Het smalsporig splijtbekertje (Diplonaevia bresadolae) is een schimmel uit de familie Calloriaceae. De soort groeit op afgestorven stengels van brandnetel. De wetenschappelijke naam werd in 1983 door B. Hein gepubliceerd; het basioniem is Naevia bresadolae Rehm uit 1888.
Kenmerken De apotheciën zijn zittend, kaal en ongeveer 0,25–1 mm in diameter. Ze zijn lichtroze tot lichtoranje en hebben een fijn ingesneden of rafelige rand.
De asci zijn knotsvormig, bevatten acht sporen en meten ongeveer 45–59 × 6–8,5 µm; de apicale porie is amyloïde. De sporen zijn langwerpig tot smal knotsvormig, glad, kleurloos en dunwandig. In een Poolse collectie maten ze 8,2–12,2 × 1,9–2,7 µm. Andere Europese collecties geven voor de sporen ongeveer 10–15 × 2–2,5 µm; rijpe sporen kunnen één septum ontwikkelen. De parafysen zijn cilindrisch en ongeveer 1,75–2 µm breed.
Ecologie Het smalsporig splijtbekertje is bekend van dode stengels van Urtica, in het bijzonder grote brandnetel (Urtica dioica). In Europese vondsten is de soort herhaaldelijk op dit substraat aangetroffen. De soort kan samen voorkomen met het brandnetelschijfje. De apotheciën openen zich vooral onder vochtige omstandigheden.
Verspreiding Het smalsporig splijtbekertje is uit verschillende delen van Europa bekend. Gepubliceerde vondsten zijn onder meer afkomstig uit Nederland, Duitsland, Polen, Servië en Groot-Brittannië.
In Nederland werd de soort in het begin van de 21e eeuw vastgesteld. Rond 2010 was hij alleen bekend uit de omgeving van Tilburg. Daarbij werd opgemerkt dat de soort waarschijnlijk gemakkelijk over het hoofd wordt gezien, doordat de zeer kleine apotheciën vooral bij vochtige omstandigheden geopend en goed zichtbaar zijn. Volgens de NDFF Verspreidingsatlas geldt het smalsporig splijtbekertje in Nederland als 'zeldzaam'.
Categorie:Calloriaceae Categorie:Schimmelsoort