Stjepan Tomašević (ca. 1438 – Jajce, 5 juni 1463) was de laatste koning van Bosnië (1461–1463) en gedurende een korte periode in 1459 despot van Servië. Hij behoorde tot de Kotromanić-dynastie. Met zijn executie door de Ottomaanse sultan Mehmed II kwam er een einde aan het middeleeuwse Bosnische koninkrijk en het Servische despotaat.
Afkomst en jeugd Stjepan Tomašević werd geboren als oudste zoon van koning Stjepan Tomaš en diens eerste echtgenote Vojača, een vrouw van niet-adellijke afkomst. Omdat Stjepan Tomaš getrouwd was met Vojača volgens de lokale gebruiken, werd deze verbintenis door de Katholieke Kerk niet erkend als een formeel sacrament.
Om politieke redenen liet Stjepan Tomaš het huwelijk met Vojača in 1445 door paus Paus Eugenius IV nietig verklaren, waarna hij in het huwelijk trad met Katarina Kosača, de dochter van de machtige edelman Stjepan Vukčić Kosača. De paus stemde hiermee in, maar bepaalde daarbij wel uitdrukkelijk dat Stjepan Tomašević als wettige zoon en troonopvolger werd erkend. Uit dit tweede huwelijk kreeg Stjepan Tomašević een halfbroer, Sigismund, en een halfzus, Katarina.
Stjepan Tomašević groeide op in een periode waarin het koninkrijk onder zware druk stond van de oprukkende Ottomanen en gekweld werd door interne religieuze verdeeldheid tussen de Katholieke Kerk, de Oosters-orthodoxe Kerk en de Bogomielen.
Stjepan Tomašević groeide op aan de koninklijke hoven van Bobovac en Vranduk. Zijn jeugd werd getekend door toenemende Ottomaanse dreiging en grote interne religieuze verdeeldheid.
Despot van Servië (1459) miniatuur|De overname van de vesting Smederevo in 1459 was een belangrijk, maar kortstondig succes. In een poging om de christelijke krachten op de Balkan te verenigen tegen het Ottomaanse Rijk, arrangeerde koning Stjepan Tomaš begin 1459 een huwelijk tussen zijn zoon Stjepan Tomašević en Helena Branković (de oudste dochter van de overleden Servische despot Lazar Branković). Bij haar latere bekering tot het katholicisme en haar kroning tot koningin van Bosnië nam zij de naam Marija aan.
Het huwelijk vond plaats op 1 april 1459 in Smederevo. Door dit huwelijk werd Stjepan Tomašević aangesteld als de nieuwe despot van Servië. Zijn bewind duurde slechts enkele maanden. De Servische bevolking wantrouwde de katholieke Bosnische prins, en de versterkte stad Smederevo kon de Ottomaanse overmacht niet weerstaan. Op 20 juni 1459 gaf Stjepan Tomašević Smederevo over aan sultan Mehmed II, in ruil voor de belofte dat hij en zijn mensen de stad veilig mochten verlaten. De val van Smederevo markeerde het definitieve einde van het middeleeuwse Servische despotaat en leidde tot harde kritiek aan het adres van Stjepan Tomašević uit met name Hongarije.
Koning van Bosnië (1461–1463) miniatuur|Zilveren munt met het wapen van Stjepan Tomašević Na de plotselinge dood van zijn vader in juli 1461 besteeg Stjepan Tomašević de Bosnische troon. Hij erfde een verzwakt rijk dat aan alle kanten door het Ottomaanse Rijk werd bedreigd. Om zijn legitimiteit te versterken en steun te zoeken bij de christelijke wereld, wendde hij zich tot paus Paus Pius II.
In november 1461 werd Stjepan Tomašević in de kerk van Sint-Maria in Jajce gekroond door een pauselijke legaat. Om de interne verhoudingen te herstellen, verzoende de jonge koning zich met zijn stiefmoeder Katarina Kosača en haar vader Stjepan Vukčić Kosača.
Om de verdediging van zijn koninkrijk te versterken, zocht Stjepan Tomašević aansluiting bij de omliggende christelijke rijken en de Kroatische adel. De Kotromanić-dynastie had via overgrootmoeder Jelena Šubić diepe genealogische banden met de Kroatische geslachten Šubić en Zrinski. Stjepan Tomašević haalde de banden aan met de Kroatische adellijke families Frankopan en Zrinski, en sloot in 1462 een formeel verbond met Matthias Corvinus, de koning van Hongarije en Kroatië, die hij erkende als zijn leenheer.
Omdat Paus Pius II, het Hongaars-Kroatische koninkrijk en de Republiek Venetië hem militaire steun hadden beloofd, stopte Stjepan Tomašević vanaf 1462 met het betalen van de jaarlijkse belasting aan het Ottomaanse Rijk.
Ottomaanse invasie en executie (1463) miniatuur|Kaart van het Bosansko krajište (1451–1463). Deze Ottomaanse militaire grensmarkering rond Vrhbosna vormde een permanente uitvalsbasis in het hart van Bosnië nog vóór de definitieve verovering door Mehmed II. Het stopzetten van de tribuutbetalingen wekte de woede van sultan Mehmed II, die in het geheim begon met de opbouw van een groot invasieleger. Om te voorkomen dat Stjepan Tomašević zijn troepen zou mobiliseren of tijdig hulp uit Hongarije zou inroepen, paste het Ottomaanse hof een diplomatieke list toe.
In het voorjaar van 1463 kwamen Bosnische diplomaten naar Constantinopel om een wapenstilstand van vijftien jaar te vragen. Sultan Mehmed II deed alsof hij akkoord ging en liet zelfs een officieel vredesverdrag ondertekenen. In de veronderstelling dat de vrede voor vijftien jaar geregeld was, nam Stjepan Tomašević geen extra maatregelen om zijn land te verdedigen. Ondertussen liet de sultan zijn leger stiekem oprukken, direct achter de diplomaten van Stjepan Tomašević aan. Daardoor werd het koninkrijk compleet verrast, nog voordat de diplomaten hun koning konden waarschuwen dat het Ottomaanse leger al onderweg was.
In het voorjaar van 1463 trok Mehmed II met een troepenmacht van meer dan 100.000 man via Servië onverwachts snel het Bosnische bergland binnen. De gehoopte westerse bijstand bleef uit: Hongarije was niet op tijd gemobiliseerd om snel troepen te sturen. De Republiek Venetië verkoos een afwachtende houding ter bescherming van haar commerciële belangen aan de Adriatische kust. De door paus Pius II bepleite Europese kruistocht kwam door gebrek aan politieke steun van andere vorsten niet van de grond.
Het koninkrijk, verzwakt door interne religieuze en politieke verdeeldheid, stortte binnen enkele weken in. De strategische koninklijke vesting Bobovac, die ontworpen was om jarenlange belegeringen te doorstaan, gaf zich op 21 mei 1463 al na drie dagen over aan de Ottomaanse voorhoede onder leiding van grootvizier Mahmud Pasha Angelović.
Koning Stjepan Tomašević vluchtte vanuit Jajce naar de versterkte stad Ključ in het noordwesten, in een poging Kroatisch grondgebied te bereiken. Mahmud Pasha achtervolgde de koning en omsingelde de vesting. Beseffend dat verdere weerstand nutteloos was, ging Stjepan Tomašević onderhandelingen aan. Grootvizier Mahmud Pasha gaf de koning een schriftelijke veiligheidsgarantie waarin hem en zijn gevolg een vrij geleide en het behoud van hun levens werd beloofd als zij de stad overgaven.
Stjepan Tomašević gaf zich over en werd overgebracht naar het Ottomaanse hoofdkwartier in Carevo Polje bij Jajce. Sultan Mehmed II weigerde de door zijn grootvizier getekende overeenkomst echter te erkennen. Op advies van de Perzische geleerde Ali al-Bistami verklaarde de sultan dat een belofte van een ondergeschikte hem niet bond. Op 5 juni 1463 werd Stjepan Tomašević op een heuvel buiten Jajce onthoofd. Kort daarna werden ook zijn oom Radivoj Ostojić en diverse andere edellieden geëxecuteerd, wat het definitieve einde markeerde van het middeleeuwse Koninkrijk Bosnië.
Geopolitieke gevolgen en de strijd om Kroatië miniatuur|Kaart van Kroatië in de 15e eeuw, met de door Matthias Corvinus ingestelde bufferzones in het noorden van Bosnië: het Banaat van Jajce en het Banaat van Srebrenik. De val van het Koninkrijk Bosnië en de dood van Stjepan Tomašević veroorzaakten een schokgolf in Centraal-Europa. Met het verdwijnen van het koninkrijk viel de belangrijkste bufferzone tussen het Ottomaanse Rijk en het Koninkrijk Kroatië (dat in een personele unie met Hongarije verbonden was) definitief weg.
Ottomaanse cavalerie-eenheden (akindsji) begonnen vanuit het pas veroverde Bosnië op grote schaal plundertochten uit te voeren in de Kroatische en Dalmatische grensgebieden.
Als directe tegenreactie trok de Hongaars-Kroatische koning Matthias Corvinus in het najaar van 1463 met een leger Bosnië binnen. Hij heroverde het noordelijke deel van het land en nam Jajce in na een belegering. Om verdere Ottomaanse expansie richting Kroatië en West-Europa tegen te houden, richtte Corvinus het Banaat van Jajce en het Banaat van Srebrenik op. Deze militaire grensgebieden dienden gedurende enkele decennia als verdedigingslinie ter bescherming van het Kroatische binnenland.
De gebeurtenissen van 1463 vormden hiermee de directe aanleiding voor de Honderdjarige Kroatisch-Ottomaanse Oorlog (1493–1593). Het verlies van de Bosnische buffer transformeerde Kroatië tot het voorste strijdtoneel tegen de Ottomaanse opmars, wat leidde tot een slepende uitputtingsslag en het geleidelijke verlies van grote delen van het Kroatische grondgebied.
Herontdekking en relikwieën miniatuur|Het stoffelijk overschot van koning Stjepan Tomašević in een glazen sarcofaag. In 1888 voerde de archeoloog Ćiro Truhelka opgravingen uit op de heuvel Carevo Polje nabij Jajce, op een locatie die in de volksmond bekendstond als Kraljev grob ("Koningsgraf"). Truhelka legde een graf bloot met het skelet van een volwassen man. Het hoofd lag gescheiden van de romp bij de voeten.
Anatomisch onderzoek van de halswervels bracht duidelijke snijsporen aan het licht van een scherp voorwerp, wat overeenkwam met de historische overlevering dat de koning door onthoofding om het leven was gebracht. In het graf werden bovendien zilveren munten aangetroffen die toegeschreven konden worden aan de regeerperiode van Stjepan Tomašević.
De stoffelijke overschotten werden aanvankelijk overgebracht naar het Zemaljski Muzej in Sarajevo en later ondergebracht in het rooms-katholieke Franciscanenklooster van Jajce.
Tijdens de burgeroorlog in Bosnië en Herzegovina werd Jajce in 1992 ingenomen door Servische troepen en raakte het klooster zwaar beschadigd. Om vernietiging te voorkomen, wisten franciscaanse monniken het skelet in het geheim te evacueren naar Split in Kroatië. Na het einde van de oorlog en de wederopbouw van het klooster werden de overblijfselen in 1997 in een plechtige ceremonie teruggebracht naar Jajce. Ze liggen daar sindsdien tentoongesteld in een glazen sarcofaag in het museum van het klooster.
Stamboom
Zie ook Lijst van heersers van Bosnië Geschiedenis van Bosnië en Herzegovina
Bronnen, noten en/of referenties
Bronnen
Literatuur
Categorie:Koning van Bosnië