Jongens zoals wij is een Vlaamse propagandistische jeugdfilm uit 1956 van regisseur Mark Liebrecht, geproduceerd voor de Vereniging voor Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN), met als doel het gebruik van het toenmalige Algemeen Beschaafd Nederlands bij Vlaamse jongeren te bevorderen. De film plaatst de tegenstelling tussen standaardtaal en dialect op een jongensschool centraal. De film geldt als de eerste Belgische geluidsfilm waarin het ABN consequent de voertaal is.

Verhaal Aan het begin van een nieuw schooljaar op een Vlaams jongenscollege krijgt de jonge meester Dierckx een aanstelling als leraar. Als overtuigd voorstander van het ABN botst hij al snel met de conservatieve directeur Goossens, die dialect spreekt. Dierckx spoort zijn leerlingen aan om uit liefde voor de Nederlandse taal ABN te spreken, waardoor de klas verdeeld raakt in voor- en tegenstanders. De tegenstanders van het ABN spelen scènes uit De Leeuw van Vlaanderen na, net zoals de schooljongens in De Witte van Ernest Claes. De opstandige Hein laat uit protest een geit de dahlia's van directeur Goossens opeten. Na een zware straf vlucht hij van school en ontsnapt hij ternauwernood aan een botsing met een trein. Die gebeurtenis brengt Hein en zijn medestanders tot inkeer, waarna zij zich aansluiten bij de voorstanders van het ABN.

Na het dramatische voorval laat meester Dierckx een gedicht van Bert Peleman op muziek zetten door componist Jef Van Hoof. In een documentaire aandoende scène componeert en speelt Van Hoof het lied thuis in het bijzijn van de leerlingen. Tegen het einde van het schooljaar oefenen de leerlingen gezamenlijk het ABN. Wanneer meester Dierckx naar een andere school vertrekt, nemen zij afscheid met het ABN-lied. Ook directeur Goossens erkent uiteindelijk het belang van het ABN.

Educatief doel De film heeft een educatief karakter en richt zich op leerlingen uit het lager en middelbaar onderwijs. Daarnaast draagt de film een uitgesproken propagandistische boodschap uit ten voordele van het ABN en koppelt de standaardtaal aan de Vlaamse culturele identiteit. Dat blijkt onder meer uit de verwijzingen naar het Dietse gedachtegoed, de beelden van Vlaamse landschappen en de bijdrage van de Vlaamsgezinde componist Jef Van Hoof.

Hoewel de kwajongensstreken doen denken aan De Witte van Ernest Claes, portretteert de film de leerlingen als ontzettend leergierig en ontvankelijk voor de ideeën van meester Dierckx. Het verhaal verbindt het spreken van ABN met orde, harmonie en beschaving, terwijl dialectgebruik symbool staat voor verdeeldheid en wanorde.

Productie en ontvangst Mark Liebrecht regisseerde de film in de zomer van 1956 naar een ontwerp van Hein Beniest. Dichteres Lisbeth Van Thillo verzorgde het script.

De opnames vonden plaats in en rond het Sint-Paulusinstituut in Waregem. De filmmakers namen het grootste deel van de film zonder synchroon geluid op en synchroniseerden de dialogen later.

De première vond plaats op zondag 28 oktober 1956 om 10 uur 's ochtends in Cinema Odeon in Antwerpen, afgestemd op het jonge doelpubliek. In de jaren 1950 vertoonden plaatselijke afdelingen van het Davidsfonds de film in Vlaanderen.

Eclips TV zendt de film sporadisch uit.

Muziek Muziek speelt een belangrijke rol in de film. Naast de bijdrage van Jef Van Hoof benadrukt het verhaal meermaals de relatie tussen taal en muziek. Zo laat meester Dierckx de leerling Hein luisteren naar Beethovens Pastorale om te tonen hoe muziek de natuur kan uitbeelden, zoals het ABN volgens hem gevoelens en landschappen nauwkeurig kan verwoorden. In het klaslokaal hangen foto's van Vlaamsgezingde componisten zoals Peter Benoit. Daarnaast citeert Dierckx de dichter Guido Gezelle: "De Nederlandse taal is wonderzoet, voor wie haar geen geweld aandoet."

Rolverdeling

| Lode Storms || Meester Dierckx |- | Rudolf Boumans || Directeur Goossens |- | Willy Blomme || Hein |- | Ludo Cantens || Marc |- | Maggy Lotens || Octavie |- | Jef Van Hoof || Als zichzelf

Externe link

Categorie:Belgische film Categorie:Film uit 1956 Categorie:Zwart-witfilm Categorie:Kinderfilm