Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1965 was het 17e in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace.
Algemeen FIM Na de organisatorische problemen in 1964, waardoor de Grand Prix van Argentinië niet door was gegaan, werd ze van de kalender geschrapt. De Grand Prix van Tsjecho-Slowakije werd aan de kalender toegevoegd, waardoor een record aantal races ontstond: de 250cc-klasse kende liefst 13 wedstrijden. Jammer genoeg moest men in Daytona opnieuw voor lege tribunes rijden, en bovendien kwam Honda daar niet opdagen. Merken/teams Aermacchi was een van de weinige fabrikanten die privérijders van nieuwe motorfietsen konden voorzien. Het was actief in de 250- en de 350cc-klasse met de Aermacchi Ala d'Oro 250 en de Aermacchi Ala d'Oro 350. Hoofdconstructeur Alfredo Bianchi was al begonnen met de ontwikkeling van nieuwe 250- en 500cc fabrieksracers die bovenliggende nokkenassen zouden krijgen, maar de directie van Harley-Davidson, eigenaar van Aermacchi, vond die racers te veel afwijken van de klantenmotoren. Met respectievelijk 30 en 33 pk leverden de Ala d'Oro's ongeveer de helft van het vermogen van hun Japanse concurrenten, maar in nationale wedstrijden waren ze desondanks populair. Als semi-fabrieksrijders traden Renzo Pasolini, Gilberto Milani en Alberto Pagani op. Benelli, dat al viercilinders had, breidde haar activiteiten juist uit. Tarquinio Provini bleef eerste rijder en zou uitkomen in de 250- en de 350cc-klassen, met hulp van Remo Venturi. Honda maakte het zichzelf in 1965 moeilijk: de race-afdeling bestond weliswaar uit 400 mensen, maar die werkten voornamelijk aan de projecten voor de Formule 1. Men had weliswaar de nieuwe zescilinder 3RC 164 voor de 250cc-klasse en voor de 50cc-klasse de geheel nieuwe RC 115, maar in de 125cc-klasse gebruikte men aanvankelijk de oude 2RC 146 en in de 350cc-klasse moest men aantreden met de ook slechts minimaal aangepaste 2RC 172. Honda kreeg dan ook grote tegenstand: in de 50-en de 125cc-klasse van Suzuki, in de 250cc-klasse van Yamaha en in de 350cc-klasse van MV Agusta. De bedrijfsleiding van Honda nam zelf ook enkele opmerkelijke beslissingen en maakte een grote fout: Halverwege het seizoen werd het fabrieksteam weer (net als in 1963) teruggetrokken en de zorg voor de motorfietsen van Jim Redman werd overgedragen aan zijn monteur Nobby Clarke. Toen Redman genezen was van zijn tweede sleutelbeenbreuk belde en telegrafeerde hij naar Japan om dat te melden en te vragen of men een motorfiets naar Monza wilde sturen. Dat zou de fabriek niet doen, en Redman bleef thuis in Rhodesië, om later te horen dat er toch een machine in Italië klaar had gestaan. De beide sleutelbeenbreuken van Redman schakelden hem ook voor een aantal wedstrijden uit. Jawa kwam in de 350- en de 500cc-klasse uit met viertaktmotoren, maar in dit seizoen ook met een 250cc-tweecilindertweetaktmotor, die erg veel leek op de MZ RE 250. Kreidler maakte tijdens de Grand Prix van België bekend zich terug te trekken uit de wegrace. Moto Morini maakte eind 1965 bekend zich terug te trekken uit het wereldkampioenschap omdat men niet in staat was echte topcoureurs te betalen. Men moest echter ook inzien dat men met de eenvoudige eencilinder viertakten niet meer kon opboksen tegen de multicilinder motorfietsen uit Japan die de lichte klassen domineerden. MV Agusta deed niet alleen een aanval op de 350cc-titel met de volledig nieuwe MV Agusta 350 3C driecilinder, maar huurde naast Mike Hailwood ook een tweede rijder in, het jonge talent Giacomo Agostini. Agostini had in 1964 de Italiaanse titel van zijn "leermeester" Tarquinio Provini overgenomen. Hailwood en Agostini startten beide ook in de 500cc-klasse en hadden slechts één tegenstander: de rechter bocht bij Sarah's Cottage op Man. Daar vielen ze allebei tijdens de Senior TT en Hailwood's 350 3C ging daar stuk tijdens de Junior TT. Suzuki kwam met viercilinders aan de start: de RS 65 in de 125cc-klasse en de RZ 65 in de 250cc-klasse. Beiden zonder succes. Uiteindelijk racete men in de 125cc-klasse met de tweecilinder RT 65 en werd het 250cc-project stilgelegd. Yamaha oogstte veel succes met haar 250cc-tweecilinder RD 56 en feitelijk ook met de 125cc-RA 97, maar die laatste werd na twee overwinningen toch terug naar Japan gehaald. Tegen het einde van het seizoen verscheen de nieuwe viercilinder RD 05, nog zonder succes. De Britse merken bleven intussen met lege handen achter. Norton en Matchless dienden alleen nog als vulling van het startveld. De snelste 500cc-machines uit het Verenigd Koninkrijk leverden veel minder vermogen dan een 250cc-machientje uit Japan. Halverwege de jaren zestig begonnen allerlei tuners zich met de verouderde Britse eencilinders te bemoeien. In februari 1965 had Les Archer een vernieuwde 500cc-Norton Manx gemaakt. Deze had een speciale nokkenas, ingesloten klepveren, dubbele bougies en een zuiger en cilinder van het Duitse merk Mahle. Hij leverde ca. 50 pk, maar dat was liefst 6 pk minder dan een 250cc-Honda. Eind 1965 werd ook duidelijk dat de grote aantallen privécoureurs die nog met Britse machines reden, problemen zouden krijgen met hun onderdelenvoorziening. Associated Motor Cycles maakte nog wat onderdelen voor de AJS Boy Racer en de Matchless G50, maar niet voor de Norton Manx. Bovendien werden al deze motorfietsen intussen zeer duur omdat het de enige machines waren die privérijders, vooral in de 500cc-klasse, wilden en konden gebruiken.
Coureurs Hans Georg Anscheidt kon met de 50cc-Kreidler RS geen vuist meer maken tegen de Honda RC 115 en de Suzuki RK 65. Toen Kreidler zich in juli terugtrok uit de racerij was de weg vrij voor een overstap naar Suzuki. Bruce Beale had in het seizoen 1964 goed gepresteerd met Honda-productieracers. In dit seizoen kreeg hij de beschikking over de 350cc-Honda RC 172-fabrieksracer uit 1964. Jean-Pierre Beltoise had zijn motorcarrière beëindigd en zou enkele jaren later gaan deelnemen aan Formule 1-autoraces. Mike Hailwood reed - dankzij een slimmigheidje van Honda - in de laatste Grand Prix in Japan met een 250cc-Honda RC 165 zescilinder én met een 350cc-MV Agusta. Hailwood kon aan het eind van het seizoen 1965 tekenen waar hij wilde. MV Agusta wilde hem graag houden, maar Honda beloofde hem een zescilinder voor de laatste Grand Prix in Japan en een contract voor 1966. Suzuki wilde hem in de 250cc-klasse inzetten maar was zelfs bereid speciaal een 350cc-machine te ontwikkelen om Mike meer wedstrijden te gunnen. Het gebrek aan wedstrijden, ook op nationaal niveau, was een belangrijke reden voor Hailwood om MV Agusta te verlaten. Ten slotte wilde Gilera een geheel nieuwe 500cc-viercilinder bouwen om die te laten besturen door Mike Hailwood. In november 1965 tekende Hailwood definitief voor Honda, dat tevens bekendmaakte in 1966 in alle soloklassen, inclusief de 500 cc, aan de start te komen. John Hartle raakte tijdens een internationale race in Imola zo ernstig gewond, dat hij enkele jaren niet kon racen. Pas in het seizoen 1967 kwam hij terug op de circuits. In november 1965 kreeg Bill Ivy een vaste aanstelling bij Yamaha. Hij zou in de 125- en de 250cc-klasse worden ingezet, maar welke races zou ook afhangen van het herstel van Mike Duff, die tijdens de laatste GP een beenblessure had opgelopen. Tommy Robb moest in dit seizoen als privérijder rijden. Nadat hij eerst door Honda was ontslagen was hij nu bij Yamaha vervangen door Bill Ivy. Omdat Alan Shepherd naar Honda vertrok, huurde MZ Derek Woodman als fabrieksrijder in. Naast Woodman bleef het team uit Oost-Duitsers bestaan, waarvan Heinz Rosner de beste was.
Gestopt Benedicto Caldarella had zijn motorcarrière beëindigd, maar zou vanaf 1967 optreden in de Formule 2-autoraces. Alan Shepherd vertrok naar Honda. Hij was echter in oktober 1964 flink geblesseerd geraakt en testte in februari 1965 voor het eerst, samen met Woodman, zijn Honda's op Oulton Park. Daarna reisden ze samen naar de DDR om de nieuwe MZ van Woodman te bekijken. Shepherd zou echter nooit meer aan de start van een Grand Prix komen, hij beëindigde zijn carrière voorlopig nadat hij opnieuw was gevallen tijdens het testen van de Honda in Japan. Bert Schneider had zijn carrière beëindigd. Overleden Op 30 mei verongelukte Ramón Torras tijdens een nationale Spaanse wedstrijd, de "Trofeo Brisamar del Moto Club Vendrell" in Comarruga. Hij had toen met zijn Bultaco's al enkele opmerkelijke resultaten geboekt in het WK en werd postuum achtste in de 250cc-klasse en vijftiende in de 125cc-klasse. Op 10 oktober verongelukte Florian Camathias op Brands Hatch. Camathias/Ducret raakten tijdens de wedstrijd in een slip en belandden in een sloot. Ze werden met ernstige verwondingen opgenomen in het ziekenhuis, waar Florian Camathias een dag later overleed. Colin Seeley onderzocht het wrak van de zijspancombinatie en constateerde dat de voorvork was gebroken, waarschijnlijk door te dunne lasnaden. Seeley had op het moment van het ongeval achter Camathias gereden en geen rijtechnische fout gezien. Florian Camathias werd herdacht tijdens een kerkdienst in Montreux waarbij ook zijn voormalige bakkenist John Robinson, Max Deubel, Emil Hörner, Georg Auerbacher en Colin Seeley aanwezig waren. Hij werd begraven op hetzelfde kerkhof waar ook zijn voormalige bakkenist en vriend Hilmar Cecco lag. Puntentelling 1e 2e 3e 4e 5e 6e Punten:864321Aantal (tellende) wedstrijden 50 cc 125 cc 250 cc 350 cc 500 cc ZijspanAantal races:812139107Tellend: 577564 Om het aantal tellende resultaten te bepalen moest men bij een even aantal races dit aantal halveren en er één bij optellen. Bij een oneven aantal werd er eerst een bij opgeteld en dit getal werd dan gehalveerd. In de zijspanklasse telden de beste vier resultaten. miniatuur|MV Agusta 500 4C 500cc-klasse MV Agusta was in 1965 nog steeds de enige fabriek die echt snelle machines in de 500cc-klasse inzette. Alleen de Ulster Grand Prix werd niet door dit Italiaanse merk gewonnen, simpelweg omdat men er niet naartoe reisde. Mike Hailwood won acht van de tien wedstrijden. Dick Creith won de Ulster Grand Prix en Giacomo Agostini de GP van Finland, waar Mike Hailwood niet naartoe werd gestuurd. GP van de Verenigde Staten, Daytona MV Agusta stuurde de net gecontracteerde Giacomo Agostini niet naar de Verenigde Staten. Mike Hailwood moest het alleen doen. Hij won de race zo overtuigend, dat de Amerikaan Buddy Parriott en de Canadees Roger Beaumont weliswaar op het podium kwamen, maar met twee en drie ronden achterstand finishten. GP van Duitsland, Nürburgring In Duitsland werd pijnlijk duidelijk hoe machtig de MV Agusta 500 4C inmiddels geworden was. In de regen reed Mike Hailwood de ene na de andere recordronde en hij won vóór Giacomo Agostini, die in de 500cc-klasse debuteerde. Walter Scheimann werd derde op een ronde achterstand. Isle of Man TT, Mountain Course In de Senior TT, die onder natte omstandigheden werd verreden, had Mike Hailwood, die zijn 24e race op de Mountain Course reed, een enorm voordeel op debutant Giacomo Agostini. Na de eerste ronde leidde Hailwood al met 25 seconden en in de tweede ronde viel Ago er bij Sarah's Cottage af waardoor hij uitviel. In de derde ronde viel Hailwood op dezelfde plaats, maar hij kon met een paar ferme trappen zijn motorfiets weer enigszins rijdbaar maken. Hij moest echter een pitstop van 70 seconden maken omdat zijn stroomlijnkuip kapot was, zijn uitlaten waren platgedrukt en zijn stuur krom was. Toch wist hij nog te winnen vóór Joe Dunphy (Norton) en Mike Duff (Matchless), maar het was de langzaamste winnende tijd in zes jaar. Dutch TT, Assen In Assen won Mike Hailwood zijn vierde 500cc-Grand Prix op rij. Teamgenoot Giacomo Agostini werd op ruime achterstand gereden. Paddy Driver, die met zijn Matchless G50 aan het beste seizoen uit zijn carrière bezig was, werd derde. GP van België, Spa-Francorchamps