Louis du Bussy (Piëmont, circa 1714 – Verenigde Staten, na 1750) was een arts en apotheker. Hij bracht een Waldenzer geloofsgemeenschap uit Zwitserland over naar Suriname en werd na gewelddadig gedrag tegen de kolonisten verbannen.

Biografie Louis du Bussy werd geboren in een tijd van religieuze en sociale veranderingen. Zelf maakte hij deel uit van de protestantse Waldenzer geloofsgemeenschap die vanwege geloofsovertuigingen vaak onderdrukt werd. Hij huwde Jeanne Esther Faigaux en ze kregen in 1743 en 1744 twee kinderen.

In 1746 kwam hij naar Suriname, op kosten van de Sociëteit van Suriname onder gouverneur Jan Jacob Mauricius. De sociëteit werd gefinancierd door de West-Indische Compagnie, de stad Amsterdam en particuliere investeerders. Du Bussy kreeg werk als geneesheer in het ziekenhuis van Paramaribo.

In november 1747 kreeg hij de opdracht om de emigratie van tien Zwitserse families naar Suriname te organiseren. Dit was de laatste poging om hugenoten en Waldenzen aan te trekken om zich te vestigen in de bovenlanden, met als doel het gebied te beschermen tegen aanvallen van gevluchte marrons. Hij ging eind 1747 naar Bazel. Hij bracht in tien groepen 93 personen bij elkaar.

De Zwitsers zouden land, vee, levensmiddelen en tijdelijk tot slaaf gemaakte arbeiders krijgen om het grensgebied in Noord-Para te ontginnen en te bewerken. Na aankomst klaagden de kolonisten echter over niet nagekomen afspraken, slechte leefomstandigheden en gewelddadig gedrag van Louis du Bussy. De spanningen binnen het koloniale bestuur liepen hoog op en hij kwam in conflict met verschillende plantage-eigenaren en de Franse predikant du Voisin. In 1749 werd Louis du Bussy voor de rechter gebracht voor zijn gewelddadige gedrag en een buitenechtelijk kind dat hij had verwekt bij de dochter van een kolonist. Deze gebeurtenissen leidden tot zijn veroordeling en verbanning uit Suriname.

In 1750 verliet hij Paramaribo. Volgens berichten leed hij in 1751 voor de kust van Nieuw-Engeland schipbreuk, verloor hij een been en werd hij gedwongen om in New York te bedelen. Verdere gegevens over zijn leven zijn niet bekend.

De Zwitserse nederzetting in Para was al eerder het doelwit van plundertochten en werd in november 1753 opnieuw door marrons overvallen. In december 1753 vroegen twee echtgenotes van zieke, verplaatste kolonisten de gouverneur om steun omdat het onvruchtbare land hen niet kon onderhouden. Dit was de laatste gedocumenteerde boodschap uit de kolonie.

Categorie:Zwitsers medicus Categorie:Surinaams medicus Categorie:Plantage-administrateur in Suriname