Het zogenoemde evacuatiedrama van Battenoord was een tragische deelgebeurtenis van de watersnood van 1953 in de nacht van zaterdag 31 januari op zondag 1 februari 1953. Een reddingsoperatie om een deel van de inwoners (met name vrouwen en kinderen) in veiligheid te brengen, veranderde in een catastrofe waarbij 32 mensen verdronken.
Battenoord, een klein buurtschap en haven nabij Nieuwe-Tonge, liep in de vroege ochtend van 1 februari direct groot gevaar toen de dijken het begonnen te begeven. Burgemeester Christiaan van Hofwegen van Nieuwe Tonge (waaronder Battenoord viel) werd telefonisch ingelicht en begaf zich zelf ook in die richting. Tijdens de dreigende overstroming zochten bewoners van Battenoord en omliggende boerderijen hun toevlucht in een het hoger gelegen dijkhuis van dijkmeester Kees Luchtenburg nabij de haven. Het gebouw lag relatief hoog en leek aanvankelijk bescherming te bieden tegen het stijgende water. In het huis verzamelden zich tientallen mensen, onder wie vrouwen, kinderen en ouderen. Omdat communicatie met de buitenwereld ontbrak en de omvang van de ramp onbekend was, ontstond de vrees dat het huis ieder moment kon worden weggeslagen. Onder deze omstandigheden werd besloten het dijkhuis te verlaten. Vrouwen en kinderen werden als eerste aangewezen om te vertrekken. Rond 4:00 uur 's ochtends vertrokken de eerste auto's over de Battenoordsedijk. Deze eerste groep wist Nieuwe-Tonge veilig te bereiken.
Kort daarna (rond 4:15 uur) vertrok een volgende stoet voertuigen volgeladen met evacués. Precies op dat moment braken aangrenzende dijken, waaronder de Klinkerlandse Zeedijk, op meerdere plaatsen door. Een enorme muur van water met golven van wel twee meter hoog stroomde met razende snelheid de polder in en sloeg over de binnendijk heen. De auto's werden simpelweg van de dijk gesleurd.
Een van de overlevenden schreef: Bij de afrit van de woning van Willem Bruggeman moesten wij het water in, wat reeds boven de dijk stond. Hoe verder wij gingen, hoe dieper het water werd. Toen we ongeveer 15 meter van de woning van Bruggeman verwijderd waren begrepen we dat we voor een moeilijke opgave stonden. Ongeveer 10 meter voor ons uit stond Bruggeman naast een auto (die bij nader inzien de wagen van N. Buijs was) om hulp te roepen. In deze auto zat zijn vrouw met drie kinderen. Hij trachtte hem voort te duwen doch het lukte hem niet meer. Met vereende krachten, Ab van Prooijen rechts duwend, De Haan en Oosterling achter, Bruggeman en ik links, ging de auto vooruit. Toen kwam het fatale moment. Na ongeveer 5 minuten te hebben geduwd namen de golven een andere vorm aan. Het waren nu steile watermassa’s van ongeveer 2 meter hoog, die op ons afkwamen...
Onder de 32 slachtoffers waren 5 bijna complete gezinnen. Onder hen waren 11 kinderen. Achteraf bleek dat het dijkhuis de storm had doorstaan.
Zie ook Lijst van rampen in Nederland
Categorie:Ramp in 1953 Categorie:Goeree-Overflakkee