Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1967 was het 19e in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace.

Algemeen FIM In maart 1967 hield de World Championship Rider's Association (WCRA) haar oprichtingsvergadering en stelde richtlijnen op over startplaatsen voor topcoureurs en startgelden.

De FIM drong er in 1967 bij organisatoren op aan meer dan drie klassen per raceweekend te organiseren. De Spaanse organisatoren besloten daarop om de zijspanklasse aan het programma toe te voegen. De Japanse Grand Prix werd opnieuw in Fuji gehouden, maar nu zonder de opgehoogde bochten die in 1966 op weerstand waren gestuit. De nieuw toegevoegde GP van Canada werd tijdens het seizoen een week verschoven, van 23/24 september naar 29/30 september. De FIM deed hier niet zo moeilijk over als over de verplaatsing van de Isle of Man TT van 1966 door een zeeliedenstaking, maar had op het najaarscongres van 1966 al besloten dat in een dergelijk geval een GP wel verplaatst kon worden, maar dan op straffe van uitsluiting voor het WK van het jaar erna. Men wist toen nog niet dat er nooit een tweede Canadese Grand Prix zou komen. De FIM verbood meer dan vier cilinders in de 125cc-klasse. Daarop besloot Honda (dat met de vijfcilinder Honda RC 149 racete) uit de 50- en de 125cc-klasse te stappen.

Merken/teams Toen Associated Motor Cycles in 1966 werd verkocht leek de raceafdeling, die alleen nog onderdelen voor de AJS Boy Racer, de Matchless G50, de Norton 30M en de Norton 40M maakte, het kind van de rekening te worden. Die verouderde eencilinders waren voor privérijders nog het enige middel om aan races deel te nemen. De redding kwam in 1967 van Colin Seeley, die begin 1967 deze afdeling overnam. Benelli presenteerde in 1967 een nieuwe 500cc-viercilinder, waarmee Renzo Pasolini een wedstrijd in Modena won en in Riccione tweede werd. Al in november 1966 maakte Honda haar plannen voor 1967 bekend: men zou nog maar drie coureurs inzetten: Ralph Bryans en Luigi Taveri in de 50- en de 125cc-klassen en Mike Hailwood in de 250-, 350- en 500cc-klassen. Dat was een teleurstelling voor Stuart Graham, die als vervanger voor de geblesseerde Jim Redman was opgetreden. Graham kreeg echter door bemiddeling van Hugh Anderson persoonlijk een contract bij Suzuki aangeboden. Anderson wilde stoppen met racen en ging zelf op zoek naar een vervanger. Honda stapte uiteindelijk uit de 50- en de 125cc-klassen en Ralph Bryans kwam samen met Hailwood uit in de 250- en de 350cc-klassen. Met de inkrimping van het aantal Honda-coureurs en de aanstelling van John Surtees door Honda voor de Formule 1, werd duidelijk dat de focus van Honda steeds meer opschoof in de richting van de autosport en Honda verklaarde dat uiteindelijk zelf in maart 1967. Jawa verscheen in de TT van Assen met de nieuwe 350cc-V4, maar had nog niet veel succes Kawasaki nam Dave Simmonds in dienst. Voor de 250cc-klasse kreeg hij een Kawasaki A 1 R-blok waar hij zelf een frame omheen bouwde. Bij MZ maakte men in november 1967 bekend dat er in 1968 nog slechts één fabriekscoureur zou zijn: Heinz Rosner, die in de 125-, 250- en 350cc-klasse zou uitkomen.

Coureurs Al vroeg in het seizoen leek het te rommelen tussen Giacomo Agostini en MV Agusta. Het ging niet goed met Ago, die wel wedstrijden won, maar vooral omdat Hailwood's Honda's vaak uitvielen. Agostini startte niet in de voorjaarsrace in Rimini omdat hij ziek zou zijn, maar hij liep in dat weekend wel kerngezond door het rennerskwartier. Waarschijnlijk wilde Graaf Agusta geen gezichtsverlies lijden op eigen bodem maar er gingen ook geruchten dat Agostini "voor straf" niet mocht rijden omdat hij de 350cc-Grand Prix van Duitsland niet gewonnen had. Omdat het ene gerucht het andere aanwakkerde werd er daarna ook gesproken over een vertrek van Agostini naar Gilera. Gilera riep echter al vier jaar lang dat het terug zou keren naar de GP's, maar het kwam er nooit van. Mike Duff kreeg geen fabriekscontract meer. Hij reed in dit seizoen nog een Matchless G50 voor Tom Arter, maar beëindigde daarna zijn carrière. Helmut Fath had enorm veel pech met zijn zelfbouw URS viercilinder zijspanracer. Hij haalde geen enkel punt in het WK, maar viel bijna altijd op kop liggend uit door een of ander probleem: een gebroken koppelingskabel, een gescheurde zuiger of een defecte versnellingsbak. Alleen in een internationale race in Brands Hatch was hij succesvol: die wist hij te winnen. Het was zijn eerste overwinning sinds 1961. Stuart Graham verving de gestopte Hugh Anderson bij Suzuki. Mike Hailwood vond het frame van zijn 500cc-Honda RC 181 zó slecht, dat hij de fabriek verzocht de hulp van Europese framebouwers in te roepen. Hij was al behoorlijk ver met het testen van een Paton-frame toen de fabriek het project stopte, waarschijnlijk geschrokken door de grote publiciteit. Toch bleef Hailwood het hele seizoen openlijk klagen over de stuurkwaliteiten van de Honda's, met name van de RC 181. Hailwood had in september 1967 nog goede hoop voor het seizoen 1968. Hij wist op dat moment dat hij praktisch kansloos was om nog 500cc-kampioen te worden en stelde bij Honda voor om in 1968 Peter Williams als tweede rijder voor de 500cc-klasse in te huren. Bij Honda eindigde het seizoen in verwarring: Mike Hailwood dreigde zijn contract niet te verlengen als de betrouwbaarheid van de 250cc- en de handelbaarheid van de 500cc-racer niet verbeterd zouden worden. Het geld dat Honda inmiddels voor de Formule 1 reserveerde was hem een doorn in het oog. John Hartle maakte in november 1966 bekend dat hij weer raceplannen had en al twee Nortons had aangeschaft om te trainen. Alberto Pagani en Renzo Pasolini gingen van Aermacchi naar Benelli en Silvio Grassetti ging van Bianchi naar Benelli. Dave Simmonds en Bill Smith traden in dienst van Kawasaki. Dieter Braun, Paul Lodewijkx, Jos Schurgers en Aalt Toersen debuteerden tijdens de TT van Assen. Lodewijkx scoorde het eerste punt voor Jamathi. Yvon Duhamel debuteerde tijdens de Grand Prix van Canada. Rodney Gould en Jörg Seel debuteerden in de Grand Prix van Duitsland. Santiago Herrero, Teuvo Länsivuori en Walter Villa debuteerden tijdens de Grand Prix van Spanje. Hideo Kanaya debuteerde tijdens de GP van Japan. Brian Steenson debuteerde tijdens de Ulster Grand Prix met vijfde plaatsen in de 250- en de 350cc-klasse. Julien van Zeebroeck debuteerde tijdens de Grand Prix van België.

Gestopt Jack Ahearn was gestopt, maar hij startte in het seizoen 1974 nog een keer in de TT van Man. Hugh Anderson begon niet meer aan het wegraceseizoen van 1967, maar ging verder met de ontwikkeling van de Suzuki-crossmotoren. Bruce Beale had zijn carrière beëindigd. Max Deubel en Emil Hörner hadden hun carrières beëindigd. Derek Minter maakte na de GP van de DDR bekend erover te denken om te stoppen. Hij hoopte tijdens de GP des Nations nog met een Gilera 500 4C te kunnen starten, maar dat gebeurde niet. Luigi Taveri had in 1967 niet gereden, maar stond nog steeds onder contract. Hij werd in oktober naar Japan gehaald, en dacht dat hij nieuwe 50- en 125cc-racers zou gaan testen. In plaats daarvan werd hij gehuldigd voor zijn prestaties voor Honda. Enkele weken later maakte hij bekend dat hij definitief zou stoppen met racen.

Overleden Op 10 juni verongelukte Alfred Shaw met een Norton Manx bij de Mountain Box tijdens de training voor de Senior TT. Op 26 maart (eerste Paasdag) verongelukte Fritz Scheidegger tijdens de paasraces op Mallory Park. Scheidegger had net besloten zijn carrière voort te zetten nadat hem de overwinning van de Sidecar TT van 1966 alsnog toegekend was, maar ook naar aanleiding van de grote steun die hij had ondervonden na de aanvankelijke diskwalificatie. Samen met zijn bakkenist John Robinson wilde hij een derde opeenvolgende wereldtitel halen. Op 16 juli verongelukte Werner Daubitz met een MZ op de Sachsenring tijdens de Oost-Duitse GP. Op 30 december verongelukte Gustav Havel bij een verkeersongeval in Praag. Puntentelling  1e  2e  3e  4e  5e  6e Punten:864321Aantal (tellende) wedstrijden  50 cc 125 cc 250 cc 350 cc 500 cc ZijspanAantal races:712138108Tellend:477565

500cc-klasse miniatuur|De MV Agusta 500 3C was in 1967 een échte 500cc-machine en niet meer de tot 420 cc opgeboorde MV 350 3C van het jaar ervoor GP van Duitsland, Hockenheimring Honda had een einde gemaakt aan de experimenten van Mike Hailwood, die zijn 500cc-racer had voorzien van een Paton frame, een Ceriani voorvork en twee hydraulische schijfremmen van Colin Lyster. Men had de Honda RC 181 zelf wel aangepast: het aangeboute achterframe was vervangen door een aangelast exemplaar. Daardoor stuurde de machine aanmerkelijk beter en Hailwood ging ook lang aan de leiding in de openingsrace in Duitsland. Zijn voorsprong werd zó groot dat het publiek al naar huis begon te gaan. In de 23e ronde draaide de krukas van Hailwood kapot en daardoor kon Giacomo Agostini de overwinning pakken. Die stopte drie ronden voor het einde bij de pit, waardoor opnieuw enige sensatie ontstond. Agostini had echter alle tijd en ging voor de zekerheid tanken. Hij had bij de finish nog een ronde voorsprong op Peter Williams die met een Arter-Matchless tweede werd, en dat op een bijna 6,8 km lang circuit. Jack Findlay werd met een Matchless derde. Rob Fitton werd vierde met een Norton. Dat was een troostvolle afsluiting van zijn dag, die begonnen was toen hij met zijn bestelbus onderweg naar het circuit door een toeschouwer geramd was. Fitton was op het circuit gearriveerd getrokken door een politie-auto. Isle of Man TT, Mountain Course De TT van 1967 vierde zijn diamanten jubileum en was tot vrijdag 16 juni vooral een feest geweest voor Mike Hailwood, die zowel de Lightweight- als de Junior TT met grote overmacht gewonnen had. Op die vrijdag was Giacomo Agostini jarig en hij zou zijn leermeester Hailwood niets cadeau geven. Integendeel, de race tussen de twee was bijzonder spannend en Ago reed met staande start een nieuw ronderecord. In de tweede ronde reed Hailwood de snelste ronde die ooit op Man was gereden. Na drie ronden, toen de pitstops plaatsvonden, had Hailwood 2 seconden achterstand. Ago's stop verliep tien seconden sneller omdat Hailwood met een hamer zijn gashandvat op zijn plaats moest slaan. Hailwood moest zijn losse gashandvat op zijn plaats houden en na de volgende ronde had hij nog meer dan 11 seconden achterstand, maar in Ramsey had hij al 2 seconden voorsprong. Enkele kilometers verder, bij Bungalow, had Ago weer 2 seconden voorsprong, maar bij Signpost Corner kwam hij niet meer door. Hij stond stil met een gebroken ketting. Pas opnieuw in Ramsey kreeg Hailwood een sein van zijn monteur Nobby Clark dat Ago stil stond en kon hij rustig naar de streep toeren, nog steeds zijn gashandvat op zijn plaats houdend en met één hand sturend. Een ronde eerder was Renzo Pasolini met zijn Benelli viercilinder, die op respectabele afstand derde lag, uitgevallen. Hailwood pakte aldus toch zijn twaalfde TT-overwinning. Peter Williams (Arter-Matchless) werd tweede en Steve Spencer met een Norton derde. Dutch TT, Assen