Jacob Arons (Amsterdam, 27 augustus 1882 – Auschwitz-Birkenau, 3 september 1943) was een Nederlands arts en bestuurslid van de Joodsche Raad voor Amsterdam. Hij voerde ruim drie decennia praktijk aan de Mauritsstraat in Amsterdam en was actief in het Amsterdams-Joodse verenigingsleven. Bij de oprichting van de Joodsche Raad in februari 1941 werd hij aangezocht als bestuurslid; in september 1943 werd hij met zijn echtgenote Sophie Saks in Auschwitz-Birkenau vermoord.
Jeugd, opleiding en gezin Arons werd in 1882 in Amsterdam geboren als zoon van Jacobus Hartog Arons en Sara Bril. Hij studeerde geneeskunde in Amsterdam en legde op 5 juni 1908 zijn artsexamen af. Hij werkte aanvankelijk kort als arts in Antwerpen en keerde in september 1908 terug naar Amsterdam, waar hij zich vestigde aan het Frederiksplein 18. Op 1 februari 1910 trouwde hij in Antwerpen met Sophie Saks (Amsterdam, 26 mei 1883), dochter van David Jacob Saks en Rebekka Arons. In september 1909 betrok het echtpaar het pand Mauritsstraat 4, waar Arons ook zijn praktijk hield en het paar tot in de bezettingsjaren bleef wonen.
Het echtpaar kreeg twee kinderen: Jacobus Bob Hartog Arons (Amsterdam, 22 april 1911 – Amsterdam, 28 juni 1992) en Renée Sara Arons (Amsterdam, 14 februari 1915 – Amsterdam, 15 april 1939). Zoon Bob trouwde op 22 september 1936 in de Nieuwe Synagoge aan het Jonas Daniël Meijerplein met Elizabeth Liesje Biallosterski, een zus van verzetsman Tobias Biallosterski.
Praktijk en gemeenschapsleven Vanuit zijn praktijk aan de Mauritsstraat verwierf Arons een geliefde reputatie onder zijn patiënten; in het Nieuw Israëlietisch Weekblad verschenen vanaf 1911 met regelmaat openbare dankbetuigingen aan zijn adres. Hij was actief in het Amsterdams-Joodse verenigingsleven. Op 18 oktober 1912 ondertekende hij in het Nieuw Israëlietisch Weekblad een openbare oproep om steun voor een door haar man verlaten vrouw met vijf kinderen. In oktober 1925 stelde Arons zich kandidaat voor de kerkenraad van de Nederlands Israëlitische Hoofdsynagoge te Amsterdam. In 1935 was hij voorzitter van het comité dat een gedenkteken oprichtte op het graf van opperrabbijn A.S. Onderwijzer (1862–1934); in dat comité zaten onder anderen A.S. Eitje en A.J. Asscher.
Tweede Wereldoorlog Joodsche Raad Onder de Duitse bezetting golden voor Joodse artsen strenge beperkingen: Joodse patiënten mochten uitsluitend door Joodse artsen worden behandeld en omgekeerd. Arons bleef binnen die beperkingen praktiseren.
Op 13 februari 1941 vond ten huize van Abraham Asscher de constituerende vergadering plaats van de door de bezetter ingestelde Joodsche Raad voor Amsterdam. Voorzitters Asscher en David Cohen stelden het bestuur samen uit notabelen die binnen de gemeenschap aanzien genoten; Arons werd als arts gevraagd hierin zitting te nemen en aanvaardde die positie. Aan zijn lidmaatschap was een zogenoemde Sperre verbonden, een voorlopige vrijstelling van deportatie. Naarmate de oorlog vorderde en de Joodse gemeenschap door deportaties slonk, verloren deze Sperres hun beschermende werking.
Deportatie Op 9 mei 1943 werden Jacob en Sophie geregistreerd in Kamp Westerbork. Tussen mei en september 1943 ondernam het echtpaar via verschillende wegen pogingen om deportatie naar het oosten te voorkomen, zonder resultaat. Op 3 september 1943 werden beiden vrijwel direct na aankomst in Auschwitz-Birkenau in een gaskamer vermoord. Arons was 61 jaar.
Bronnen Het persoonsdossier van Arons berust in het Stadsarchief Amsterdam (archiefnummer 30238, inventarisnummer 19); een bijbehorend Jokos-dossier (nummer 7901) bevindt zich eveneens in het stadsarchief. Een biografische schets is opgenomen in J.H. Coppenhagens Anafiem Gedoe’iem. Overleden joodse artsen uit Nederland 1940–1945 (Rotterdam 2000), p. 74–75.
Externe links Biografie Jacob Arons op Joods Amsterdam Pagina Jacob Arons op Joods Monument
Categorie:Nederlands medicus Categorie:Nederlands Holocaustslachtoffer Categorie:Kampgevangene in Westerbork Categorie:Omgekomen in concentratiekamp Auschwitz