Militantis Ecclesiae is een encycliek van paus Leo XIII, uitgevaardigd op 1 augustus 1897 en gericht aan de aartsbisschoppen en bisschoppen van Oostenrijk, Duitsland en Zwitserland. Aanleiding was de driehonderdste herdenking van het overlijden van de jezuïet Petrus Canisius (1521–1597), die op 21 december 1597 in Fribourg was gestorven. Canisius was ten tijde van de encycliek zalig; hij was in 1864 door Pius IX zaligverklaard en werd pas in 1925 door Pius XI heiligverklaard en tot kerkleraar uitgeroepen.

In de encycliek noemt Leo XIII Canisius, na Bonifatius, de tweede apostel van Duitsland. Hij presenteert Canisius als voorbeeld voor katholieke geestelijken, geleerden en opvoeders. Vanuit diens levenswerk behandelt de encycliek vooral de verhouding tussen geloof en wetenschap, het belang van katholiek onderwijs, de morele vorming van jongeren en de noodzaak van kerkelijke eenheid. De oorspronkelijke Latijnse tekst verscheen in Acta Sanctae Sedis, deel XXX (1897–1898), pp. 3–9.

Historische context Petrus Canisius was een van de invloedrijkste jezuïeten in de Duitstalige gebieden van het Heilige Roomse Rijk tijdens de zestiende-eeuwse confessionele conflicten. Hij was actief als predikant, theoloog, docent en organisator van katholiek onderwijs. Vooral zijn catechismussen kregen een grote verspreiding. Volgens historica Ruth Atherton waren deze werken tegen het einde van zijn leven in honderden edities verschenen en werden ze gebruikt in scholen, kerken en huishoudens.

Canisius' optreden maakte deel uit van de katholieke hervormingsbeweging en de confessionele confrontatie met het protestantisme. De encycliek beschrijft de Reformatie vanuit het uitgesproken katholiek-polemische perspectief van Leo XIII en gebruikt daarbij termen als dwaling en geloofsafval. Die bewoordingen weerspiegelen de confessionele doelstelling van het document en worden in moderne geschiedschrijving niet als neutrale beschrijving van de Reformatie beschouwd. Onderzoek van Hilmar M. Pabel naar Canisius' houding tegenover protestanten benadrukt dat Canisius een actieve katholieke controversetheoloog was en waarschuwt tegen een anachronistische voorstelling van hem als een vroege oecumenische denker.

Militantis Ecclesiae verscheen tijdens het pontificaat van Leo XIII (1878–1903), dat onder meer werd gekenmerkt door een herwaardering van de scholastieke filosofie, in het bijzonder van Thomas van Aquino, en door pogingen om de verhouding tussen de Katholieke Kerk en de moderne Europese staten te herdefiniëren. In Duitsland viel dit pontificaat samen met de geleidelijke beëindiging van de Kulturkampf, terwijl Leo tevens een intellectuele heropleving van het thomisme stimuleerde. De Kulturkampf wordt in Militantis Ecclesiae zelf echter niet als afzonderlijk onderwerp behandeld.

Inhoud

Canisius als voorbeeld Leo XIII opent de encycliek met een verwijzing naar de driehonderdste verjaardag van de dood van Canisius. Hij stelt hem voor als een voorbeeld voor degenen die zich inzetten voor de verdediging en verspreiding van het katholieke geloof. Daarbij noemt hij Canisius, na Bonifatius, een apostel van Duitsland., §§ 1–2.

De paus besteedt bijzondere aandacht aan Canisius' combinatie van geleerdheid en religieuze levenshouding. Hij onderscheidt daarbij twee middelen waarmee het geloof volgens hem moet worden verdedigd: kennis en rechtvaardigheid. Intellectuele vorming alleen acht hij onvoldoende wanneer zij niet gepaard gaat met deugd en een christelijke levenspraktijk., §§ 3–4 en 23–25.

Leo beschrijft vervolgens Canisius' werkzaamheden in onder meer Keulen, Ingolstadt en Wenen. Hij prijst diens onderwijs, prediking, polemische activiteiten en catechetische geschriften als middelen waarmee de katholieke leer in de Duitstalige gebieden werd bevorderd., §§ 5–8.

Geloof, wetenschap en cultuur Een centraal thema van de encycliek is de verhouding tussen religie en intellectuele cultuur. Leo XIII stelt dat katholieken de ontwikkeling van wetenschap, kunst en geleerdheid niet moeten afwijzen, maar zich die juist eigen moeten maken. Kennis dient volgens hem mede te worden gebruikt voor de verdediging en verduidelijking van de godsdienst., §§ 9–14.

De encycliek veronderstelt geen noodzakelijke tegenstelling tussen geloof en menselijke kennis. Leo schrijft dat ontwikkelingen in filosofie en wetenschap kunnen worden opgenomen in een christelijk intellectueel kader en dat de studie van de natuur de godsdienst niet noodzakelijk ondermijnt. Deze gedachte past in het bredere intellectuele programma van zijn pontificaat, waarin de scholastieke en in het bijzonder thomistische filosofie als fundament voor katholiek hoger onderwijs werd bevorderd.

Onderwijs Het omvangrijkste praktische gedeelte van Militantis Ecclesiae betreft de opvoeding en het onderwijs van jongeren. Leo XIII kent aan de Katholieke Kerk en aan katholieke ouders een belangrijke verantwoordelijkheid toe voor de religieuze en morele vorming van kinderen. Hij verdedigt scholen waarin het gehele onderwijs in een katholiek kader wordt gegeven en uit bedenkingen tegen onderwijsvormen waarin religieuze vorming van de overige vakken wordt losgemaakt., §§ 15–20.

Daarmee koppelt het document intellectuele vorming aan karaktervorming. Onderwijs heeft volgens de encycliek niet uitsluitend tot doel kennis over te dragen, maar moet leerlingen tevens voorbereiden op een leven dat in overeenstemming is met de katholieke moraal. Canisius wordt als historisch voorbeeld gebruikt omdat hij onderwijsinstellingen, catechese en wetenschappelijke vorming met elkaar verbond. Moderne studies van zijn onderwijsactiviteiten bevestigen het grote belang dat hij aan scholen, catechismussen en aan verschillende doelgroepen aangepaste geloofsvorming hechtte.

Eenheid en algemeen welzijn In het slotgedeelte roept Leo XIII katholieken op onderlinge verdeeldheid te vermijden. Met een verwijzing naar Efeziërs 4:3 benadrukt hij het bewaren van de eenheid. Kerkelijke en intellectuele samenwerking krijgt daarbij voorrang boven partijschappen en interne conflicten., §§ 21–22.

De paus verbindt onderwijs tevens met het algemeen maatschappelijk welzijn. Jongeren moeten volgens hem niet alleen voor de Kerk, maar ook voor de burgerlijke samenleving worden gevormd. Kennis die uitsluitend voor eigen voordeel wordt aangewend en niet met rechtvaardigheid is verbonden, voldoet volgens de encycliek niet aan het ideaal van ware wijsheid., §§ 23–26.

Theologische en filosofische accenten Militantis Ecclesiae is geen systematische theologische of filosofische verhandeling. De argumentatie vertrekt vanuit een katholieke ecclesiologie waarin de Kerk verantwoordelijk wordt geacht voor het bewaren, onderwijzen en verdedigen van het geloof. De figuur van Canisius fungeert daarbij als voorbeeld van de verbinding tussen kerkelijke zending, wetenschap en persoonlijke deugd.

Bijbels steunt Leo onder meer op Efeziërs 4:3 in zijn oproep tot eenheid en op Wijsheid 13:1 in zijn bespreking van kennis van God en de zichtbare wereld., §§ 21 en 24. Schriftcitaten worden vooral gebruikt ter ondersteuning van morele en pastorale aansporingen; een uitvoerige Bijbelexegese vormt niet het doel van het document.

Filosofisch ligt de nadruk op de verenigbaarheid van geloof en rede en op de ethische bestemming van kennis. De menselijke rede, de studie van de natuur en de wetenschappen worden positief gewaardeerd voor zover zij niet van religieuze en morele vorming worden losgemaakt. Daarmee sluit de tekst aan bij Leo XIII's bredere bevordering van het neothomisme.

De mensvisie van de encycliek is sterk op vorming gericht: intellectuele bekwaamheid behoort volgens Leo samen te gaan met rechtvaardigheid, deugd en verantwoordelijkheid tegenover anderen. Het onderwijs wordt daarom niet alleen als overdracht van informatie beschouwd, maar ook als vorming van personen voor Kerk en maatschappij. Begrippen die in de twintigste-eeuwse katholieke sociale leer prominenter werden, zoals subsidiariteit, worden in deze encycliek niet afzonderlijk uitgewerkt.

Receptie en betekenis De voorstelling van Canisius in Militantis Ecclesiae bleef binnen het pauselijke leergezag invloedrijk. In 1929 verwees Pius XI in zijn onderwijsencycliek Divini Illius Magistri expliciet naar Militantis Ecclesiae bij zijn betoog dat christelijke vorming niet beperkt mocht blijven tot afzonderlijk godsdienstonderwijs, maar het gehele onderwijs moest doordringen.

Johannes Paulus II verwees in 1997, ter gelegenheid van de vierhonderdste sterfdag van Canisius, opnieuw naar Leo XIII's aanduiding van Canisius als de tweede apostel van Duitsland.

De historische beoordeling van Canisius' houding tegenover het protestantisme is in recenter onderzoek genuanceerder dan sommige twintigste-eeuwse voorstellingen van hem als een voorloper van de oecumenische dialoog. Pabel concludeert op basis van Canisius' polemische geschriften dat diens houding tegenover protestantse leerstellingen in belangrijke mate die van een zestiende-eeuwse katholieke controverse-theoloog bleef. In dat opzicht sluit de sterk confessionele voorstelling van Canisius door Leo XIII volgens Pabel nauwer aan bij diens polemische optreden dan een uitgesproken oecumenische interpretatie.

Zie ook

Petrus Canisius Paus Leo XIII Katholieke Reformatie Jezuïeten Neothomisme

Externe links

Militantis Ecclesiae - officiële latijnse tekst op de website van de Heilige Stoel Militantis Ecclesiae - officiële Engelse tekst op de website van de Heilige Stoel Militantis Ecclesiae – Nederlandse vertaling bij RKDocumenten.nl

Bronnen

Leo XIII (1897), Militantis Ecclesiae, in: Acta Sanctae Sedis, deel XXX (1897–1898), pp. 3–9.

Categorie:19e-eeuws rooms-katholiek geschrift Categorie:Pauselijke encycliek Categorie:1897