Marcel Charles Philippe De Roover (Saint-Marc, 17 december 1890 – Het Zoute, 21 juni 1971) was een Belgisch officier, ingenieur, diplomaat, industrieel en bankier. Na militaire en diplomatieke opdrachten tijdens en na de Eerste Wereldoorlog werd hij actief in de Belgische koloniale industrie en later in de financiële groep Brufina. Vanaf het interbellum speelde hij daarnaast een prominente rol in Belgische en internationale anticommunistische organisaties en particuliere inlichtingennetwerken.
Levensloop
Militaire en diplomatieke loopbaan De Roover volgde een opleiding aan de Koninklijke Militaire School en studeerde in augustus 1913 af als tweede luitenant bij de genie. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog diende hij bij de Belgische genietroepen. In 1915 meldde hij zich vrijwillig voor dienst in Belgisch-Congo, waar hij bij de Force Publique deelnam aan de veldtocht tegen Duits-Oost-Afrika. Hij was onder meer betrokken bij de operaties die in 1916 tot de inname van Tabora leidden.
Na zijn terugkeer naar Europa werd De Roover ter beschikking gesteld van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken. In 1919 werd hij als Belgisch vertegenwoordiger naar Zuid-Rusland gestuurd bij de regeringen en strijdkrachten van generaal Anton Denikin, een van de leiders van de Witte beweging in de Russische Burgeroorlog. Zijn opdracht bestond onder meer uit het onderhouden van contacten tussen de plaatselijke autoriteiten en Belgische industriële en commerciële belangen in gebieden die door Denikins troepen werden gecontroleerd. Hij keerde in 1920 naar België terug.
Van 1920 tot 1926 werkte De Roover in het kader van de Volkenbond aan de uitvoering van de Grieks-Bulgaarse overeenkomst over bevolkingsuitwisseling van 27 november 1919. Hij was uiteindelijk voorzitter van de gemengde Grieks-Bulgaarse emigratiecommissie.
Industrie en bankwezen In 1926 verliet De Roover zijn internationale functie om voor de Société Générale de Belgique mee te werken aan de ontwikkeling van een chemische industrie in Katanga. In 1929 werd hij directeur van de Société générale industrielle et chimique du Katanga (Sogechim). De onderneming bouwde onder meer installaties voor de productie van zwavelzuur en andere chemicaliën die werden gebruikt door de mijn- en metallurgische industrie in Katanga. De Roover verbleef hiervoor meermaals in Belgisch-Congo.
Op 3 april 1930 werd hij geassocieerd lid van de technische wetenschappen van het toenmalige Institut royal colonial belge, de latere Koninklijke Academie voor Overzeese Wetenschappen.
Eind 1940 verliet hij Sogechim. In januari 1941 trad hij toe tot de leiding van Brufina (Société de Bruxelles pour la Finance et l'Industrie), de holdingmaatschappij die verbonden was met de Bank van Brussel. Binnen die groep bekleedde hij vervolgens verschillende bestuursfuncties.
Politieke en anticommunistische activiteiten
Interbellum en Tweede Wereldoorlog Vanaf ten minste de tweede helft van de jaren 1930 speelde De Roover achter de schermen een leidende rol in de Société d'Études Politiques, Économiques et Sociales (SEPES), een anticommunistische organisatie die contacten onderhield met industriële, militaire en veiligheidskringen. Historicus Rudi Van Doorslaar omschreef hem als een centrale figuur in het Belgische anticommunistische activisme voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.
Na de Duitse inval van 1940 was De Roover betrokken bij het Rassemblement moral des anciens combattants autour du Roi, samen met onder anderen generaal Aloïs Biebuyck. De organisatie stond in verbinding met het in 1940 gevormde Belgisch Legioen, waaruit later het Geheim Leger voortkwam. De Roover hielp financiële steun van industrieel Paul de Launoit naar het Belgisch Legioen te leiden en financierde onder meer de installatie van de eerste radiozenders van de organisatie.
De politieke oriëntatie van deze netwerken was in de eerste oorlogsjaren uitgesproken leopoldistisch en anticommunistisch. De Roover probeerde daarbij verschillende rechtse en nationalistische groepen in een breder blok samen te brengen. Zijn pogingen om ook het autoritaire Nationaal Legioen daarin te integreren, slaagden niet. Vanaf 1941 legde het Belgisch Legioen de nadruk steeds sterker op de bevrijding van het Belgische grondgebied en ontwikkelde het zich verder tot een militaire verzetsorganisatie.
Verhoeyen en Van Doorslaer merken op dat De Roovers precieze positie binnen het verzet niet in alle opzichten vaststaat, maar stellen dat zijn anti-Duitse houding niet ter discussie staat en dat hij namens De Launoit vooral militaire en anticommunistische verzetsgroepen financieel ondersteunde.
Milpol en naoorlogs anticommunisme Na de oorlog zette De Roover zijn anticommunistische activiteiten voort. Eind 1946 voerde hij met kolonel René Mampuys en Union Minière-bestuurder Herman Robiliart overleg over de oprichting van een particuliere inlichtingendienst. Daaruit ontstond Milpol, dat zowel politieke als militaire informatie verzamelde en waarvan de praktische leiding in handen kwam van André Moyen. De dienst werd gefinancierd door ondernemingen en financiële groepen, waaronder de Société Générale en Brufina.
De Roover speelde volgens Verhoeyen en Van Doorslaer een centrale rol binnen Milpol en stelde voormalige medewerkers van SEPES ter beschikking van Moyen. De auteurs beschouwen Milpol in organisatorisch en financieel opzicht in belangrijke mate als een voortzetting van het vooroorlogse SEPES-netwerk.
Latere geschiedschrijving heeft deze particuliere netwerken in verband gebracht met de ontwikkeling van het stay-behindconcept tijdens de vroege Koude Oorlog. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen Milpol en de later officieel georganiseerde Belgische stay-behindstructuren: voor een rechtstreekse organisatorische opname van De Roovers particuliere netwerk in de officiële stay-behindorganisatie is geen sluitend bewijs gepubliceerd.
De Roover was ook betrokken bij de Belgische afdeling van de internationale anticommunistische organisatie Paix et Liberté. Deze werd in België in 1951 opgericht en ging later op in het Comité international d'Information et d'Action sociale (CIAS), waarvan De Roover voorzitter werd.
In 1961 was De Roover initiatiefnemer en voorzitter van de Belgische afdeling van het Centre Européen de Documentation et d'Information (CEDI), een internationaal christelijk-conservatief netwerk. Het internationale CEDI zelf bestond reeds sinds de jaren 1950.
De anticommunistische activiteiten van De Roover kregen in de jaren 1960 in toenemende mate een internationaal karakter. In 1966 stond hij aan het hoofd van CIAS en was hij betrokken bij overleg over een wereldwijde samenwerking tussen anticommunistische organisaties. CIAS nam in 1967 deel aan de oprichting van de World Anti-Communist League in Taipei.
Adel en overlijden Op 27 maart 1962 verleende koning Boudewijn aan De Roover opname in de Belgische adel en de persoonlijke titel van ridder (chevalier).A. Lederer, "Roover (De) (Marcel-Charles-Philippe)", in Biographie Belge d'Outre-Mer, deel VII-A, Académie royale des sciences d'outre-mer, Brussel, 1973, kol. 408.
De Roover overleed op 21 juni 1971 in Het Zoute, op tachtigjarige leeftijd.
Publicaties De Roover publiceerde verscheidene technische en economische bijdragen over Belgisch-Congo. Een zelfstandige bibliografie van door hem geschreven boeken is in de geraadpleegde literatuur niet aangetroffen. Tot zijn verifieerbare publicaties behoren onder meer:
"L'eau potable au Congo belge", Bulletin des séances de l'Institut royal colonial belge, 1931, pp. 668–688. "Les industries chimiques au Congo belge", Bulletin des séances de l'Institut royal colonial belge, 1937, pp. 249–260. "Étude et réalisation prochaine de l'industrie de la cellulose coloniale", Bulletin des séances de l'Institut royal colonial belge, 1948, pp. 999–1006. "Études et projets pour la fabrication de pâte de cellulose au Congo", Bulletin des séances de l'Académie royale des sciences coloniales, 1957, pp. 1231–1245. "Expérience en Inde de la Fondation belge pour la lutte contre la lèpre", Bulletin des séances de l'Académie royale des sciences d'outre-mer, 1960, pp. 990–995. "Les aspects d'avenir de l'assistance technique. Deux exemples pratiques", Bulletin des séances de l'Académie royale des sciences d'outre-mer, 1967, pp. 330–336.
Literatuur
Externe link
Bulletin des séances - Mededelingen der zittingen 4-1971 (Koninklijke Academie voor Overzeese Wetenschappen) Marcel Charles Philippe de Roover1 (Koninklijke Academie voor Overzeese Wetenschappen)
Categorie:Belgisch bankier Categorie:Belgisch industrieel Categorie:Belgisch diplomaat Categorie:Belgisch verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Belgische adel