Gerhardus Otten (Meppel, 16 februari 1866 – aldaar, 11 november 1933), in de literatuur ook vermeld als G. Otten Jzn., was een Nederlands architect die hoofdzakelijk werkzaam was in Zuidwest-Drenthe.

Biografie

Otten werd geboren als zoon van timmerman Jan Otten en Geesje Poetsma. Hij begon zijn loopbaan in de bouwsector als aannemer, maar profileerde zich in een latere fase van zijn carrière als architect. Zijn werk is dikwijls herkenbaar aan een specifiek monogram, bestaande uit de door elkaar geweven letters G en O, dat op zijn bouwwerken werd aangebracht.

Naast zijn architectuurpraktijk bekleedde Otten diverse maatschappelijke functies. In april 1921 werd hij benoemd tot brandmeester-generaal, een functie die hij tot zijn dood bekleedde. Tevens was hij bestuurslid van de Vereniging tot bevordering van het Ambachtsonderwijs, de Meppeler Brandassurantiemaatschappij, de IJsclub en de Gezondheidscommissie. Na zijn overlijden in 1933 werd het architectenbureau voortgezet door zijn zoon Jan Otten, met wie hij reeds een associatie vormde.

Beschrijving door de Meppeler Courant

In een necrologie bij zijn overlijden karakteriseerde de Meppeler Courant Otten als een bekende figuur in Meppel en omstreken die een groot vertrouwen genoot. De krant schetste een beeld van een vakman die strikte degelijkheid nastreefde en hoge eisen stelde aan de aannemers die onder hem werkten. Volgens de krant moest het werk exact volgens bestek worden uitgevoerd en was Otten onvermurwbaar bij fouten; deze moesten worden hersteld ongeacht de kosten voor de uitvoerder, aangezien de architect de belangen van de uitbesteder diende te waarborgen.

Oeuvre

Het oeuvre van Otten wordt tegenwoordig anders gewaardeerd dan ten tijde van zijn overlijden. De Meppeler Courant rekende destijds vooral grote publieke en industriële projecten tot zijn belangrijkste werk, zoals de Ambachtsschool, de Gereformeerde school, het gebouw van De Nederlandsche Bank, het bioscooptheater en de fabrieken van N.V. Brocades en Stheeman. Ook Van Werven’s fabrieken, de oliefabriek van Blom, de Drentsche Wasinrichting, de zuivelfabrieken te Uffelte en Haalweide, de Apostolische kerk en het gemeentehuis van Zwartsluis werden expliciet genoemd.

Tegenwoordig zijn het echter met name de woonhuizen, boerderijen en incidentele winkelpanden van Ottens hand die tot monument zijn verklaard. De focus in de waardering van zijn architectonische nalatenschap is hiermee verschoven van de grootschalige utiliteitsbouw naar zijn kleinschaliger werk. Enkele werken Jaartal Locatie Omschrijving Status Afbeelding1907 De Schiphorst, Schiphorsterweg 15 Boerderij voor J.H. De Vos van Steenwijk Rijksmonument 1909 Ruinerwold, Dijkhuizen 17 Herenboerderij Rijksmonument 200px1911 Koekange, Dorpsstraat 68 Boerderij voor G. Dekker Rijksmonument 200px Zie ook Lijst van Nederlandse architecten

Categorie:Nederlands architect Categorie:Geschiedenis van Meppel