Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1972 was het 24e in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace.

Algemeen FIM De Grand Prix-kalender van 1972 grensde aan het onmogelijke. Veel GP's lagen slechts een week uit elkaar. Hoewel duur betaalde fabriekscoureurs het vliegtuig konden nemen, moesten hun motorfietsen en monteurs binnen een week over de weg van het ene naar het andere circuit reizen, intussen ook nog reparaties en verbeteringen uitvoerend. Dat kostte mogelijk de wereldtitel aan Jan de Vries, die zijn snelste motor in Joegoslavië opblies, maar zijn team had geen tijd om die tussen de wedstrijden te repareren. Tussen de laatste twee GP's, Finland en Spanje, lagen weer zeven weken.

In april 1972 belegde de FIM een conferentie met vertegenwoordigers van landelijke motorsportbonden over de start- en prijzengelden. Dit was nodig omdat de FIM de Grand Prix Riders Association (GPRA) nog steeds niet erkende.

De FIM stelde in de zomer van 1972 een "Subcommissie wegraces" in. Die moest voor het FIM-congres in oktober adviezen formuleren met betrekking op vermindering van het aantal GP's, eventuele nieuwe raceklassen en de veiligheid op de circuits.

In oktober 1972 tekenden de Italiaanse merken Aermacchi, Benelli, Ducati, Morbidelli, Moto Villa en MV Agusta en petitie van Walter Bergonzini om de Isle of Man TT van de WK-kalender te schrappen. De Italiaanse bond distantieerde zich hiervan, zodat er op het FIM-congres van 1972 niet eens over gesproken werd.

Tijdens het jaarlijkse FIM-congres werd het verbod voor vrouwen om deel te nemen aan snelheidsraces opgeheven en de Grand Prix van de DDR en de Ulster Grand Prix werden van de kalender geschrapt. De Isle of Man TT, waar heftig tegen geprotesteerd werd door rijders en teams, werd nog niet geschrapt, maar MV Agusta maakte enkele weken later bekend in 1973 in geen geval naar het eiland Man af te reizen.

Merken/teams Het Yamaha-fabrieksteam bestond in 1972 aanvankelijk uit Kent Andersson, Rodney Gould, Chas Mortimer en Barry Sheene, maar omdat de steun officieel door de importeurs werd verleend, werden daar namens de Duitse importeur Mitsui ook Dieter Braun en Walter Sommer aan toegevoegd. De ingewikkelde constructie was misschien de oorzaak van de problemen die de coureurs ondervonden. Al na enkele races kampte Chas Mortimer met een nijpend gebrek aan onderdelen van zijn 250cc-machine, waardoor zijn monteur Ferry Brouwer die niet in optimale conditie kon houden. Er moesten zelfs onderdelen van standaard Yamaha's worden gebruikt.

Nadat Jarno Saarinen met zijn Yamaha YZ 634 de eerste twee 350cc-races gewonnen had, trok MV Agusta Phil Read als tweede coureur naast Giacomo Agostini aan.

Ondanks twee wereldtitels besloot Derbi zich aan het einde van 1972 terug te trekken uit de wegrace. Dat kwam goed uit voor het Italiaanse houtbewerkingsbedrijf Morbidelli, dat grote moeite had een coureur aan te trekken na het overlijden van Gilberto Parlotti. Ángel Nieto stond met lege handen en tekende een contract bij Morbidelli.

Coureurs Klaus Enders kondigde in september 1971 zijn comeback in de zijspanklasse aan, na een jaar afwezigheid waarin hij aan autosport deed. Ook zijn bakkenist Ralf Engelhardt keerde terug.

Tijdens de Spaanse Grand Prix haalde Chas Mortimer de eerste overwinning voor Yamaha in de 500cc-klasse. Hij deed dat met een opgeboorde 350cc-Yamaha TR 3.

In november 1972 tekende Jarno Saarinen een fabriekscontract met Yamaha om met de Yamaha TZ 500 en de Yamaha TZ 750 te gaan rijden.

Races De GP des Nations werd op Imola verreden, achteraf op het nippertje, want een veiligheidscommissie van de overheid keurde het circuit meteen erna af voor alle volgende auto- en motorraces vanwege een muurtje dat al jaren in een bocht stond.

De Lightweight 125 cc TT van 1972 velde het vonnis over de TT van Man als WK-race. Hoewel de coureurs steeds meer klaagden over het gebrek aan veiligheid op allerlei circuits, bleef de Snaefell Mountain Course lang buiten schot, vanwege het aanzien van de TT. De dood van Gilberto Parlotti was echter de druppel die de emmer deed overlopen. Alle grote coureurs keerden het eiland Man de rug toe. Zelfs voorvechters van de TT van Man als John Cooper, Phil Read en Chas Mortimer steunden de boycot. In 1972 had een aantal dat al gedaan: Jarno Saarinen, Ángel Nieto, Renzo Pasolini, Kent Andersson, Börje Jansson en Dieter Braun hadden al voor de eer bedankt.

Na afloop van de GP van de DDR werd duidelijk dat deze in 1973 van de kalender zou verdwijnen. De Oost-Duitse MZ's konden geen vuist meer maken, maar vooral de populariteit van West-Duitse rijders, Dieter Braun voorop, was de Oost-Duitse autoriteiten een doorn in het oog. In 1973 zou men een "uitnodigingsrace" voor geselecteerde rijders organiseren. Het was duidelijk dat die selectie voornamelijk zou bestaan uit coureurs uit het Oostblok.

Overleden/gestopt Overleden Leo Commu verongelukte tijdens de 250cc-race in Tubbergen op tweede pinksterdag (22 mei). Gilberto Parlotti verongelukte op 9 juni tijdens de Lightweight 125 cc TT bij de Verandah toen zijn Morbidelli vastliep. Hij werd zwaar gewond per helikopter afgevoerd naar Nobles Hospital in Douglas, maar bleek bij aankomst al te zijn overleden. Zijn dood was voor de topcoureurs aanleiding om vanaf 1973 de Isle of Man TT te boycotten. Parlotti zelf had de TT al in 1971 geboycot omdat hij het er te gevaarlijk vond. In 1972 moest hij noodgedwongen naar het eiland Man omdat hij aan de leiding van het wereldkampioenschap stond. Hij werd postuum vijfde in het wereldkampioenschap 125 cc. Hans-Jürgen Cusnik, de bakkenist van Heinz Luthringshauser, verongelukte op 16 juli in Tsjecho-Slowakije toen de zijspancombinatie over de kop sloeg door een geblokkeerd zijspanwiel. Cusnik werd tegen een paal langs het circuit geslingerd. Heinz Luthringshauser verdedigde zijn positie in de laatste race niet en de combinatie Luthringshauser/Cusnik eindigde als tweede in het kampioenschap. Dave Simmonds overleed op 23 oktober aan de gevolgen van een geëxplodeerde gasfles in de caravan van Jack Findlay. In november overleed Frank Cope. Cope was nooit uitgegroeid tot een groot coureur, maar bijzonder was dat hij op 51-jarige leeftijd met motorfietsen was gaan racen. Toen de Auto-Cycle Union rond 1959 vanwege zijn hoge leeftijd zijn racelicentie introk, maakte hij er een gewoonte van op vakantie naar Zuid-Afrika te gaan om te racen. In de winter van 1971 liep hij hersenletsel op na een val met een 250cc-Yamaha, dat hij niet meer te boven kwam. Hij overleed in november 1972 in een verpleeghuis in Durban, 76 jaar oud. Gestopt Na zijn ongeval tijdens de Sidecar TT maakte zijspanrijder Georg Auerbacher bekend te stoppen met racen. Zijn bakkenist Hermann Hahn stapte in 1973 in het zijspan van Heinz Luthringshauser. Paul Lodewijkx besloot na zijn eenmalige terugkeer in Assen voorlopig te stoppen met wegracen, niet vanwege gezondheidsredenen, maar omdat hij een meer professionele aanpak wilde dan Jamathi hem op dat moment kon bieden. Na een val op Brands Hatch besloot Rodney Gould zijn racecarrière te beëindigen. Er was al eerder sprake van dat hij dat zou doen, want Yamaha had hem gevraagd om manager van haar raceteam te worden. Alberto Pagani beëindigde zijn racecarrière aan het einde van het seizoen, mogelijk onder invloed van de dood van Gilberto Parlotti. Hij zou teammanager bij MV Agusta worden.

Puntentelling  1e   2e   3e   4e   5e   6e   7e   8e   9e   10e Punten:1512108654321

Aantal (tellende) wedstrijden In de zijspanklasse en de 50cc-klasse werden acht races gereden, in de 350cc-klasse 12 en in de 125-, 250- en 500cc-klassen 13. Om het aantal tellende resultaten te bepalen moest men bij een even aantal races dit aantal halveren en er één bij optellen. Bij een oneven aantal werd er eerst een bij opgeteld en dit getal werd dan gehalveerd.

Als twee rijders met een gelijk aantal punten eindigden, moest één extra resultaat worden bijgeteld. Als dat ook geen winnaar opleverde werd het grootste aantal eerste t/m zesde plaatsen meegerekend en als ook dat gelijk was, moest de totaaltijd van de wedstrijden waarin beiden gefinisht waren worden uitgerekend. Dit laatste moest gebeuren om Ángel Nieto uiteindelijk als 50cc-wereldkampioen aan te kunnen wijzen. Bij het vertrek van de laatste Grand Prix stond Jan de Vries drie punten vóór, maar in tijd gerekend was Nieto 6,8 seconden sneller geweest. Beiden moesten dus winnen om wereldkampioen te worden. Toen Nieto zijn thuisrace won stonden ze in extra resultaten, punten en posities gelijk.

KlasseRacesTellend50 cc85125 cc137250 cc137350 cc127500 cc137zijspan85

500cc-klasse miniatuur|Deze tot 353 cc opgeboorde Yamaha YZ 634 A was de enige niet-MV Agusta die een 500cc-race won, met Chas Mortimer in de GP van Spanje. Het gebrek aan concurrentie in de 500cc-klasse leidde ertoe dat Agostini en MV Agusta niet tot het uiterste hoefden te gaan om te winnen. Dat bleek in 1972 zelfs uit de rondetijden: vaak langzamer dan de 350cc-klasse en nauwelijks sneller dan de 250cc-klasse. 1. Duitsland, Nordschleife Na zijn verlies in de 350cc-race in Duitsland was Giacomo Agostini in de 500cc-klasse weer ongenaakbaar. Hij nam een grote voorsprong op zijn teamgenoot Alberto Pagani. Het meest interessant was het gevecht achter de MV Agusta's, dat ging tussen de Kawasaki H 1 R van Dave Simmonds en de König van Kim Newcombe. Dat werd door Newcombe gewonnen en hij werd dus derde. 2. Frankrijk, Clermont-Ferrand In Frankrijk moest de start van de 500cc-klasse ongeveer een uur worden uitgesteld omdat de organisatie eerst het opdringerige publiek van de baan moest verwijderen. Agostini startte slecht, maar had aan het einde van de eerste ronde toch de leiding. In de tweede ronde kwam Phil Read hem voorbij, nota bene met een 250cc-Yamaha TD 3, want zijn Suzuki T 500 wilde al tijdens de trainingen niet goed lopen. Read moest wel opgeven, want de 250cc-machine was reglementair te klein om in de 500cc-klasse te mogen starten. Hij deed dat in de vijfde ronde, zogenaamd met versnellingsbakproblemen. De Fransman Christian Bourgeois lag intussen tweede met een tot 354 cc opgeboorde Yamaha TR 3, en Kurt-Harald Florin was met zijn König derde. Florin viel echter, waardoor zijn plaats werd overgenomen door Bruno Kneubühler (Yamaha). Daarachter reden drie Suzuki T 500's: André Pogolotti, Rob Bron (met een Seeley-frame) en Keith Turner. Turner viel uit door een gebroken ketting, en Bron zette de aanval in op Pogolotti en Kneubühler. Rob Bron werd derde achter Christian Bourgeois. 3. Oostenrijk, Salzburgring In Salzburg won Agostini ook, vóór Guido Mandracci (Suzuki) en Bo Granath (Husqvarna). Rob Bron werd vierde. 4. Nations GP, Imola Agostini en Pagani startten in Imola nog op de driecilinder MV Agusta's, maar werden met enig gemak eerste en tweede. Jack Findlay lag met zijn Jada (Jack Findlay Daniele Fontana)-Suzuki lang op de derde plaats, maar zijn stroomverdeler brak en daardoor schoven de fabrieks-Ducati's van Bruno Spaggiari (derde) en Paul Smart (vierde) een plaatsje op. 5. Isle of Man Senior TT, Snaefell Mountain Course Vanwege de regen en de mist werd de Senior TT enkele uren uitgesteld. Bij de start gingen Agostini en Pagani er meteen vandoor, waarbij Agostini gedurende de race een voorsprong van 8 minuten op Pagani opbouwde. Agostini had dan wel geen tegenstand, maar reed toch ruim 1½ minuut sneller dan in 1971. Hij won zijn tiende Isle of Man TT-race. Pagani werd tweede met nog 1½ minuut voorsprong op Mick Grant (Kawasaki H 1 R). 6. Joegoslavië, Opatija Nadat hij in Joegoslavië al in de 350cc-klasse was uitgevallen, overkwam Agostini in de 500cc-race hetzelfde. Zijn teamgenoot Pagani won de race vóór Chas Mortimer (Yamaha) en Paul Eickelberg (König). 7. Nederland, Assen