Yolente Belle (? - 1 februari 1420) was een lid van de invloedrijke Ieperse patriciërsfamilie Belle. Zij is vooral bekend van een memorietafereel waarop zij samen met haar echtgenoot en kinderen wordt afgebeeld.

De Familie Belle Yolente Belle was een van de zes kinderen uit het huwelijk van Jan Belle, heer van Boezinge, en Marie Medonc.VAN RENYNGHE DE VOXVRIE, Tablettes des Flandres, vol. 9, p. 47-49. Van de Putte geeft maar vijf kinderen

mee, zie: VAN DE PUTTE, Histoire De Boesinghe, p. 64.De familie Belle behoorde sinds de dertiende eeuw tot de voornaamste patriciërsfamilies van Ieper. miniatuur|Het Bellegodshuis te Ieper De Belles verwierven hun rijkdom en invloed vermoedelijk via de lakenhandel.VAN RENYNGHE DE VOXVRIE, Tablettes des Flandres, vol. 9, p. 25. Later breidden zij hun macht uit door deelname aan het stadsbestuur en door de verwerving van heerlijkheden en landerijen. Verschillende familieleden zetelden als schepen, baljuw of raadslid in de stedelijke magistratuur van Ieper.

De oorsprong van de familie gaat terug tot de dertiende eeuw. Yolentes voorouders, Solomon Belle en zijn echtgenote Christina de Guines, stichtten kort vóór 1276 het Bellegodshuis, een liefdadigheidsinstelling die nauw verbonden bleef met de familie.

Huwelijk en kinderen Yolente Belle huwde met Joos Bryde. Uit dit huwelijk werden minstens zeven kinderen geboren.

Twee van hen zijn met zekerheid in de bronnen terug te vinden. Hun zoon Roeland Bryde erfde de heerlijkheid Boezinge, maar moest deze later verkopen wegens schulden.DONCHE, ‘Verhaspelde van Halewijns ontrafeld’, p. 234.; PAPIN, ‘Een hertogelijke parvenu’, p. 101-102. Volgens sommige bronnen werd hij tot ridder geslagen voor zijn deelname aan de strijd tegen de Gentenaars.PAPIN, ‘Een hertogelijke parvenu’, p. 99.; Papin geeft hier geen bronvermelding op. In een adelslijst uit 1437

staat hij aangeduid als ‘escuyer’, net als zijn vader een Joos Bryde de jonge, zie: BUYLAERT, Repertorium Van De

Vlaamse Adel, p. 132.; zo wordt hij ook omschreven in een octrooi uit 1455 van de hertog van Bourgondië, zie:

PAPIN, ‘Een hertogelijke parvenu’, p. 102.

Een andere dochter, Willemine Bryde, was gehuwd met de Ieperse kroniekschrijver Olivier van Diksmuide.DONCHE, ‘Verhaspelde van Halewijns ontrafeld’, p. 237; PAPIN, ‘Een hertogelijke parvenu’, p. 104.; TRIO,

‘Ypres as a Historiographical Breeding Ground’, p. 92, 94. Via dit huwelijk raakte Yolente Belle indirect verbonden met een van de bekendste historiografische figuren uit het laatmiddeleeuwse Ieper. De kroniek van Olivier van Diksmuide bleef bovendien lange tijd in het bezit van de familie Bryde. Leden van de familie voegden later zelf aanvullingen toe aan het werk, waardoor de kroniek ook informatie bevat uit latere generaties.

Memorietafereel Yolente Belle is vooral bekend door het memorietafereel dat aan haar nagedachtenis is gewijd. Dergelijke schilderijen hadden als doel de herinnering aan overleden familieleden levend te houden en hun zielenheil te bevorderen door gebed. miniatuur|Het memorietafereel van Yolente Belle

Op het schilderij is Yolente knielend afgebeeld samen met haar echtgenoot en hun kinderen. Zij worden bijgestaan door hun respectieve patroonheiligen, Sint-Joris en Sint-Catharina. In de bovenhoeken van het paneel zijn de wapenschilden van de families Belle en Bryde aangebracht.

Het schilderij draagt de volgende Middelnederlandse inscriptie:Hier vooren light begraven, vrawe Yolente Belle, dochtere mer Jan Belles, ruddere, heere van Boesinghe, Ioos brids wyf was, die starf den eersten dagh van sporkel 1420.Deze tekst vermeldt haar sterfdatum als 1 februari 1420 en bevestigt dat zij werd begraven in de kapel van het Bellegodshuis. Haar graf bevond zich dicht bij het hoofdaltaar, in de nabijheid van het graf van Christina de Guines, een van de stichters van het godshuis. Het duidt op de belangrijke band tussen Yolente en het godshuis.BOSSUYT, S., Rijke stinkerds: editie en analyse van de middeleeuwse grafinscripties te Ieper (1118-1566), Onuitgegeven Licentiaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, 2000, p. 142-143

Lange tijd werd aangenomen dat het memorietafereel een origineel vijftiende-eeuws werk was. Kunsthistoricus Roger-Henri Marijnissen stelde in een onderzoek uit 1985 dat er geen redenen zijn om de historische betrouwbaarheid van het epitafium in twijfel te trekken, al achtte hij het mogelijk dat het huidige schilderij een latere kopie betreft.MARIJNISSEN, R. H., Schilderijen: echt-fraude-vals : moderne onderzoekingsmethoden van de schilderijenexpertise, Brussel: Elsevier, 1985, p. 354-363. Onderzoek door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) in 2024 toonde echter aan dat het huidige schilderij een latere kopie is.

Dendrochronologisch onderzoek wees uit dat de houten panelen dateren uit de periode tussen circa 1480 en 1640. Vermoedelijk werd deze versie vervaardigd tijdens de bouw van een nieuwe kapel van het Bellegodshuis rond 1616. Het schilderij zou daarmee een vervanging zijn van een ouder memorietafereel dat mogelijk verloren ging tijdens de Beeldenstorm in de zestiende eeuw. Het memorietafereel bleef eeuwenlang in de kapel van het Bellegodshuis bewaard. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd het, samen met andere kunstwerken uit Ieper, in 1914 uit veiligheid geëvacueerd naar Parijs. Deze evacuatie bleek noodzakelijk: tijdens de oorlog werd de kapel van het Bellegodshuis volledig verwoest. Na de oorlog keerde het schilderij terug naar Ieper en kreeg het een plaats in het heropgebouwde Bellegodshuis. Sinds 2018 wordt het tentoongesteld in het Yper Museum, gevestigd in de Lakenhallen, waar het een van de topstukken van de collectie is.

Categorie:Persoon in de 15e eeuw