De Cooperativa Obrera Mataronense (Catalaans voor Arbeiderscoöperatie van Mataró) ofwel La Mataronense, was een 19e-eeuws op utopisch socialistische leest geschoeide katoenverwerkende textiel-coöperatie in Catalonië, Spanje. De coöperatie was met haar oprichting in 1864 de eerste en een van de invloedrijkste arbeiderscoöperaties in Catalonië en een van de eerste ondernemingen ter wereld die kapitaal en arbeid verenigde in de coöperatieve arbeider; deze was zowel werknemer als mede-eigenaar. Daarmee was de coöperatie een pionier binnen de negentiende-eeuwse coöperatieve beweging.

Geschiedenis De Cooperativa Obrera Mataronense werd opgericht in 1864 en was de eerste productiecoöperatie van Spanje, gevestigd in Gràcia. Het was een initiatief onder leiding van Salvador Pagès (Barcelona, 1833 – ?), die afkomstig was uit een arbeidersgezin. In het tijdperk van de Internationale Arbeidersassociatie, waarin zowel de socialistische stroming van Karl Marx als de anarchistische stroming van Michail Bakoenin actief waren, kwam hij op jonge leeftijd tot de overtuiging dat het coöperatisme arbeiders zou kunnen bevrijden van hun afhankelijkheid van kapitaalbezitters.El Temps (2026) Pagès geloofde dat de coöperatie zich niet moest beperken tot louter economische doelstellingen, maar juist de nodige diensten moest leveren, opdat de leden konden leven, werken, onderwijs volgen en van het leven genieten.

La Mataronense begon haar activiteiten in 1869, nadat de Spaanse Revolutie van 1868 de oprichting van arbeidersverenigingen had gelegaliseerd. Het begon met 107 leden en zes tweedehands weefgetouwen in een gehuurd pand. In 1870 werd de coöperatie zwaar getroffen door een gelekoortsepidemie en een drie maanden durende staking die was uitgeroepen door het anarchistische Arbeiderscongress van Barcelona. (2011), "Flags of the Obrera Mataronense (Mataró Worker’s Cooperative)" in Catalan Modernism and Vexillology, Proceedings of the 24th International Congress of Vexillology, Washington, D.C., USA 1–5 August 2011 , pp.516-517

In 1873 telde de coöperatie 83 leden en beschikte zij over 45 weefgetouwen. Dat jaar werd voor de coöperatie een terrein in Mataró verworven met de bedoeling er een fabriek en een arbeiderswijk te bouwen. In 1875 werd voor de arbeiderskinderen binnen de coöperatie de eerste seculiere school van Mataró ingericht, onder leiding van Josep Espinal en met onderwijzeressen als Agustina en Pepeta Moreu. (2013), "L'arquitecte Mataroní Benvingut Caballol i Moreu", Fulls/99, Arxiu de Santa Maria-museum, pp.20-26 Dat jaar werd tevens de eerste fabriek gebouwd naar ontwerp van de ingenieur Joan Brunet. Een fabrieksschoorsteen maakte deel uit van het gebouw.

Pagès gaf Antoni Gaudí – een jeugdvriend uit Reus die hij in 1869 leerde kennen – de opdracht om het masterplan verder uit te werken. Gaudí kende eveneens uit eigen ervaring de erbarmelijke levensomstandigheden van de industriële arbeiders in zijn geboorteplaats Reus. Daarom werkte hij graag mee aan de coöperatie: de idealen van haar bestuurders sloten nauw aan bij zijn eigen opvattingen over rechtvaardigheid en sociale gelijkheid; hij zou tot 1885 als architect voor de Cooperativa Obrera Mataronense aanblijven.

Gaudí's masterplan werd in 1881 gepresenteerd en omvatte een casino, een fabriek inclusief blekerij en een arbeiderswijk. In het plan zat een deel van de fabriek van Brunet en de schoorsteen geïntegreerd. Van het complex ontworpen door Gaudi werd uiteindelijk slechts een arbeiderswoning – het huis van Salvador Pagès – de blekerij – de huidige Nau Gaudí – en een latrineblok gebouwd. Door de financiële problemen van de Cooperativa Mataronense kon dit ambitieuze project, geïnspireerd door de idealen van het utopisch socialisme, nooit volledig worden gerealiseerd.

De coöperatie verdween tegen het einde van de negentiende eeuw. Het werd opgevolgd eerst door Sociedad Barrera en daarna door Anónima Asensio.

Embleem

Eerste banier (1873) In 1873 gaf Pagès Gaudí de opdracht het ontwerp van een banier voor de toekomstige fabriek van de coöperatie. Het affiche toont een weefgetouw met hangende spoelen en distelbloemen; de naam La Obrera werd symbolisch weergegeven door twee werkbijen, als verwijzing naar arbeid en samenwerking. Het origineel is verloren gegaan bij de brand in Gaudí's atelier in de Sagrada Família.

Tweede banier (1884) miniatuur|Een bronzen bij vormde de banierspits De tweede banier had een bronzen bij die boven op de vaandelstok stond. Dit is het enige wat de tijd overleefde. De bij symboliseerde industrialiteit: arbeid, vlijt en samenwerking, kernwaarden van de negentiende-eeuwse coöperatieve beweging; het sloot aan bij de traditionele voorstelling van de bijenkorf als model van een harmonische en productieve gemeenschap.

Aangezien de bij al in de eerste banier voorkwam, was de bij van de nieuwe banier deel van een reeds ontwikkeld symbolisch programma rond de coöperatie.

De onderwijzeressen van de coöperatie, Agustina en Josefa Moreu hebben de banier geborduurd. Josefa zou het werk dermate gecompliceerd gevonden hebben dat ze hierover in geschrifte haar beklag deed aan de ontwerper.

Ontwerp van het complex

Masterplan (1881) miniatuur|1800x1800px|geen|Masterplan voor de cooperatie

Het ontwerp toonde een stadsdeel dat zich uitstrekte van de Camí Ral tot aan het spoor; en verdeeld was in drie zones: bij de toegang tot de Camí Ral bevond zich het casino, dat tevens dienstdeed als recreatie-, administratie- en ontmoetingscentrum met de bibliotheek en fitnessruimte. Er was ook een park. In het productiegebied stond de fabriek, waarvan alleen de schoorsteen en de Nau Gaudí bewaard zijn gebleven. Langs de Germans Thos i Codina-straat begon de arbeiderswijk.

Van het project werden uiteindelijk alleen de bleekfabriek, latrinegroep, en twee arbeiderswoningen (de portierswoning en de woning van SalvadorPagès) gerealiseerd.

Arbeiderswoningen (1878) miniatuur|Plattegrond en aanzicht van de modelwoning Het plan bevatte een dertigtal arbeiderswoningen. Het betrof een enkel woningtype, met het idee dat binnen de coöperatie de leidinggevenden en arbeiders onder dezelfde omstandigheden zouden wonen. Deze woning had een oppervlak van 118 m² met een badkamer binnenshuis, drie kamers, twee alkoofjes, een keuken en twee woonvertrekken.

De huizen waren per twee gegroepeerd en van elkaar gescheiden door kleine tuinen. In het ontwerp werd rekening gehouden met de zeebries, die de wijk zou ventileren en de rook van de nabijgelegen fabriek zou afvoeren.

Uiteindelijk werden slechts twee woningen gerealiseerd: een voor de portier en een voor Salvador Pagès, directeur van de coöperatie. Dit zou de allereerste uitgevoerde bouwopdracht in Gaudí's carrière zijn geworden. Het werd later afgebroken nadat de coöperatie in financiële problemen was geraakt en haar bezittingen, waaronder het huis en de grond, in beslag waren genomen.

Katoenblekerij (1883) miniatuur|Het interieur van de bleekhal De bleekfabriek, thans de Nau Gaudí genoemd, bestaat uit een hal van circa 600 m², overspannen door dertien slanke paraboolbogen. Deze bogen zijn opgebouwd uit kleine houten segmenten die met bouten zijn verbonden volgens een systeem van Philibert de l’Orme. Dankzij deze constructie kon een ruime, open ruimte worden gecreëerd zonder gebruik van binnenmuren, kolommen of pijlers; dit was destijds een zeer innovatieve oplossing.

Poortgebouw en weegbrug (1883) Het poortgebouw en weegbrug lagen voor de casino, samen met een tuin. Ze maakten deel uit van het in 1881 gepresenteerde masterplan; gedetailleerde plannen van deze gebouwen volgden enkele jaren later. Geen van deze gebouwen zijn uitgevoerd. (?), Remodelació i restauració de la nau de blanqueig de la Cooperativa Obrera Mataronense projectada per Antoni Gaudí, arquitectura historica

Casino (1878) Gezicht op Capucijnenstraat 98 vanuit de tuin. Links de paviljoenachtige aanbouw aan de achterkant van herenhuis Marres; rechts de moderne aanbouw van Marres Kitchen (2019)

Gaudi maakte een ontwerp voor de verbouwing van een casino. Het voorstel bestond uit drie verdiepingen, die met name de volgende functies zouden behuizen: een bibliotheek, een school, een gymnasium, een vergaderruimte en een magazijn. De verbouwing werd uiteindelijk nooit uitgevoerd.

Latrines (1883) miniatuur|De gerestaureerde latrines Naast de voormalige bleekfabriek staat nog steeds het ronde toiletgebouw voor de arbeiders. Het bestaat uit vier afzonderlijke toiletten, elk met een eigen ingang. Een ventilatieopening bovenaan zorgt voor natuurlijke luchtcirculatie, terwijl hoog geplaatste vensters tegelijk daglicht en privacy bieden. Gaudí zou dit systeem later gebruiken in de ventilatietorens van Casa Vicens en de stallen van het landgoed Güell. Het gebouw is versierd met getrapte frontons boven de deuren en ramen en met keramische tegels, authentieke Gaudí-achtige decoratieve elementen waarvan varianten in latere projecten zouden terugkeren.

Bronnen, noten en referenties Bronnen (red.) (2013), The first Gaudi - The Mataro warehouse, Gemeente van Mataró,

Noten en referenties

Categorie:Coöperatie