Nochem de Beneditty (Amsterdam, 19 augustus 1883 – Auschwitz-Birkenau, 1 oktober 1944) was een Nederlands rechter, publicist en gemeenschapsbestuurder uit de Portugees-Joodse gemeenschap van Amsterdam. Hij was vanaf 1924 rechter bij de arrondissementsrechtbank Amsterdam en publiceerde in 1925 een biografie van Jonas Daniël Meijer. Onder de Duitse bezetting werd hij bestuurslid van de Joodsche Raad voor Amsterdam en initieerde hij de Aktie Portugesia, een collectieve juridische operatie om de Portugees-Joodse Nederlanders aan de jodenvervolging te onttrekken. Hij en zijn echtgenote Esther werden begin 1944 vanuit Westerbork gedeporteerd en op 1 oktober 1944 in Auschwitz-Birkenau vermoord.
Jeugd, opleiding en gezin De Beneditty werd in 1883 in Amsterdam geboren als zoon van Abraham de Beneditty (1848–1888) en Rosalie de Groot. Hij studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam en legde in december 1905 met goed gevolg het kandidaatsexamen af. In 1910 promoveerde hij tot doctor in de rechtswetenschappen op het proefschrift Ouderlijke macht en kinderbescherming. In 1921 trouwde hij met Esther Spinoza Catella Jessurun (Amsterdam, 11 mei 1884 – Auschwitz-Birkenau, 1 oktober 1944). Het echtpaar woonde omstreeks 1928 aan de Weteringschans 48 en in de beginjaren van de bezetting in de Rubensstraat 84-huis in Oud-Zuid.
Loopbaan als jurist Nog in het jaar van zijn promotie trad De Beneditty op als curator in faillissementen en begon hij zijn rechterlijke loopbaan als plaatsvervangend-kantonrechter. Medio 1921 werd hem uit die functie eervol ontslag verleend. In juni 1924 werd hij benoemd tot rechter bij de arrondissementsrechtbank te Amsterdam, een ambt dat hij tot aan zijn ontslag wegens de antisemitische maatregelen van de bezetter bekleedde.
Publicist en bestuurder De Beneditty was een actieve publicist en bestuurder binnen de Joodse gemeenschap. Op 3 december 1916 publiceerde hij in het Centraal blad voor Israëlieten in Nederland een ingezonden stuk waarin hij pleitte tegen Joods bijzonder onderwijs en vóór gemengd openbaar onderwijs voor Joodse kinderen, op grond van gelijke ontplooiingskansen. In 1920 was hij secretaris van Misgab Hajeled, een landelijke organisatie die pleeggezinnen wierf voor Joodse pupillen. Op 19 september van dat jaar sprak hij op de jaarvergadering van de Maatschappij tot Nut der Israëlieten in Nederland over de zorg voor wezen.
Op 13 augustus 1924 werd De Beneditty bestuurslid van de Vereeniging Centraal Israëlitisch Krankzinnigengesticht in Nederland. Omstreeks 1928 was hij voorzitter van het Portugees-Israëlitisch Jongensweeshuis Aby Jethomim en zat hij in het bestuur van het Portugees-Israëlietisch Kerkgenootschap, waarvan hij later ondervoorzitter van de Hoofdcommissie werd. Daarnaast zette hij zich in voor de dierenbescherming.
In 1925 publiceerde hij bij uitgeverij Tjeenk Willink in Haarlem de biografie Leven en werken van Mr. Jonas Daniël Meijer 1780–1834, een studie over de eerste Joodse advocaat van Nederland en pleitbezorger van de joodse emancipatie.
Reactie op het Duitse antisemitisme (1933) In 1933, kort na de machtsovername door Adolf Hitler, werd in Nederland een commissie ingesteld door het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap en het Portugees-Israëlietisch Kerkgenootschap om de positie van uit Duitsland gevluchte Joden te verbeteren en het opkomende antisemitisme te bestrijden. De Beneditty was, naast voorzitter A. Asscher, oud-vicepresident van de Hoge Raad L. E. Visser, hoogleraar D. Cohen, opperrabbijn A. S. Onderwijzer, wethouder E. Boekman en anderen, een van de leden. Een aanzienlijk deel van deze bestuurlijke elite zou in 1941 betrokken raken bij de Joodsche Raad.
Tweede Wereldoorlog Joodsche Raad Op 13 februari 1941 werd in opdracht van de bezetter de Joodsche Raad voor Amsterdam gevormd, onder voorzitterschap van Asscher en Cohen. De Beneditty werd een van de bestuursleden. Aan dat lidmaatschap was een Sperre verbonden, een voorlopige vrijstelling van deportatie. Naarmate de oorlog vorderde en de Joodse gemeenschap door deportaties slonk, werd de Raad ingekrompen; in het najaar van 1944 werden ook Asscher en Cohen zelf gedeporteerd.
Aktie Portugesia
Tijdens de bezetting ontwikkelde De Beneditty het plan om de circa 4500 Sefardische (Portugees-Joodse) Nederlanders als collectief aan de vervolging te onttrekken. De redenering, in aansluiting op een eerder besluit van de Duitse ambtenaar Hans Georg Calmeyer in twee individuele gevallen in juli 1941, luidde dat de Portugese Joden zich na hun komst uit het Iberisch Schiereiland omstreeks 1600 in eigen kring hadden voortgeplant en zich niet hadden vermengd met de Asjkenazim, en dus niet als ‘Joods’ in de Duitse rassencategorisering behoorden te worden ingedeeld.Jaap Cohen, ‘Wij zijn geen Joden’, Geschiedenis Magazine, nr. 3 (april-mei 2015).
De Beneditty zette een advocatencollectief op dat de operatie juridisch vormgaf. Er werd een historisch rapport opgesteld, en de fysisch antropoloog Arie de Froe onderzocht 375 Portugese Joden en kwam tot de bevinding dat de Sefardim niet tot het ‘Joodse ras’ maar tot een ‘West-Mediterraan ras’ zouden behoren. Voorts werd een fotoboek met portretten van welgestelde, ‘geciviliseerde’ Portugese Joden uit voorgaande eeuwen samengesteld, en werden steunbetuigingen van bezettingsgezinde hoogleraren verzameld. Een Sperrliste op deze grondslag hield bijna twee jaar stand.
In de nacht van 1 op 2 februari 1944 werden de mensen op de Portugezenlijst alsnog opgehaald en naar Westerbork overgebracht. Een Berlijnse rassencommissie oordeelde uiteindelijk dat zij ‘eeuwenlang als Jood hadden geleefd’ en er ‘erg Joods’ uitzagen. Het overgrote deel werd alsnog naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd en vermoord.
Deportatie en dood Nochem en Esther de Beneditty werden op 2 februari 1944 in Westerbork geregistreerd en in barak 72 ondergebracht. Op 25 februari 1944 werden zij gedeporteerd naar Theresienstadt en vandaar later doorgevoerd naar Auschwitz-Birkenau, waar beiden op 1 oktober 1944 werden vermoord. De Beneditty was 61 jaar.
Bibliografie Ouderlijke macht en kinderbescherming (proefschrift Universiteit van Amsterdam, 1910) Leven en werken van Mr. Jonas Daniël Meijer 1780–1834 (Haarlem: Tjeenk Willink, 1925)
Bronnen Het persoonsdossier van De Beneditty berust in het Stadsarchief Amsterdam (archiefnummer 30238, inventarisnummer 50); een Joodsche Raad-kaart wordt bewaard in de Arolsen Archives (130257350). De Aktie Portugesia is uitvoerig behandeld door historicus Jaap Cohen in zijn proefschrift De onontkoombare afkomst van Eli d’Oliveira (Querido, 2015).
Externe links Biografie Nochem de Beneditty op Joods Amsterdam Pagina Nochem de Beneditty op Joods Monument Tijdlijn op Oorlogsbronnen.nl
Categorie:Nederlands rechter Categorie:Nederlands Holocaustslachtoffer Categorie:Kampgevangene in Westerbork Categorie:Kampgevangene in Theresienstadt