Het Verdrag van Kleef (ook wel de Verdelingsakte van Kleef of het Erfvergelijk van Kleef, Duits: Teilungsvertrag von Kleve of Erbvergleich zu Kleve) werd op 9 september 1666 in Kleef gesloten tussen de hertog van Palts-Neuburg en de keurvorst van Brandenburg-Pruisen. Met dit verdrag beoogden beide partijen een definitief einde te maken aan de nasleep van de Gulik-Kleefse Successieoorlog. Het verdrag moet worden onderscheiden van de Vrede van Kleef, een verdrag dat werd gesloten op 18 april van datzelfde jaar ter beëindiging van de Eerste Münsterse Oorlog.

Voorgeschiedenis Nadat de hertog van Gulik-Kleef-Berg in 1609 overleed zonder opvolger, brak de Gulik-Kleefse Successieoorlog (1609-1614) uit. Aan het begin van de oorlog streden de erfgenamen Brandenburg en Palts-Neuburg samen met hun bondgenoten tegen de commissaris van de Rooms-Duitse keizer om de Gulik-Kleefse erfenis in handen te krijgen. Vervolgens brak over de verdeling van de gebieden een nieuwe oorlog uit. De oorlog werd beëindigd met het Verdrag van Xanten (1614), waarin een voorlopige verdeling werd vastgesteld. Het Hertogdom Kleef, de graafschappen Mark en Ravensberg en de heerlijkheid Ravenstein kwamen aan Brandenburg, de hertogdommen Gulik en Berg aan Palts-Neuburg.

Het Verdrag van Xanten voorzag in een verdeling die niet definitief was. Reeds in 1546 had Keizer Karel V de ondeelbaarheid van de Gulik-Kleef-Bergse gebieden bepaald (Privilegium Unionis). De bij het Verdrag van Xanten voorgestelde verdeling behoefde daarom de persoonlijke toestemming van de keizer, maar deze stemde daar niet mee in. Daardoor ontstond de situatie dat Brandenburg en Palts-Neuburg werden erkend als Possedierenden, bezitters van de gebieden, maar niet de status van heersers verkregen. Hierdoor bleef de Gulik-Kleefse erfenis in de jaren na het Verdrag van Xanten onderwerp van conflict.

Verdrag van Kleef Het Verdrag van Kleef beoogde de conflicten rondom de Gulik-Kleefse erfenis definitief op te lossen. Op basis van het verdrag verkreeg keurvorst Frederik Willem I van Brandenburg het Hertogdom Kleef en de graafschappen Mark en Ravensberg. Aan paltsgraaf Filips Willem van Palts-Neuburg vielen de hertogdommen Gulik en Berg toe. Over de heerlijkheid Ravenstein, waarop beide partijen aanspraak bleven maken, zou later in onderling overleg worden beslist.

Een akkoord over Ravenstein werd in 1671 bereikt. Brandenburg droeg de heerlijkheid volledig over aan Pfalz-Neuburg na ontvangst van 50.000 taler, maar behield het recht op opvolging indien de mannelijke lijn van Neuburg zou uitsterven.

In 1678 stemde keizer Leopold I in met de verdragen. Alleen de keurvorstendommen Saksen en Keulen protesteerden, omdat bij de definitieve afspraken hun aanspraken op de Gulik-Kleefse erfenis terzijde waren geschoven.

Kleef Kleef Categorie:Geschiedenis van Noordrijn-Westfalen Categorie:Geschiedenis van Gelre Categorie:Geschiedenis van Gulik Categorie:Geschiedenis van Kleef Categorie:1666