Sint-Jansakkoord (ook geschreven als St.-Jansakkoord) is de benaming voor het akkoord dat op 25 juni 1964 in België tot stand kwam tussen de regering, vertegenwoordigers van artsen, ziekenfondsen en sociale partners, na het conflict over de hervorming van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering. Het akkoord volgde op de Belgische artsenstaking van 1964 en werd door de overheid later omschreven als de basis voor een pax medica binnen de ziekteverzekering.
Het Sint-Jansakkoord richtte het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) niet op. Het RIZIV was reeds op 1 januari 1964 opgericht op grond van de wet van 9 augustus 1963. Die wet voerde onder meer een systeem van overeenkomsten en akkoorden in over de honoraria van zorgverleners en de terugbetaling daarvan door de ziekteverzekering.
Achtergrond De verplichte Belgische ziekte- en invaliditeitsverzekering bestond sinds 1945. In de jaren 1950 en het begin van de jaren 1960 bleven de regeling van artsenhonoraria, de financiering en de verhouding tussen overheid, ziekenfondsen en artsen omstreden. De wet van 9 augustus 1963, doorgaans de Wet-Leburton genoemd naar minister van Sociale Voorzorg Edmond Leburton, hervormde de ziekte- en invaliditeitsverzekering ingrijpend. De hervorming scheidde de sector geneeskundige verzorging van de uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid, breidde het toepassingsgebied uit en voorzag in een stelsel van overeenkomsten en akkoorden met zorgverleners. Een historisch overzicht van de ziekenfondsen vat samen dat artsenhonoraria in dat systeem via conventies werden geregeld waarmee artsen zich individueel akkoord moesten verklaren.
Binnen het artsenkorps bestond verzet tegen onderdelen van de hervorming. Volgens een terugblik van het RIZIV betroffen de bezwaren onder meer de vrije artsenkeuze, het medisch beroepsgeheim en de therapeutische vrijheid. Historica Klaartje Schrijvers plaatst het conflict in een langere spanning tussen de medische beroepsgroep en de overheid sinds de invoering van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering in 1945.
Artsenstaking en onderhandelingen Op 1 april 1964 begon een grootschalige nationale artsenstaking. Tijdens de staking werd dringende zorg via wachtdiensten en ziekenhuizen georganiseerd, terwijl het conflict over de wetgeving en het akkoordensysteem voortduurde. Vanaf 9 april traden de rectoren van vier universiteiten op als bemiddelaars. Op 16 april kwam een doorbraak tot stand; in de nacht van 17 op 18 april bereikten de bemiddelaars een wapenstilstand tussen regering en artsen. Nadat de artsenorganisaties volgens Schrijvers waarborgen hadden gekregen dat verdere onderhandelingen tot een inhoudelijke oplossing konden leiden, werd de staking op 18 april beëindigd.
De onderhandelingen werden daarna voortgezet. Op 25 juni 1964 bereikten de regering, artsenvertegenwoordigers, ziekenfondsen en vakbonden/sociale partners het akkoord dat als het Sint-Jansakkoord bekend werd.
Inhoud en akkoordensysteem Het Sint-Jansakkoord was een compromis over de toepassing van de hervormde ziekteverzekering en in het bijzonder over de verhouding tussen artsenhonoraria, conventies en de verplichte verzekering. De Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid beschrijft het akkoord als een afzwakking van een aantal bepalingen van de hervorming van 1963 en als het begin van een pax medica.
Een historisch overzicht van Karel Van Acker en Paule Verbruggen stelt dat het akkoord het conventiesysteem voor de artsen aanvaardbaarder maakte en dat de overeenkomsten nadien op geregelde tijdstippen werden hernieuwd. Daarmee werd het periodieke overleg tussen artsenorganisaties en verzekeringsinstellingen over tarieven en voorwaarden een structureel onderdeel van de ziekteverzekering.
Het akkoord zelf moet worden onderscheiden van de latere wettelijke uitwerking ervan. Een juridische studie onder leiding van Henri Swennen vermeldt dat op 25 juni 1964 een akkoord tot stand kwam tussen artsensyndicaten, regering en ziekenfondsen, waarna de wetgever de afspraken in de bestaande ziekteverzekeringswetgeving verwerkte.
Juridische uitwerking Na het akkoord wijzigde de wetgever de wet van 9 augustus 1963 opnieuw. De wet van 8 april 1965 integreerde bepalingen over het akkoordensysteem en de individuele verbintenissen van artsen in de wettelijke regeling. De wet bepaalde onder meer dat bestaande toetredingen tot conventies onder voorwaarden als een individuele verbintenis konden blijven gelden en trad, behoudens uitzonderingen, met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 januari 1965.
Swennen beschrijft de wet van 8 april 1965 als de wettelijke opname van het in 1964 bereikte akkoord. De precieze toepassing bleef daarna onderwerp van conflict, onder meer over de draagwijdte van de honorariumverplichtingen en de voorwaarden waaronder voldoende artsen zich aan het stelsel verbonden.
Betekenis In institutionele terugblikken geldt het Sint-Jansakkoord als een belangrijk moment in de ontwikkeling van de Belgische ziekteverzekering. Het RIZIV verbindt de hervorming van 1963 en het akkoord van juni 1964 met de totstandkoming van een overlegsysteem waarin overheid, ziekenfondsen, sociale partners en zorgverleners een rol spelen. De Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid omschrijft de overeenkomst als de pax medica die de verdere ontwikkeling van de ziekteverzekering in belangrijke mate mee bepaalde.
In de historiografie wordt het akkoord tevens gezien als het sluitstuk van de artsenstaking van 1964. Schrijvers benadrukt daarbij vooral de veranderde machtsverhouding tussen de georganiseerde artsen en de overheid na het conflict. Het concrete akkoordensysteem is nadien herhaaldelijk wettelijk gewijzigd; het Sint-Jansakkoord vormt daarom geen ongewijzigde actuele regeling, maar een historische schakel in de ontwikkeling van het medisch-mutualistisch overleg.
Literatuur
Zie ook
Edmond Leburton Regering-Lefèvre Belgische artsenstaking van 1964 Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering Saskatoon Agreement
Externe links
Categorie:Sociale zekerheid in België Categorie:Geschiedenis van België in de 20e eeuw Categorie:1964