Jean Gaye (circa 1640 - Parijs, vóór 5 april 1701) was een Franse bariton. Zijn zangcarrière speelde zich voornamelijk af in Parijs, waar hij zong in de opera's van componist Jean-Baptiste Lully.

Levensloop Gaye werd geboren in de omgeving van Toulouse. Al op jonge leeftijd was hij actief als zanger: hij zong in Toulouse in een kerkkoor en daarna in het koor van de kathedraal van Béziers.

Dankzij Jean-Baptiste Lully kreeg Gaye in 1666 een dienstbetrekking als zanger in Parijs bij de koninklijke kapel. Vanaf 1673 was Gaye tevens werkzaam voor het Parijse operagezelschap van Lully en daar zou hij de komende jaren in vele van Lully's opera's optreden. Zo zong hij de hoofdrol in diens opera Cadmus et Hermione (1673), alhoewel hij deze eer zal hebben gedeeld met François Beaumavielle: voor de opvoeringen aan het koninklijk hof te Saint-Germain en in Parijs was het namelijk gebruikelijk om verschillende zangers in te zetten. Hetzelfde was waarschijnlijk het geval voor de rol van Alcides in Alceste (1674) en in 1679 deelde hij in de opera Bellérophon de rol van Jobate: Gaye zong in Saint-Germain en Beaumavielle in Parijs. Ook de rol van Pluto in de opera Proserpine (1680) werd op deze wijze verdeeld tussen de twee zangers.

Verder was Gaye te horen als Aegeus in de muzikale tragedie Thésée (1675) en als Celaenus in Atys (1676). In 1677 volgde Hierax in Isis en in 1681 de rol van Jupiter in Le triomphe de l'amour. In november 1685 zong Gaye in het komische ballet Eglogue de Versailles.

Koning Lodewijk XIV gaf Gaye in 1685 toestemming om een woning te bouwen in het Parc-aux-Cerfs te Versailles.

Na het overlijden van Lully in 1687 stopte Gaye met zijn operawerk. Hij was hierna alleen nog actief aan het hof, waar hij al sinds 1672 voor de koningin als zanger werkte. Later kreeg hij hier ook nog functies bij de Chapelle Royal en vanaf 1682 als kamerlakei van de kroonprinses. Gaye zou aan het hof werkzaam blijven tot aan zijn overlijden in 1701.

Privéleven Gaye was gehuwd met Anne Borel. Hun zoon Jacques werd geboren op 30 april 1669: hij zou later een bekende tenor worden en tevens zijn vader opvolgen als kamerlakei. Na Gayes overlijden verstrekte de koning een pensioen van 500 livres aan weduwe Anne; dit pensioen zou na haar overlijden overgaan op haar kinderen.

Stemtype Gayes stem werd getypeerd als haute-contre, tenor en bariton. Uitgaande van de zangpartijen die hij in Lully's opera's zong, was hij echter vooral een bariton die ook sterk was in de lagere basregionen.

Categorie:Frans bariton