Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1968 was het 20e in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace.

Algemeen Voor pers en publiek was al ver vóór het begin van het WK-seizoen 1968 duidelijk dat het een saai racejaar zou worden. De winnende merken stonden nu immers al vast: Suzuki in de 50cc-klasse, Yamaha in de 125- en 250cc-klassen, MV Agusta in de 350- en 500cc-klassen en BMW in de zijspanklasse. Toch viel dat mee; de 50cc-Suzuki was zonder fabrieksteun niet zo sterk als gedacht, in de 125- en 250cc-klassen maakten de Yamaha-coureurs elkaar het leven zuur en in de zijspanklasse was de URS van Helmut Fath onverwacht sterk, niet zozeer wat de snelheid betreft (dat was een jaar eerder al zo), maar de machine bleek nu ook betrouwbaar. In de 350- en 500cc-klassen was er nooit strijd. Giacomo Agostini won alle races in beide klassen.

Voorseizoen In de Mototempora Romagnola verschenen alle grote sterren met hun fabrieksracers. Hailwood had nu een Reynolds-frame voor zijn Honda RC 181, maar viel zowel in Rimini als in Cesenatico. In beide plaatsen won hij wel de 350cc-klasse. Op tweede Paasdag werd de "Shell Golden Shell" verreden op Imola. Dit was de wedstrijd die eerder bekendstond als "Coppa d'Oro Shell". Het had het hele paasweekeinde geregend en ook tijdens de eerste twee races (350 en 250 cc) gebeurde dat. Hailwood leidde de 350cc-klasse zes ronden lang, maar viel opnieuw uit, ditmaal met een kapotte versnellingsbak. Renzo Pasolini won de 350cc-race met de nieuwe Benelli viercilinder die nu 16 kleppen had. Giacomo Agostini (nog met de MV Agusta driecilinder van 1967) werd tweede en Phil Read derde met een tot 251 cc opgeboorde Yamaha RD 05 A viercilinder. Peter Williams verscheen met een bijzondere versie van de 350cc-AJS Boy Racer: zijn machine was uitgerust met een Lockheed-schijfrem en de benzinetank zat aan de zijkant in de dolfijnkuip. Ook in de 500cc-klasse verschenen nieuwe, experimentele motorfietsen: Alberto Pagani viel met kapotte achterschokdempers uit met de nieuwe Linto tweecilinder en Jack Findlay trainde alleen met de driecilinder Cardani. Hij kon niet starten omdat de veertjes van de gasschuiven niet goed waren. In de race ging het tussen Agostini met de MV Agusta en Hailwood met de Honda, die nu wel heel bleef. In de training waren ze even snel geweest maar in de race werd Agostini op 20 seconden achterstand gereden. John Cooper werd met een Seeley derde, maar hij had al een ronde achterstand. Eind april, tijdens races in Cervia, leidde Bill Ivy de 125cc-race van start tot finish. De 250cc-klasse werd ook beheerst door Yamaha, omdat alleen Ivy en Read het tegen elkaar opnamen. Ivy won ook deze race. Read startte dit keer wel met de 251cc-Yamaha in de 350cc-race, die echter werd gewonnen door Giacomo Agostini. Read viel zelfs uit. Mike Hailwood werd ingehaald door Agostini en Pasolini omdat zijn remmen slechter werden. In de 500cc-klasse moest Agostini in de achtste ronde de pit opzoeken met versnellingsbakproblemen. Daardoor kon Hailwood gemakkelijk winnen. Bergamonti werd met de Hannah-Paton tweede en Cooper werd derde.

FIM Eind februari 1968 maakte de FIM bekend dat er beperkingen zouden komen voor de 50cc-klasse, om de kleinere fabrikanten meer kans te geven.

In mei moesten de Fransen melden dat hun Grand Prix niet kon doorgaan door het uitbreken van een algemene staking als gevolg van de Parijse studentenrevolte.

Wat iedereen eigenlijk al wist werd pas op 2 september officieel aan de FIM gemeld: de organisatie in Japan schrapte haar eigen Grand Prix van de kalender. In Japan was het sponsorgeld van de eigen merken weggevallen nu die feitelijk nauwelijks nog bij de wegrace betrokken waren.

In november 1968 maakte de FIM enkele kleine reglementswijzigingen bekend, maar de nieuwe formule voor de 50- en de 125cc-klasse werd uitgesteld tot 1970. De Auto-Cycle Union meldde dat de 50 cc TT in 1969 in elk geval zou vervallen.

Merken/teams Honda zorgde al aan het begin van het jaar voor sensatie toen men meldde dat het merk uit het wereldkampioenschap wegrace zou stappen. Dat gebeurde terwijl de contracten voor de coureurs al getekend waren. Honda betaalde haar coureurs gewoon door, waardoor het ze tevens onmogelijk gemaakt werd voor enig ander merk in het wereldkampioenschap aan te treden. Bovendien kregen ze hun fabrieksracers wel tot hun beschikking: Ralph Bryans de 125- en 250cc-machines en Mike Hailwood de 350- en 500cc-machines. Ze mochten er echter niet mee in WK-races rijden. Bryans werd nog even genoemd als 125cc-rijder voor Suzuki, maar begin maart maakte ook die fabriek bekend te stoppen met races. Zowel Hans Georg Anscheidt als Stuart Graham mochten de 50cc-Suzuki RK 67 tweecilinders echter - zonder fabriekssteun - blijven gebruiken, ook in het WK. Dat waren machines die ook in 1968 nog als onverslaanbaar te boek stonden. Stuart Graham vond dit een goed moment om zijn carrière af te sluiten. Anscheidt kon gewoon deelnemen aan het 50cc-kampioenschap en het 125cc-kampioenschap, maar Mike Hailwood stond met lege handen. Hij was pas 27 jaar oud en had net het aantal wereldtitels (9) van Carlo Ubbiali geëvenaard. Vanzelfsprekend wilde hij dit record verbeteren en zijn strijd tegen Giacomo Agostini voortzetten. Voor de Isle of Man TT bood graaf Domenico Agusta een aantal Britse rijders zijn MV Agusta's aan. Mike Hailwood moest passen omdat hij nog onder contract stond bij Honda en Stuart Graham omdat het aanbod kwam nadat de inschrijving al gesloten was, maar John Hartle ging er wel op in. Hij hoefde alleen zijn ingeschreven motoren te veranderen, wat door het FIM-reglement was toegestaan. Drie maanden later kon Hailwood kennelijk wél ingaan op het aanbod van Agusta. Er waren hem voor de GP des Nations al Benelli's aangeboden, maar ook MV Agusta's. Kort voor de kwalificatie bepaalde graaf Agusta echter dat Agostini zowel de 350- als de 500cc-klasse moest winnen en daar was Hailwood niet van gediend. Hij ging alsnog in op het aanbod van Benelli, trainde erg snelle tijden met de verbeterde 500cc-viercilinder maar slipte in de wedstrijd al na twee ronden. MZ had na het wegvallen van sponsor Castrol geld gegenereerd door productieracers te verkopen via het postorderbedrijf Neckermann. Deze "Neckermann-MZ's" leken op fabrieksracers maar waren iets minder snel. Daardoor moesten ze betrouwbaar zijn, want reservedelen werden niet geleverd. Betrouwbaar waren ze zeker: tijdens de eerste Grand Prix viel meer dan de helft van de deelnemers in de 125cc-klasse uit, maar de MZ's niet: doordat ze niet kapot gingen moest de pers zelfs raden hoe de motor eruitzag, want de stroomlijnkuipen bleven er allemaal op zitten. MZ bespaarde wel op haar fabrieksrijders: alleen Heinz Rosner bleef in dienst. Yamaha was in elk geval snel zeker van haar zaak: nog voor het begin van het seizoen maakte men bekend dat de monteurs al vroeg (na de TT van Man óf de TT van Assen) teruggetrokken zouden worden, zodat Bill Ivy en Phil Read zelf maar moesten zorgen voor het onderhoud van hun dure fabrieksracers. Na twee GP's was al duidelijk dat deze beiden geen echt team vormden. Bij de start van de Grand Prix van België was de rolverdeling bij Yamaha duidelijk: Ivy moest 250cc-kampioen worden en de 125cc-klasse zou voor Read zijn. Het uitvaardigen van teamorders was echter in strijd met de wedstrijdreglementen en de openlijke ruzie tussen Ivy en Read na de 250cc-race in Tsjecho-Slowakije leidde in elk geval tot een "vriendelijk gesprek" tussen sportcommissaris Henk Burik en Phil Read voor aanvang van de Grand Prix van Finland. Er was echter geen kans meer op het opvolgen van teamorders, want de ruzie tussen Ivy en Read was nog niet over en ze zouden elkaar zeker niet meer steunen. Yamaha presenteerde in november 1968 haar nieuwe TD 2 en TR 1-productieracers.

Coureurs Günter Bartusch debuteerde in de GP van de DDR. Frank Perris debuteerde in de Isle of Man TT.

Gestopt Ralph Bryans had zijn WK-carrière na het stoppen van Honda beëindigd. Mike Duff had zijn carrière beëindigd. Stuart Graham had zijn WK-carrière beëindigd. Mike Hailwood sloot zijn carrière voorlopig af tijdens de GP des Nations. Mitsuo Itoh had zijn carrière beëindigd. Yoshimi Katayama had zijn carrière beëindigd. Derek Minter had zijn carrière beëindigd.

Overleden Op 10 juni verongelukte Ian Veitch met een 250cc-Kawasaki tijdens de Lightweight TT bij Ballagarey Corner op Man. Op 7 juli verongelukte de zijspancombinatie van Johann Attenberger en Josef Schillinger in de laatste ronde van de Belgische Grand Prix. Ze vochten om de leiding en hadden tot dat moment hun beste seizoen gereden met een overwinning in Assen en een tweede plaats in de Sidecar TT van Man. Ze werden postuum vierde in het wereldkampioenschap. Op 31 augustus reed John Hartle in Scarborough op het circuit van Oliver's Mount. Bij het uitaccelereren van een haarspeldbocht botste hij tegen een andere rijder en raakte zwaar gewond. Hij overleed aan zijn verwondingen. Op 13 oktober verongelukte de bakkenist Rolf Schmid tijdens de vervangende zijspanrace op de Hockenheimring. De zijspancombinatie van Otto Kölle en Schmid sloeg voor het Motodrom over de kop en Schmid overleed aan inwendige bloedingen. Deze race moest worden georganiseerd als vervanging voor de afgelaste wedstrijd op Monza. Puntentelling  1e  2e  3e  4e  5e  6e Punten:864321Aantal (tellende) wedstrijden  50 cc 125 cc 250 cc 350 cc 500 cc ZijspanAantal races:59107106Tellend:356464

500cc-klasse GP van Duitsland, Südschleife Hoewel er in de winter nog wat geruchten waren geweest over nieuwe motorfietsen voor de 500cc-klasse, bleken ze bij de openingsrace in Duitsland niet aan de start te staan. Er was sprake geweest van de komst van de Lynton, een zelfbouwmachine van Colin Lyster met een half motorblok van een Hillman Imp, de Linto, een constructie van Lino Tonti en Giorgio Premoli met twee 250cc-Aermacchi Ala d'Oro cilinders, de driecilinder Cardani van Carlo Savaré en Daniele Fontana en de Métisse-URS van Derek Rickman en Helmut Fath. Die laatste verscheen tenminste nog, maar trainde alleen tot rijder John Blanchard ermee viel. Door het wegblijven van Honda had Giacomo Agostini het ook in de 500cc-race voor het zeggen. Aanvankelijk reed John Hartle (Métisse) op de tweede plaats, maar hij viel uit kort voordat de race vroegtijdig werd afgevlagd. Dat laatste gebeurde in de 19e ronde, gedwongen door een flinke bosbrand. Omdat meer dan de helft van de race verreden was werden de posities van dat moment vastgelegd. Ago won aldus ver vóór Dan Shorey (Norton Manx) en Peter Williams (Matchless G50). GP van Spanje, Montjuïc Agostini won ook in Spanje, waar alleen Jack Findlay níet op een ronde achterstand werd gezet. John Dodds werd met zijn Norton derde. Agostini had een slechte start: na de eerste ronde was hij slechts vijfde achter Angelo Bergamonti (Hannah-Paton), Jack Findlay (Matchless), Bruno Spaggiari (357cc-Ducati) en Rex Butcher (Norton). Agostini passeerde vanaf de derde ronde telkens één man maar kwam met moeite weg van Findlay, die hem bleef volgen. Toch werkte hij zijn voorsprong gedurende de race uit tot een volle minuut. Isle of Man TT, Mountain Course