De donkere steendaalder (Diploschistes caesioplumbeus) is een korstmos uit de familie Graphidaceae. De soort groeit op steen en vormt een korstvormig thallus. Als fotobiont komt een groene alg uit het geslacht Trebouxia voor.
Kenmerken Uiterlijke kenmerken Het thallus is duidelijk begrensd en gebarsten-areolaat. De afzonderlijke areolen zijn ongeveer 0,4–1,5 mm breed, onregelmatig hoekig en vlak tot licht bol. De kleur varieert van blauwgrijs tot donker loodgrijs. Het oppervlak is glad en doorgaans niet berijpt. Onder het thallus kan een donker hypothallus zichtbaar zijn.
De apotheciën liggen verzonken in het thallus en zijn meestal met één exemplaar per areool aanwezig. Ze kunnen tot ongeveer 1,6 mm breed worden. De schijf is donker en aanvankelijk grotendeels verborgen door een dikke, radiaal gegroefde rand.
Bij chemische reacties is het thallus K−, C+ rood, P− en UV−. Het merg reageert met jodium blauw. De belangrijkste aangetroffen korstmosstof is lecanorzuur.
Microscopische kenmerken De asci bevatten meestal acht sporen. De ascosporen zijn muriform, aanvankelijk kleurloos en later lichtbruin. Ze meten doorgaans 28–45 × 11–25 µm, met uitersten van ongeveer 21–55 × 11–30 µm. Ze bezitten gewoonlijk 4–7 dwarse en 2–4 overlangse septen.
Ecologie De donkere steendaalder is een steenkorstmos. De soort groeit op gesteente en kan in een vroeg stadium van zijn ontwikkeling op andere korstmossen groeien. Zo is bekend dat hij zijn levenscyclus kan beginnen op Granietschotelkorst (Lecanora gangaleoides).
Taxonomie De soort werd oorspronkelijk door William Nylander beschreven als Urceolaria actinostoma var. caesioplumbea. Edvard August Vainio plaatste het taxon in 1921 als zelfstandige soort in het geslacht Diploschistes. Index Fungorum accepteert Diploschistes caesioplumbeus als de huidige naam.
Over de hogere taxonomische indeling bestaan verschillen tussen bronnen. Index Fungorum rekent de soort tot de Graphidaceae in de orde Graphidales, terwijl de Nederlandse Verspreidingsatlas de familie Thelotremataceae en de orde Ostropales hanteert.
Verspreiding De Nederlandse Verspreidingsatlas omschrijft het Europese areaal van de donkere steendaalder als submediterraan en het voorkomen op het noordelijk halfrond als circumpolair. De soort is onder meer bekend uit Zuid-Europa, waaronder delen van Italië en de eilanden Sardinië en Sicilië.
In Nederland geldt de donkere steendaalder als verdwenen. De soort staat op de officiële Rode Lijst Korstmossen van 2024 in de categorie 'Verdwenen uit Nederland'.
Categorie:Graphidaceae Categorie:Korstmossoort