Het Belgisch Anticommunistisch Blok (BACB) was een clandestiene anticommunistische groepering en inlichtingenstructuur die vanaf november 1947 in België is gedocumenteerd. Volgens later historisch onderzoek maakte het BACB, in het bijzonder de Antwerpse kern rond Raphaël (Raf) Van Os, deel uit van het bredere clandestiene inlichtingennetwerk rond de voormalige verzetsman André Moyen. Een rapport van de Staatsveiligheid van 12 november 1949 stelde dat het BACB op initiatief van Moyen was opgericht en dat de broers Raphaël en Guillaume Van Os in de provincie Antwerpen aan het hoofd van de beweging stonden.Staatsveiligheid, Inlichtingen betreffende het BACB (Belgisch Anticommunistisch Blok), verslag van 12 november 1949, geciteerd en gereproduceerd in Gerard, De Ridder en Muller (2015), hoofdstuk "Het BACB en zijn leider, Raf Van Os".
Het BACB verspreidde anticommunistische propaganda en verzamelde inlichtingen over communistische activiteiten. De precieze omvang, organisatiestructuur en bestaansduur zijn moeilijk vast te stellen, omdat het overgeleverde bronnenmateriaal fragmentarisch is en verklaringen van voormalige betrokkenen niet altijd overeenstemmen met de bewaard gebleven politiedossiers. De groepering kreeg vooral historische aandacht door haar plaats in het onderzoek naar de moord op Julien Lahaut en naar het anticommunistische netwerk van Moyen.
Ontstaan en organisatie De eerste bekende publieke activiteit onder de naam Belgisch Anticommunistisch Blok vond plaats op 15 november 1947, toen in Antwerpen-Zuid een anoniem anticommunistisch pamflet werd verspreid. In maart en april 1948 verschenen nieuwe pamfletten, ook buiten Antwerpen. Politie- en veiligheidsdossiers uit deze periode wijzen erop dat het BACB meer was dan een eenmalige propagandacampagne. De Staatsveiligheid verzamelde vanaf eind 1947 gedurende ongeveer twee jaar informatie over de organisatie.
Een rapport van de Staatsveiligheid van 12 november 1949 legde een rechtstreeks verband tussen het BACB en André Moyen. Volgens dat rapport was de groepering op Moyens initiatief opgericht en stonden Raphaël en Guillaume Van Os voor de provincie Antwerpen aan het hoofd ervan; zij zouden tevens inlichtingenagenten voor Moyen hebben geworven. Historici Gerard, De Ridder en Muller beschouwen dit document als een belangrijke aanwijzing dat het Antwerpse BACB een onderdeel vormde van Moyens ruimere netwerk.
Raf Van Os presenteerde het BACB tijdens gerechtelijke verhoren in 1961 en 1962 als een kleine en kortstondige anticommunistische inlichtingendienst. Het latere archiefonderzoek wees echter op activiteiten gedurende een langere periode en op contacten buiten de kleine Antwerpse kern. Een formele datum waarop het BACB werd ontbonden is niet bekend.
Activiteiten De best gedocumenteerde openbare activiteit van het BACB bestond uit het verspreiden van anticommunistische pamfletten. Daarnaast had de groepering een inlichtingenfunctie. Uit politie- en veiligheidsdossiers blijkt dat informatie werd verzameld over communistische organisaties en activiteiten en dat binnen het netwerk pogingen werden gedaan om informanten en agenten te rekruteren.
In een door de Staatsveiligheid gemelde circulaire van april 1949 vroeg de centrale leiding van het BACB aan provinciale en lokale verantwoordelijken om kandidaat-werknemers voor Belgisch-Congo te signaleren die als onbezoldigde agenten informatie aan het BACB konden bezorgen. Deze documentatie wijst op een ambitie om een breder informatienetwerk uit te bouwen, maar laat niet toe de daadwerkelijke omvang ervan nauwkeurig te reconstrueren.
Plaats binnen het netwerk van André Moyen Het BACB moet volgens het onderzoek van Gerard, De Ridder en Muller niet worden vereenzelvigd met het volledige netwerk van André Moyen. Moyen bouwde na de Tweede Wereldoorlog een ruimer anticommunistisch inlichtingennetwerk uit dat op verschillende plaatsen en onder verschillende benamingen actief was. Het BACB vormde daarvan een vertakking die vooral met Antwerpen en de Antwerpse havenomgeving verbonden was.
Het rapport van de Staatsveiligheid van november 1949 noemde naast de gebroeders Van Os ook François Goossens als iemand die voor Moyen werkte en aan het BACB medewerking verleende. Die vaststelling werd belangrijk voor het latere historische onderzoek, omdat Goossens door Verhoeyen en Van Doorslaer reeds in hun onderzoek uit 1985, toen nog onder een pseudoniem, als een van de daders van de moord op Julien Lahaut was aangewezen.
Moord op Julien Lahaut Op 18 augustus 1950 werd de voorzitter van de Kommunistische Partij van België, Julien Lahaut, aan zijn woning in Seraing doodgeschoten. Historisch onderzoek dat in 2015 werd gepubliceerd, verbond de daders aan het anticommunistische netwerk rond André Moyen; François Goossens, die in het rapport van de Staatsveiligheid uit 1949 ook met het BACB in verband werd gebracht, werd door de onderzoekers geïdentificeerd als een van de daders en als leider van het moordcommando. Daarmee is niet aangetoond dat het BACB als organisatie in 1950 de opdracht tot de moord gaf. Wie het initiatief tot de uiteindelijke executie nam, kon in het historische onderzoek niet definitief worden vastgesteld. Wel blijkt uit het gerechtelijke dossier dat binnen de Antwerpse BACB-kring reeds in 1948 een aanslag op Lahaut was overwogen; dat plan werd niet uitgevoerd nadat informatie erover was uitgelekt.
Historisch onderzoek Het BACB kwam in 1961 opnieuw in beeld tijdens het gerechtelijke onderzoek naar de moord op Lahaut. De Antwerpse commissaris van gerechtelijke politie Alfred Van der Linden trof tijdens ander onderzoek een dossier over het BACB aan waarin gegevens stonden over het niet-uitgevoerde aanslagplan uit 1948. De daaropvolgende verhoren van voormalige betrokkenen leidden destijds niet tot een oplossing van de moordzaak.
Rudi Van Doorslaer en Etienne Verhoeyen behandelden het BACB uitvoerig in hun studie De moord op Lahaut. Het communisme als binnenlandse vijand uit 1985, die in 2010 in herziene vorm opnieuw verscheen als De moord op Julien Lahaut. Het werk bevat een afzonderlijk hoofdstuk over het BACB en het aanslagplan van 1948.
In 2008 werd op initiatief van de Belgische Senaat nieuw wetenschappelijk onderzoek naar de moord mogelijk gemaakt. Het onderzoek werd uitgevoerd door Emmanuel Gerard, Widukind De Ridder en Françoise Muller en resulteerde in 2015 in Wie heeft Lahaut vermoord? De geheime Koude Oorlog in België. Door onder meer documenten van de Staatsveiligheid bij het onderzoek te betrekken, konden de auteurs het BACB verbinden met het bredere netwerk van André Moyen en met François Goossens. Gerard plaatste de bevindingen in 2016 tevens in de bredere context van de Belgische anticommunistische campagne tijdens de vroege Koude Oorlog.
Literatuur
Categorie:Anticommunisme Categorie:Belgische organisatie