Hypercalciurie is een verhoogde uitscheiding van calcium in de urine. De aandoening is een belangrijke risicofactor voor calciumhoudende nierstenen en kan ook bijdragen aan nefrocalcinose, waarbij calciumzouten neerslaan in het nierweefsel.

Hypercalciurie kan voorkomen met een normale calciumconcentratie in het bloed, maar ook samen met hypercalciëmie. De onderliggende oorzaak bepaalt in belangrijke mate de behandeling en de prognose.

Definitie Hypercalciurie wordt meestal vastgesteld met een 24-uursurineonderzoek. Vaak wordt gesproken van hypercalciurie wanneer de calciumuitscheiding hoger is dan ongeveer 250 mg per dag bij vrouwen of 300 mg per dag bij mannen. Ook kan een grens van meer dan 4 mg calcium per kilogram lichaamsgewicht per dag worden gebruikt.

De exacte grenswaarde kan verschillen naargelang leeftijd, geslacht, dieet, laboratoriummethode en klinische context. Bij kinderen wordt de calciumuitscheiding vaak beoordeeld in verhouding tot het lichaamsgewicht of via de calcium-creatinineratio in urine.

Oorzaken Hypercalciurie kan verschillende oorzaken hebben. Een praktische indeling maakt onderscheid tussen hypercalciurie met verhoogd calcium in het bloed en hypercalciurie met normaal calcium in het bloed.

Hypercalciurie met hypercalciëmie Wanneer hypercalciurie samengaat met hypercalciëmie, is er vaak een systemische stoornis in de calciumhuishouding. Mogelijke oorzaken zijn: primaire hyperparathyreoïdie; overmaat aan vitamine D; granulomateuze aandoeningen zoals sarcoïdose; bepaalde kwaadaardige aandoeningen; langdurige immobilisatie; milk-alkali-syndroom; sommige geneesmiddelen, zoals lithium.

Hypercalciurie zonder hypercalciëmie Bij veel patiënten is de calciumwaarde in het bloed normaal. Dit wordt normocalcemische hypercalciurie genoemd. Mogelijke oorzaken zijn: idiopathische hypercalciurie; hoge zoutinname; hoge inname van dierlijke eiwitten; distale renale tubulaire acidose; medullaire sponsnier; erfelijke tubulopathieën zoals de ziekte van Dent; bepaalde geneesmiddelen, zoals lisdiuretica.

Bij idiopathische hypercalciurie is er geen duidelijke onderliggende systemische ziekte aantoonbaar. Deze vorm komt relatief vaak voor bij mensen met recidiverende calciumhoudende nierstenen.

Mechanisme Calcium wordt in het lichaam geregeld door een samenspel tussen darm, bot, nieren, parathyreoïdhormoon, vitamine D en de calciumconcentratie in het bloed. Hypercalciurie kan ontstaan door: verhoogde opname van calcium uit de darm; verhoogde vrijstelling van calcium uit het bot; verminderde terugresorptie van calcium in de niertubuli; verhoogde aanvoer van calcium naar de urine door hypercalciëmie.

Ook voeding speelt een rol. Een hoge zoutinname kan de calciumuitscheiding in de urine verhogen, omdat natrium- en calciumtransport in de nier met elkaar samenhangen.

Verband met nierstenen Hypercalciurie is een belangrijke risicofactor voor calciumhoudende nierstenen, vooral calciumoxalaatstenen en calciumfosfaatstenen. De European Association of Urology beschrijft hypercalciurie als een van de meest voorkomende metabole afwijkingen bij volwassen patiënten met calciumstenen.

Wanneer er te veel calcium in de urine aanwezig is, kunnen calciumzouten gemakkelijker kristalliseren. Of er werkelijk stenen ontstaan, hangt ook af van andere factoren, zoals urinevolume, urine-pH, oxalaat, citraat, urinezuur en magnesium.

Verband met nefrocalcinose Bij nefrocalcinose slaan calciumzouten neer in het nierweefsel zelf. Hypercalciurie kan hieraan bijdragen, vooral wanneer ook andere risicofactoren aanwezig zijn, zoals een alkalische urine-pH, hyperfosfaturie of distale renale tubulaire acidose.

Nefrocalcinose en nierstenen kunnen samen voorkomen, maar zijn niet hetzelfde. Bij nierstenen gaat het om stenen in het verzamelsysteem of de urinewegen; bij nefrocalcinose gaat het om calciumafzetting in het nierparenchym.

Symptomen Hypercalciurie zelf veroorzaakt niet altijd klachten. De aandoening wordt vaak ontdekt bij onderzoek naar nierstenen, nefrocalcinose of onverklaarde afwijkingen in urineonderzoek.

Mogelijke verschijnselen zijn: nierkoliek of flankpijn door nierstenen; bloed in de urine; terugkerende urineweginfecties; nefrocalcinose op beeldvorming; verhoogd risico op botontkalking bij sommige patiënten.

Bij kinderen kan hypercalciurie soms gepaard gaan met buikpijn, plasklachten, bloed in de urine of recidiverende urinewegproblemen.

Diagnose De diagnose wordt meestal gesteld met een 24-uursurineonderzoek waarin de calciumuitscheiding wordt gemeten. Vaak worden tegelijk andere stoffen bepaald, zoals oxalaat, citraat, urinezuur, natrium, creatinine en het totale urinevolume.

Aanvullend bloedonderzoek kan worden verricht om onderliggende oorzaken op te sporen. Daarbij kunnen onder meer calcium, fosfaat, creatinine, bicarbonaat, vitamine D en parathyreoïdhormoon worden bepaald.

Bij verdenking op nierstenen of nefrocalcinose kan beeldvorming worden gebruikt, zoals echografie of CT-onderzoek.

Behandeling De behandeling hangt af van de oorzaak en van de klinische gevolgen. Bij patiënten zonder klachten kan opvolging soms voldoende zijn. Bij nierstenen, nefrocalcinose of duidelijke metabole afwijkingen is behandeling vaak aangewezen.

Algemene maatregelen kunnen bestaan uit: voldoende vochtinname om de urine te verdunnen; beperking van overmatige zoutinname; vermijden van extreem hoge dierlijke eiwitinname; behoud van een normale calciumopname via de voeding; behandeling van onderliggende aandoeningen zoals hyperparathyreoïdie of renale tubulaire acidose.

Een te sterke beperking van calcium in de voeding wordt meestal niet aanbevolen, omdat dit de opname van oxalaat in de darm kan verhogen en zo het risico op calciumoxalaatstenen kan doen toenemen. Daarnaast kan een te lage calciuminname nadelig zijn voor de botgezondheid.

Bij sommige patiënten worden thiazidediuretica gebruikt om de calciumuitscheiding in de urine te verlagen. Kaliumcitraat kan worden overwogen wanneer er ook sprake is van hypocitraturie of bepaalde vormen van steenvorming, maar dit hangt af van de urinechemie en de onderliggende aandoening.

Prognose De prognose hangt vooral af van de oorzaak en van de aanwezigheid van nierstenen, nefrocalcinose of nierschade. Idiopathische hypercalciurie kan chronisch aanwezig blijven en vraagt soms langdurige opvolging. Wanneer een behandelbare oorzaak wordt gevonden, zoals hyperparathyreoïdie, kan gerichte behandeling het risico op verdere steenvorming verminderen.

Categorie:Nefrologie Categorie:Nieraandoening Categorie:Stofwisselingsstoornis Categorie:Urologie