
Wapen Het door Wildeman gepubliceerde handschrift schreef aan de familie een wapen toe met in een blauw veld drie boven elkaar geplaatste gouden brakken of jachthonden. Het helmteken bestond uit een uitkomende gouden brak. Hetzelfde wapen werd in het handschrift in verband gebracht met Frans Jacobsz. de Witte en zijn graf in de Grote of Sint-Bavokerk.
Genealogisch overzicht
Het onderstaande overzicht beperkt zich tot de hoofdlijnen die in de erfregeling van 1537, later gepubliceerde processtukken en genealogische bronnen worden vermeld. Niet voldoende onderbouwde kinderen en de omstreden aansluiting op een latere militaire familie De Witte zijn niet opgenomen.
Frans Jacobsz. de Witte († 22 maart 1533), koopman en burgemeester van Haarlem; huwde Machteld Gerritsdr. Aelbout († 29 april 1525) Jacob de Witte, oudste zoon en pachter van de tol van Iersekeroord Christina de Witte; huwde op 26 juli 1519 te Antwerpen Gregorio de Ayala Elisabeth de Witte; huwde Joachim Pruner Jan de Witte Nicolaes de Witte Gerrit of Gerijt de Witte (vermeld 1537–1562), grafelijk ambtenaar en baljuw; huwde Cornelia Stalpaert van der Wiele († 1623) Cornelis Gerritsz. de Witte († 1602), baljuw van Noordwijk en Noordwijkerhout; huwde Cornelia Pietersdr. Weyborgh François de Witte († 1 september 1638), substituut-griffier van het Hof van Holland; huwde Emerentia Regniers Maria de Witte; huwde Johan van Beaumont Gerrit de Witte Eva de Witte; huwde Cornelis van der Burch, secretaris te Noordwijk Maria de Witte; huwde Aert (Adriaan) Cloetingh Françoise de Witte (ca. 1550–1605/1606); huwde in maart 1574 François de Virieu
Literatuur
Frans Angevaare, Mannen van goede naam en faam. De welgeboren mannen van Noordwijkerhout, Lisse, Hillegom en Voorhout, 1590–1627, 2024. Raymond P. Fagel, De Hispano-Vlaamse wereld. De contacten tussen Spanjaarden en Nederlanders, 1496–1555, Brussel/Nijmegen, 1996, p. 164–177. C.Ph.L. van Kinschot, ‘Proeve van bewerking eener genealogie van het geslacht Van Kinschot’, De Nederlandsche Leeuw 23 (1905), kol. 309–310. M.G. Wildeman, ‘Een geslacht de Witte, naar een handschrift bewerkt’, De Nederlandsche Leeuw 13 (1895), kol. 83–86 en 136–139.
Categorie:Nederlandse familie