De spoetnikkijker is een bronzen beeldengroep van de Nederlandse beeldhouwer Oswald Wenckebach (1895–1962) uit 1957. Het werk bestaat uit een levensgrote wandelaar die naar de hemel kijkt en een hondje aan zijn voeten, en staat sinds 2007 in het Zocherpark bij het Servaasbolwerk in Utrecht, tegenover sterrenwacht Sonnenborgh. Wenckebach maakte het naar aanleiding van de lancering van Spoetnik 1, de eerste kunstmaan, door de Sovjet-Unie op 4 oktober 1957.

Beschrijving De man staat met een wandelstok en richt zijn blik omhoog, terwijl het hondje juist naar de grond kijkt. Rechts op de voorkant van de sokkel zijn de naam DE SPOETNIKKIJKER en het jaartal 1957 aangebracht. Het beeld werd gegoten door bronsgieterij Binder & Schmidt in Haarlem. Volgens de gemeente Utrecht wilde Wenckebach er verbazing, angst en ongerustheid mee uitdrukken. In de monografie over Wenckebach uit 2011 wordt de figuur daarentegen opgevat als een provocerend alledaagse wandelaar, die eerder nonchalant dan opgewonden omhoogkijkt: het ruimtegebeuren trekt zijn aandacht, maar de hond moet nog altijd worden uitgelaten. Het contrast tussen de man die naar iets groots kijkt en het hondje dat op iets kleins is gericht, wordt vaak als humoristisch ervaren.

Op de eerste tentoonstellingen werd het beeld wisselend ontvangen. Het Rotterdamsch Parool vond in 1960 dat het door de vereenvoudigde vormgeving en de originele behandeling ontkwam aan de gevaren van het anekdotische. Het Binnenhof zag in het beeld, dat in Leiden samen met ’t Wicht in het volle daglicht stond, een uiting van Wenckebachs grootse visie op de mens. Op de Biënnale in Antwerpen noemde de correspondent van Tubantia het in 1961 een amusant geval, "een soort broer van het mannetje Jacques". Wel vond hij het vreemd dat het hondje op een eigen, kleinere voet naast die van de man stond, en hij vroeg zich spottend af of op een volgende tentoonstelling ook een kat of een eend zou verschijnen. Marius van Beek schreef in De Tijd De Maasbode dat het beeld leefde bij de gratie van zijn titel: zonder die literaire aanduiding bleef slechts een gladde burgerman met pruillip en hondje over, die naar de lucht staarde. Hans Redeker daarentegen noemde het beeld in 1964 "even fascinerend" als Monsieur Jacques, dat volgens hem bijna een nationaal monument was geworden.

Ontstaan De spoetnikkijker is een van de 26 levensgrote beelden die Wenckebach tussen 1956 en 1960 ontwierp in de stijl van zijn reeks van acht kleine beeldjes van de fictieve figuur Jacques, waaruit ook Monsieur Jacques voortkwam. De beeldengroep was in 1958 voltooid. Voordat het in Utrecht werd geplaatst, was het werk al tweemaal op een tentoonstelling te zien. In de zomer van 1960 stond het op Tijdsbeeld, een overzicht van de Nederlandse beeldhouwkunst met werk van zo'n vijftig beeldhouwers. De Lustrumcommissie 1960 van de Leidse studenten en de gemeente Leiden hielden die tentoonstelling tot 11 augustus in de Leidse Hortus botanicus, ter gelegenheid van het lustrum van het Leidse studentencorps. Man en hond stonden daar elk op een eigen voetstuk. In de zomer van 1961 was het beeld een van de Nederlandse inzendingen voor de zesde Biënnale van het Middelheimmuseum in Antwerpen.

Geschiedenis Plaatsing bij de sterrenwacht Op 10 december 1959 adviseerde de Utrechtse Adviescommissie voor Beeldende Kunst en Kunstnijverheid het college van burgemeester en wethouders het beeld aan te kopen en in het plantsoen bij de sterrenwacht te plaatsen. In maart 1961 besloot het college een bronzen afgietsel aan te kopen en dat bij de Museumbrug op te stellen. De aankoop zou worden betaald uit het fonds voor de verrijking van het stadsbeeld met kunstwerken. Het ging om een bedrag van 14.000 gulden. De pers stelde Wenckebach daarbij voor als de maker van het humoristische "mannetje Jacques" dat op de Expo in Brussel had gestaan. Sonnenborgh drong daarop aan op plaatsing aan de Zonnenburg, met als argument dat de sterrenwacht de signalen van satellieten registreerde en dat het beeld daar de band tussen stad en universiteit zou tonen. Begin 1962 werd daarover overeenstemming bereikt, en op 28 juni 1962 kreeg het beeld zijn plaats in het plantsoen bij de sterrenwacht, met man en hond op één sokkel. Het hondje stond bij de onthulling met de kop van zijn baas afgewend. Wenckebach merkte na een reparatie op dat het niet goed stond, waarna het enkele maanden later volgens zijn bedoeling werd opgesteld. Tegelijk werden de voetplaten van man en hond in het beton verzonken in plaats van erop geplaatst. Wenckebach, die op 3 november 1962 overleed, heeft die verbeteringen niet meer meegemaakt.

Lotgevallen Hoewel de wandelstok bij het gieten van een wapening was voorzien, bleek hij in juli 1962, nog geen maand na de onthulling, al afgebroken. Op 18 augustus 1962 brak de gerepareerde stok opnieuw af, toen een negenjarige jongen op het beeld probeerde te klimmen. De Volkskrant plaatste dit voorval in een reeks vernielingen van Utrechtse beelden, waaronder het verdwijnen van het borstbeeld van Johan Wagenaar uit het nabijgelegen Servaasplantsoen. Dat borstbeeld werd op 30 augustus 1962 door baggeraars van Openbare Werken zo'n tachtig meter verderop uit de Nieuwe Gracht opgevist. Burgemeester De Ranitz merkte in september 1962 bij de opening van de tentoonstelling Het dier in de kunst bij het genootschap Kunstliefde op dat de hond van de Spoetnikkijker eigenlijk een waakhond had moeten zijn, om zijn baas tegen jeugdige vandalen te beschermen. Later in september werd de stok losgeschroefd en op het voetstuk achtergelaten, en in februari 1963 werd hij voor de vierde keer beschadigd. In het boekje Beelden van onze stad, dat de gemeente in 1963 aan de schoolverlaters uit de hoogste klassen uitdeelde, stond het beeld met de vernielde stok afgebeeld. Jan Meulenbelt, hoofd van het gemeentelijk bureau Culturele Zaken, riep de jeugd daarbij op de gemeente te helpen en de beelden in ere te houden.

Op 10 augustus 1964 besloot het college het beeld niet terug te zetten. Het oordeelde dat op zo'n eenzame, door bomen en struiken beschaduwde plek geen beeld veilig was; eerder had ook het hoofd van het Wagenaarmonument al uit de Nieuwe Gracht moeten worden gevist. Het beeld kreeg een voorlopige plaats in de tuin van het Fentener van Vlissingenhuis aan de Maliebaan, een dependance van het Centraal Museum, in afwachting van plaatsing in het winkelcentrum Hammarskjöldhof in Kanaleneiland. Die plaatsing is er nooit van gekomen.

Terugkeer In 2007 ontdekte een nieuwe bewoner van het Servaasbolwerk het beeld aan de Maliebaan en verzocht de gemeente het terug te plaatsen. Het beeld werd verstevigd en op 4 oktober 2007, precies vijftig jaar na de lancering van Spoetnik 1, op een goed verlichte plek in het Zocherpark onthuld. Op dezelfde dag opende in Sonnenborgh een tentoonstelling over vijftig jaar ruimtevaart.

Zie ook Monsieur Jacques Lijst van beelden in de Utrechtse Binnenstad

Noten

Bronnen en referenties

Beeld in Utrecht Utrecht