De bruinzwarte stekelkorstzwam (Mycoacia fuscoatra) is een schimmel uit de familie Meruliaceae. De soort leeft saprotroof op dood hout van loofbomen en -struiken, vooral in voedselrijke loofbossen.NDFF Verspreidingsatlas – Mycoacia fuscoatra (Bruinzwarte stekelkorstzwam), geraadpleegd 19 september 2026. Mycoacia fuscoatra is de typesoort van het geslacht Mycoacia. J.A. Stalpers (1976). Notes on Mycoacia—I. Persoonia 9(1): 145–148. C. Zhao, M. Qu, R. Huang & S.C. Karunarathna (2023). Multi-Gene Phylogeny and Taxonomy of the Wood-Rotting Fungal Genus Phlebia sensu lato (Polyporales, Basidiomycota). Journal of Fungi 9(3): 320.

Kenmerken

Uiterlijke kenmerken Het vruchtlichaam is resupinaat en ligt als een korst op het substraat. Het heeft een wasachtige consistentie en het oppervlak is bedekt met fijne stekeltjes. Jonge vruchtlichamen zijn nog bleek, maar bij het ouder worden kleuren de stekeltjes bruin tot zwart.E. Arnolds, R. Chrispijn & R. Enzlin (red.) (2015). Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe, deel 3, p. 388–389. Paddenstoelen Werkgroep Drenthe.

Jonge exemplaren kunnen door hun bleke kleur worden verward met andere stekelkorstzwammen. Ook oude vruchtlichamen van verwante soorten kunnen okerbruin verkleuren. Voor een zekere determinatie is daarom doorgaans microscopisch onderzoek nodig.

Microscopische kenmerken De basidiosporen zijn cilindrisch, vrijwel recht en meten 4,5–6 × 1,7–2,5 µm. In het weefsel van de stekeltjes zijn veel kristallen aanwezig, vooral aan de toppen. Daarnaast komen er opvallende harsachtige bruine substanties in het weefsel voor.

Het geslacht Mycoacia heeft een kenmerkend monomitisch hyfensysteem. De generatieve hyfen hebben gespen. De sporen zijn glad, dunwandig en niet-amyloïd. De basidia zijn smal knotsvormig, hebben een gesp aan de basis en dragen vier sterigmen.

Ecologie De bruinzwarte stekelkorstzwam is een saprotrofe houtbewoner. In Nederland wordt de soort vooral gevonden op dode takken en ander dood hout van loofbomen en -struiken in voedselrijke loofbossen.

In de Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe wordt een voorkeur beschreven voor vochtige, voedsel- en basenrijke milieus, waaronder Elzen-Vogelkersbos, elzenbroekbos en wilgenstruweel. De vruchtlichamen groeien daar vooral aan de onderzijde van halfverrotte stammen en takken van loofbomen. In Drenthe werd de soort onder andere op eik en wilg aangetroffen.

Verspreiding In Nederland is de bruinzwarte stekelkorstzwam 'vrij zeldzaam'. De Nederlandse Verspreidingsatlas baseert deze zeldzaamheidsklasse op gevalideerde waarnemingen uit de periode 2004–2023. De soort heeft op de Nederlandse Rode Lijst van 2008 de status 'thans niet bedreigd' (TNB).

De soort wordt in Nederland vooral aangetroffen in gebieden met voedselrijke of basenrijke omstandigheden. In ouder verspreidingsonderzoek werden onder meer Flevoland, de Achterhoek en het rivierengebied genoemd als gebieden met relatief veel vindplaatsen.

Taxonomie De soort werd in 1814 door de Zweedse mycoloog Elias Magnus Fries beschreven als Hydnum fuscoatrum. Dit is het basioniem van de huidige naam. Index Fungorum – Mycoacia fuscoatra (Fr.) Donk, Index Fungorum nr. 252296, geraadpleegd 19 september 2026. GBIF – Mycoacia fuscoatra (Fr.) Donk, geraadpleegd 19 september 2026.

De Nederlandse mycoloog Marinus Anton Donk plaatste de soort in 1931 in het geslacht Mycoacia. De combinatie Mycoacia fuscoatra werd gepubliceerd in de Mededeelingen van de Nederlandsche Mycologische Vereeniging, delen 18–20, op pagina 152. Donk wees M. fuscoatra aan als typesoort van het geslacht.

De soort is in het verleden in verschillende andere geslachten geplaatst. Tot de historische combinaties en synoniemen behoren onder andere Acia fuscoatra (Fr.) P. Karst., Odontia fuscoatra (Fr.) Bres., Phlebia fuscoatra (Fr.) Nakasone en Steccherinum fuscoatrum (Fr.) Gilb.

Zie ook Gele stekelkorstzwam

Externe links Mycoacia fuscoatra in GBIF

Categorie:Meruliaceae Categorie:Schimmelsoort