Surinaams-Hindoestaanse muziek betreft Surinaamse muziek van Hindoestanen in Suriname en de Surinaamse diaspora. Het is geworteld in de Hindoestaanse muziek, als een van de belangrijkste hoofstromingen in de Indiase muziek. Deze muziek werd meegebracht door voorouders uit vooral het noordelijke Bihar en Uttar Pradesh.J. Ketwaru, in: Weltak (1990) Surinaams-Hindustaanse muziek, pag. 39-44
Muziektheorie en uitvoering Hindoestaanse muziek verloopt langs de melodische basispatronen die raga's worden genoemd. In de beoefening wordt gebruik gemaakt van verfijnde toonvariaties die van treurig tot blij bepaalde stemmingen uitdrukken. Een octaaf wordt verdeeld in 22 sruti's (microtonale toonposities); met een grootte van ongeveer de helft van een secunde die gebruikelijk is in Westerse muziek. Uit een octaaf worden rond 7 swara's (hoofdnoten) gekozen. Het zijn echter niet alleen de tonen, maar ook de manier waarop ze benaderd worden, die de stemming van de muziek bepalen. Dit verschilt per artiest en is afhankelijk van talent, opleiding bij een goeroe en ervaring.
Een uitvoering begint meestal ingehouden met een vrije, a-ritmische alap, waarin de noten en de stemming van de raga worden verkend. Daarna kan een jor (ritmisch stuk) volgen, waarin een regelmatige puls ontstaat zonder tabla. Vervolgens begint de gat, waarin musici onder ritmische begeleiding van de tabla improviseren en naar een climax toewerken.
Muziekinstrumenten thumb|Indiase harmonium
Er zijn enkele muziekinstrumenten die veelvuldig terugkomen in de Surinaams-Hindoestaanse muziek. De sitar en de tabla zijn respectievelijk een snaar- en slaginstrument die ook in de Indiase klassieke muziek veel worden gebruikt. Andere veelgebruikte instrumenten zijn het toetsinstrument harmonium, de ritmestok dantaal en de slaginstrumenten dholak en dhapla. De dhapla is een grote trommel met een verdragend geluid, waardoor bruiloftsgasten het feest van verre wisten te vinden. Geregeld werden muziekinstrumenten in Suriname nagebouwd of verder ontwikkeld.
Muziekstijlen en zangvormen
De muziekstijlen en zangvormen zijn voor een deel uit India meegekomen en zijn voor het andere ontstaan in Suriname, maar ook in die gevallen gebaseerd op Indiase tradities. Ze variëren van niet-religieus tot hindoeïstisch en islamitisch.
Terwijl zich nieuwe stijlen ontwikkelden en stijlen van buiten kwamen, beleefde de derde generatie Hindoestanen in Suriname in de jaren 1960 een opleving van de klassieke, zware muziek uit India. Indiase ustads en pandits, zoals muzikale grootmeesters worden genoemd, kwamen naar Suriname om muziekconcerten te geven. Een extra stimulans kwam van musici uit Suriname die zich Indiase muziekinstrumenten aanschaften en naar India afreisden om de muziek te leren. De raga's dienden als basis waarop door sommigen strak geïmproviseerd werd, naar de traditionele leer in India, en door anderen vrij geïmproviseerd, onder invloed van muziekculturen van andere Surinaamse bevolkingsgroepen en Europese muziek. Hindoestaanse muziek bestuifde eind 20e eeuw ook de andere muziekstijlen. De tabla is daarbij terug te horen samen met de Creoolse drums apintie en conga.
Aan het eind van de 20e eeuw is het beluisteren van historische liederen steeds meer naar de achtergrond geraakt. Het passief luisteren naar ethiek en moraal maakt steeds meer plaats voor dansen en plezier maken. Ook wordt deze trend gestimuleerd vanuit India, in deze periode via films uit Bollywood die ook in Suriname bekeken worden. Hierin worden liefdesliederen op een modernere manier gezongen. Hindoestaanse musici spelen hierop in door deze liederen na te spelen. Ook wordt filmmuziek omgevormd naar eigentijdse muziekgenres, zoals merengue, cadence en kaseko.Hillary de Bruin, Marlène Aminah Lie a Ling, redactie Chandra van Binnendijk, Paul Faber, Sranan. Cultuur in Suriname, Muziek en dans, pag. 107-109, 1992,
Niet religieus De volgende stijlen zijn niet per definitie verbonden aan een religie. Baithak gana kwam op tijdens de tweede generatie Hindoestanen en is ook daarna een populaire muziekstijl gebleven. Er worden traditionele Hindoestaanse muziekinstrumenten gebruikt en de Noord-Indiase klanken zijn beïnvloed door klanken uit andere Surinaamse bevolkingsgroepen. Een ghazal is van oorsprong een dichtvorm. In de muziek gaat het om romantische liederen in het urdu over vrouwelijk schoon. De artiesten zitten meestal op de grond met als belangrijkste instrument het harmonium. Sohars worden gezongen door vrouwelijke ensembles bij de geboorte van een kind. In Suriname zingen vrouwen sohars ook tijdens bruiloftsfeesten. De teksten hebben dan een plagerige en komische inhoud en zijn gericht op het bruidspaar en de ouders.
De volgende twee muziekgenres zijn Caribisch en niet alleen in Suriname populair: Chutney is een snel en ritmisch muziekgenre dat zich binnen de Hindoestaanse gemeenschappen van Trinidad en Tobago, Guyana en Suriname ontwikkelde. Het combineert Noord-Indiase volksmuziek met Caribische muziekstijlen, in het bijzonder calypso.Chutney Music, Chutney Music History in Trinidad and Tobago, 18 april 2000, Yale-universiteit De Surinaamse Dropati werd wel de Godmother van de Chutney genoemd.IKO, 40 jaar Surinaamse muziek in Nederland, 1975-2015, Chutney-soca is een mengvorm van chutney en de Trinidadiaanse stijl soca. In Suriname wordt dit genre ook wel Hindipop genoemd.Oso, Signalementen - Peter L. Manuel, East Indian Music in de the West Indies, 2002
Islamitisch In de kawali worden in Suriname lofliederen in het Urdu gezongen in een vraag-en-antwoord-spel tussen twee zangers. De teksten eren Allah en zijn profeet Mohammed of behandelen thema's uit de Koran. Muzikale begeleiding komt in elk geval van een harmonium en een slaginstrument. Een nadjam is vergelijkbaar met de kawali met als verschil dat er geen muziekinstrumenten bij gebruikt worden. Deze wordt gezongen door een ensemble, waarbij een van de zangers de rol van solist op zich neemt. Bij een naad worden romantische of religieuze gedichten op een kunstzinnige wijze gezongen. Er is sprake van zang met een melodisch instrument zonder ritmische begeleiding.
Hindoeïstisch Bij bhajans worden religieuze liederen opgevoerd. Musici zitten op de grond en er wordt in elk geval een harmonium en een slaginstrument bespeeld. Chautaals zijn vooral te horen bij de viering van Holi Phagwa in de lente. Hierin worden goden geëerd als Brahma, Krishna, Shiva en Vishnu. Kenmerkende muziekinstrumenten zijn tamboerijnen (madjiera's) en belletjes. Biraha's zijn verhalende volksliederen met een sterke vraag-en-antwoord-dynamiek. Ze worden opgevoerd door een voorzanger, koor en een muziekensemble.Melodigging, Biraha De paturiyá ke nác is een ensemble waarin een als vrouw verklede man optreedt als danser. Dit ensemble treedt vaak op tijdens bruiloften. Bij ahirwa ke nác, vertaald dans van de koeherders, wordt gedanst op het ritme van een slaginstrument, meestal de nagara.
Zie ook Hindoestaanse muziek (Noord-Indiase klassieke muziek) Dans in Suriname Riyaz Music Institute
* Categorie:Hindoestaanse muziek Categorie:Caribisch muziekgenre