Het Keizerlijk Gerechtshof van Brussel (Frans: Cour impériale de Bruxelles) was tijdens het Eerste Franse Keizerrijk een beroepsrechtbank in Brussel. Opgericht in 1800 en vanaf 1811 onder de naam Keizerlijk Gerechtshof fungeerde samen met een gelijkaardig rechtscollege in Luik het rechtscollege als hoogste rechterlijke instantie binnen de grenzen van het latere Koninkrijk België. In 1815 kreeg het de naam Hooggerechtshof van Brussel (Frans: Cour supérieure de justice de Bruxelles). In 1830 werd het Hooggerechtshof de hoogste rechterlijke instantie van de nieuwe Belgische staat. In 1832 werden het Hof van Cassatie en het hof van beroep in Brussel als nieuwe hoogste rechtscolleges ingericht.
Geschiedenis In de Oostenrijkse Nederlanden was de Grote Raad van Mechelen het hoogste rechtscollege. Voor het hertogdom Brabant vervulde de Raad van Brabant de taak van hoogste gewestelijk rechtscollege. In 1794 en 1795 - tijdens de Franse Tijd - werden beide rechtscolleges ontbonden en de rechterlijke macht gereorganiseerd. De oude rechtbanken werden vervangen door een uniform, hiërarchisch en territoriaal georganiseerd gerechtelijk systeem. Voor het latere België kwamen Brussel en Luik als gerechtelijke centra naar voren. De rechtscolleges in deze steden doorliepen verschillende benamingen: Tribunal d'appel vanaf 1800, cour d'appel (hof van beroep) vanaf 1804, cour impériale (Keizerlijk Gerechtshof) vanaf 1810/1811.
Het Keizerlijk Gerechtshof van Brussel werd op 20 mei 1811 geïnstalleerd. De eerste voorzitter was Frans Jozef Beyts. Het Gerechtshof fungeerde hoog beroepsgerecht, niet als cassatierechtbank. Het in Parijs gevestigde Cour de cassation (Hof van Cassatie) stond boven de keizerlijke hoven.
Na het vertrek van de Fransen werd de Franse rechterlijke organisatie niet onmiddellijk afgebroken. Veel van de Franse instellingen bleven voorlopig functioneren. Het Keizerlijk Gerechtshof van Brussel werd in 1815 omgevormd tot de Cour supérieure de justice de Bruxelles (Hooggerechtshof van Brussel) met een voorlopige cassatiefunctie. Hetzelfde principe werd in Luik ingevoerd. Ook in 's-Gravenhage werd een Hooggerechtshof opgericht.
De Belgische Revolutie maakte een geplande Nederlandse rechterlijke hervorming van 1827 irrelevant voor het nieuwe België. De nieuwe staat behield aanvankelijk veel van de bestaande organisatie. De Cour supérieure de justice de Bruxelles werd tijdelijk het hoogste rechtscollege van de nieuwe staat. In 1832 werden zowel het Hof van Cassatie als het hof van beroep in Brussel ingericht. Het Hooggerechtshof van Luik werd een hof van beroep en ook in Gent werd een hof van beroep opgericht. Op 15 oktober 1832 werd het Hof van Cassatie geïnstalleerd. Overgangsbepalingen bepaalden dat reeds aanhangige cassatiezaken naar het nieuwe Hof werden overgebracht.
Literatuur John GILISSEN, 'L'ordre judiciaire en Belgique au début de l'Indépendance, 1830–1832', in Journal des Tribunaux 102, 1983, 565-574. Ernst HOLTHÖFER, Beiträge zur Justizgeschichte der Niederlande, Belgiens und Luxemburgs im 19. und 20. Jahrhundert, Frankfurt am Main, Vittorio Klostermann, 1993, 54-87. Jacques LOGIE, Les magistrats des cours et des tribunaux en Belgique, 1794–1814. Essai d'approche politique et sociale, Genève, Droz, 1998. Jean-Pierre NANDRIN, 'Les nominations judiciaires de 1832. Une entreprise de légitimation d'un jeune État indépendant', in Xavier ROUSSEAUX en René LÉVY (red.), Le pénal dans tous ses Etats. Justice, Etats et sociétés en Europe (XlIe-XXe siècles), Brussel, Publications de facultés universitaires Saint-Louis, 1997, 405-423.
Categorie:Geschiedenis van België in de 19e eeuw Categorie:Rechterlijke macht in België