De bruine veenkorst (Placynthiella icmalea) is een korstmos uit de familie Trapeliaceae. Het is een korstvormige soort die vooral voorkomt op zure, organische substraten, zoals rottend hout, boomstronken, humusrijke grond en plantenresten.
Kenmerken Het thallus is korstvormig en korrelig en varieert in kleur van lichtbruin tot donkerbruin of bijna zwart. Het bestaat uit zeer kleine, op isidiën lijkende korrels die vaak fijn vertakt of koraalachtig zijn. Het oppervlak kan enigszins glanzend zijn. Bij bevochtiging wordt het thallus niet opvallend geelgroen.
De soort is vaak steriel. Indien aanwezig zijn de apotheciën ongeveer 0,2–0,6 mm in diameter. Ze hebben een donker roodbruine tot bijna zwarte schijf met een dunne, meestal iets lichtere rand. De asci bevatten acht sporen. De ascosporen zijn kleurloos, ellipsoïde en meestal eencellig, soms met één tussenschot. Ze meten ongeveer 8–12 × 4–5 µm.
Bij chemische kleurreacties reageert het thallus K− en P−, terwijl de C- en KC-reacties rood zijn. Deze reactie wordt veroorzaakt door onder meer gyrophorzuur, een belangrijk secundair korstmosproduct van de soort.
De bruine veenkorst kan onder andere worden verward met Placynthiella uliginosa. Deze soort heeft echter geen rode C-reactie.
Ecologie De bruine veenkorst groeit vooral op zure en voedselarme substraten. Hij wordt aangetroffen op rottend hout en boomstronken, verweerd hout, humeuze grond en plantenresten. Minder vaak groeit de soort op zure boomschors. Het korstmos kan onder meer worden gevonden in bossen, heidegebieden en kustduinen.
De fotobiont is een groene alg. De soort plant zich veelvuldig vegetatief voort door de kleine isidiumachtige delen van het thallus.
Verspreiding De bruine veenkorst heeft een ruime verspreiding en komt vooral voor in gematigde en noordelijke gebieden van het Noordelijk halfrond. Het areaal wordt als circumpolair beschouwd.
In Nederland is de bruine veenkorst een 'vrij algemene' soort. Hij is bekend van onder andere kustduinen, bossen en laanbomen en groeit hier op de grond, op hout en soms op bomen. De soort geldt in Nederland als niet bedreigd.
Taxonomie De soort werd oorspronkelijk in 1808 door de Zweedse lichenoloog Erik Acharius beschreven als Lecidea icmalea. Brian John Coppins en Peter Wilfred James brachten de soort in 1984 onder in het geslacht Placynthiella, waarmee de huidige naam Placynthiella icmalea ontstond.
Categorie:Trapeliaceae Categorie:Korstmossoort